OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

M. en ik hebben elkaar al ruim een half jaar niet gesproken wanneer ineens dat appje komt: “Ik wilde je bedanken dat je mij hebt geleerd me beter af te stemmen en nogmaals verontschuldigen dat ik dat niet deed.” ‘Niet afstemmen’ noemt hij het; het woord dat ik ervoor gebruik, is ‘aanranden’. Hij wil weten hoe ik terugkijk op die keer dat hij doorging terwijl ik nee zei. De laatste keer dat we elkaar zagen. Het was de pijnlijke afsluiting van een periode van leuke dates.

Verwarring

“Vind je dat je mij hebt aangerand?” vraag ik.

“Waar ik dicht door sla”, antwoordt hij, “is als je mijn oprechte intenties in twijfel lijkt te trekken. Want ik twijfel niet aan mijn integriteit. Wel erken ik volledig dat ik niet goed afstemde en dat ik dus over jouw grenzen ging. En ik heb daardoor geleerd hoe belangrijk dat is.”

“Maar vind je dat dat aanranding is? Dat dat je een aanrander maakt?”, vraag ik door.

“Ik vind dat mijn gedrag een grens over ging. En dat wil ik niet goedpraten. Maar ik erken ook mijn eigen verwarring.”

We praten nog een tijdje verder. M. vertelt dat hij een nieuwe relatie heeft. Met iemand die wél duidelijk is, waardoor hij de kans niet krijgt over diens grenzen heen te gaan. Het raakt me. Omdat hij er impliciet mee zegt dat hij me, als ik maar duidelijk genoeg was geweest, niet zou hebben aangerand. Dat ik hem meerdere malen zei geen seks met hem te willen op dat moment, voldeed kennelijk niet aan zijn duidelijkheidseisen.

Daders zien zichzelf niet als daders

Het lijkt een vreemde tegenstelling: wel toegeven dat je over iemands seksuele grens heen bent gegaan, maar niet erkennen dat dat aanranding is.

Toch is M. niet de enige die zijn eigen gedrag verbloemt. Een artikel in The New York Times besprak vorig jaar een aantal onderzoeken die gedaan zijn onder mannen die over de schreef zijn gegaan. Op de vraag of zij wel eens iemand hebben verkracht, antwoorden ze vrijwel altijd ontkennend. Als de onderzoeker vervolgens vraagt of ze wel eens iemand tegen diens wil gepenetreerd hebben, bevestigen ze dat echter wel degelijk.

De man in de bosjes

Hoe komt het dat zoveel mensen onderscheid maken tussen die twee dingen? Dat houdt onder meer verband met het beeld dat we van verkrachters hebben. Het zouden monsters zijn: een verkrachter is een enge man in de bosjes die meisjes van hun fiets trekt, om ze met geweld te overmeesteren. En zulke dingen gebeuren. Maar veel vaker is de dader een bekende. Je eigen partner bijvoorbeeld, je vader, de buurman, de gymjuf, of die jongen met wie je de hele avond zo leuk stond te praten op dat feestje. Verkrachters zijn zelden monsters; het zijn meestal gewone mensen. Mensen als jij en ik. Mensen als M.

Dat beeld van de verkrachter als monster speelt ons parten. ‘Alleen monsters verkrachten iemand, en aangezien ik geen monster ben, is wat ik doe geen verkrachting.’ Maar dat is niet waar. In Nederland zijn er ongeveer 1,4 miljoen mensen het slachtoffer van verkrachting. En met zoveel slachtoffers zijn er dus ook heel veel daders.

Het is namelijk niet iets wat ‘gebeurt’. Het is iets wat mensen andere mensen aandoen. Actief. En niet met twaalf mensen die onderling de provincies hebben verdeeld, maar met véél meer daders. We kennen ze dus. We weten alleen niet wie het zijn. Omdat het niet allemaal monsters zijn, maar onze eigen vrienden en familie. En misschien, heel misschien zijn we het zelf wel.

Eigen schuld

Een tweede reden waarom mensen zichzelf niet als dader zien, is dat de definities van seksueel geweld nogal uiteenlopen. Zo is iemand penetreren die aangegeven heeft dat niet te willen voor de wet niet altijd automatisch verkrachting. In Zweden wel, maar in Nederland is daar vaak meer voor nodig, bijvoorbeeld dwang of geweld. Terwijl een ‘geweldloze’ verkrachting voor een slachtoffer evenveel impact kan hebben als een die met geweld gepaard gaat.

Aziz_Anzari_December_2011

Aziz Ansari en de norm van seksueel pushen

Hoog tijd dat we jongens anders leren omgaan met seksualiteit.

En hoewel we verkrachting bijna allemaal erg vinden, vindt toch ruim een kwart van de Europeanen dat er situaties zijn waarin je de weigering van een vrouw mag negeren. Als ze dronken is bijvoorbeeld, sexy gekleed is of met de dader geflirt heeft. Veel verkrachters vinden dat ze op zo’n moment in hun recht staan. Ze hebben ‘alleen maar’ seks met iemand die dat niet wil, ze hebben niemand verkracht. Want verkrachten, dat doen alleen monsters. En dat zijn zij niet. En zo is de cirkel weer rond.

Wat kunnen we doen?

We zijn gewend de oplossing voor seksueel geweld te zoeken bij (potentiële) slachtoffers. Wat kunnen zij doen om zichzelf te beschermen? Maar dat is de omgekeerde wereld. De vraag moet zijn: wat kunnen we doen om te voorkomen dat iemand dader wordt?

Dat begint bij goed duidelijk maken wat seksueel geweld is. Daar valt ook onder: vinden dat jij recht hebt op seks – en ‘dus’ mag doorzetten – omdat je slachtoffer er zelf ‘om vroeg’. Niet durven vragen of de ander óók wil en het dan maar gewoon doen. Ervan uitgaan dat de ander hetzelfde wil als jij en alle signalen van het tegendeel negeren. Dat kan zo uitpakken dat je, blind voor wat je zelf doet, iemand een levenslang trauma bezorgt.

Verkrachting kun je niet verdienen

Niemand anders dan de dader is verantwoordelijk voor seksueel geweld. Er is geen enkele manier waarop iemand er om kan vragen of het kan verdienen. Ook wie onduidelijk of ambivalent was, zich halverwege bedenkt of ’s nachts alleen op straat loopt, ‘verdient’ niets. Zonder een helder ‘ja’ heb je een ‘nee’ te pakken. Iets anders beweren maakt de weg vrij voor daders en vergroot het trauma van slachtoffers.

Maar vooral moeten daders leren zichzelf als dader zien. Uit de onderzoeken die The New York Times aanhaalde, blijkt dat daders die spijt hebben, minder vaak een tweede keer verkrachten. Daarbij helpt het om van die monstergedachte af te stappen. Daders van seksueel geweld zijn niet te herkennen aan hun afkomst, hun leeftijd, hun economische of hun relationele status. Het kan iedereen zijn. Ook jijzelf.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
4-_MG_3704

Anke Laterveer

Anke Laterveer (37) is schrijver, performer en fervent Twitteraar.
Profielpagina