OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In een nieuwe aflevering van Medialogica (HUMAN) reflecteren journalisten op de eigen rol in ‘het mediamijnenveld #MeToo’. Deze docu stelt de vraag ‘Is de hashtag verworden tot een trial by media? Een volkstribunaal, waarbij de journalist of wellicht zelfs het publiek op de stoel van de rechter gaat zitten? Een sterke aflevering over het belang van dossieropbouw en afwegingen over hoor en wederhoor als de tijd tikt en de concurrentie met andere redacties hoog is.

Deze reflectie is nodig, want er zijn door journalisten ook fouten gemaakt in het verslaan van seksuele intimidatie. De uitzending van Medialogica geeft een aantal concrete voorbeelden waarbij beeldvorming het gevoel gaf van een volkstribunaal; denk aan de zaken rondom Jelle Brandt Corstius of Casper Sikkema. De uitzending van Medialogica roept bij mij daarom wel de vraag op: had het voorkomen kunnen worden dat de hashtag #MeToo de functie van trial by media zou krijgen? Deze vraag leidt tot een ongemakkelijk antwoord: ja, door ons allemaal.

Goedpraatcultuur in Nederlands arbeidsrecht

Sinds de zomer van 2017 onderzoek ik seksuele intimidatie, specifiek binnen de wetenschap. Ik sprak met tientallen wetenschappers die seksuele intimidatie op het werk hebben ervaren en hiervan melding maakten. De ervaringen van deze wetenschappers legde ik voor aan bestuurders, lobbyorganisaties, advocaten en vertrouwenspersonen. Het hele verhaal schreef ik op in de artikelreeks Hij is hoogleraar, jij bent maar UD, die is genomineerd voor de Nationale Prijs voor de Onderwijsjournalistiek 2018.

Mij is in die twee jaar natuurlijk vaak de vraag gesteld wat volgens mij de verklaring is voor de grote aandacht voor #MeToo. Het gebrek aan handhaving van de wetgeving is tot nu toe voor mij de meest aannemelijke verklaring dat zo velen zich aangesproken voelden door een hashtag. In de online uitingsvorm #MeToo zagen velen de mogelijkheid om via een andere weg dan die via de werkgever of de rechter toch een verandering ‘af te dwingen’. Een verandering die er nog steeds niet is, maar dat is een heel ander gesprek en een ander artikel.

De verantwoordelijkheid van de werkgever om beleid te voeren ter voorkoming van seksuele intimidatie is in Nederland al in 1999 opgenomen in de Arbeidsomstandighedenwet, als onderdeel van psychosociale arbeidsbelasting. Organisaties zijn gedragscodes gaan opstellen, er werden meldingen gemaakt, maar in veel casussen hebben deze stappen niet tot verandering geleid. In de online uitingsvorm #MeToo zag men de mogelijkheid om via een andere weg dan toch een verandering ‘af te dwingen’. Een verandering die er nog steeds niet is, maar dat is een heel ander gesprek en een ander artikel.

Juridische afdelingen zijn vaak gericht op het risico dat de organisatie loopt, dus worden er met werknemers zwijgcontracten en schikkingen gesloten om misdrijven buiten de media-aandacht te houden. De zaken die daadwerkelijk de rechtbank halen krijgen bovendien zelden het beoogde resultaat, zo laat onderzoek van advocaten Maartje Govaert, Mirjam Decoz en Stefan Sagel (Universiteit Leiden) zien. Binnen het Nederlandse arbeidsrecht zou er sprake zijn van een ‘goedpraatcultuur’.

Er is sprake van angst, van wanhoop en van het verlies van vertrouwen in het systeem, het beleid en de werkgever

Verloren vertrouwen

De wetenschappers in mijn onderzoek bleken niet op zoek te zijn naar een trial by media en zochten juist pas de pers op nadat zij de situatie intern hebben geprobeerd op te lossen. Als een officiële melding na vijf jaar door een commissie van emeritus-hoogleraren afgedaan werd vanwege ‘te weinig bewijs’, als een professor na ontslag vanwege seksuele intimidatie elders een nieuwe aanstelling krijgt als universitair hoofddocent en weer met jonge promovendi mag werken, of als het college van bestuur heeft bekend dat het financieel makkelijker is om jou te ontslaan dan om de grensoverschrijdende vakgroepvoorzitter de laan uit te sturen. Dat is pas het moment waarop een gesprek met een journalist wenselijk is.

De wetenschapper wil vervolgens alleen meewerken aan een volledig anonieme publicatie, zonder vermelding van de naam van de universiteit of van de betreffende collega. Bewijsmateriaal komt in de vorm van de getekende zwijgcontracten en de verstuurde e-mails met HR. Er is sprake van angst, van wanhoop en van het verlies van vertrouwen in het systeem, het beleid en de werkgever.

Hebben alleen de schikkende werkgevers en de te milde rechterlijke macht het zo ver laten komen? Nee, want we mogen zelf ook nog even in de spiegel kijken. Want bij een volkstribunaal is er toch ook zeker een publiek, een volk, dat kijkt en luistert.

Kunnen we bescherming verwachten als wij zelf blijven wegkijken?

Naast de schrijnende verhalen over seksuele intimidatie en machtsmisbruik die ik tegenkwam, was het vooral zorgwekkend dat de seksuele intimidatie al langer bekend was. De vertrouwenspersoon, de HR-manager, de vakgroepvoorzitter, de rector, en vooral de collega’s waren vaak al jaren op de hoogte. In sommige gevallen was er bij de aanstelling zelfs gewaarschuwd om op te passen voor ‘die ene collega’.

En hier komt dan het echte ongemak: wij spelen zelf allemaal een rol. Laten wij samen even terugdenken aan dat ongemakkelijke moment waarop jij en ik getuige waren van iemand uit onze eigen omgeving – binnen de sportvereniging, op de werkvloer – die een grens over ging. Wat hebben wij toen gedaan?

Hebben wij die persoon actief aangesproken op dit gedrag? Heb jij een melding gemaakt bij een leidinggevende of bij een coach? Heb ik iemand anders gesteund in het maken van een melding, als medestander? Hebben wij het weggelachen? Heb jij op dat moment aan jouw collega gevraagd wat er speelt? Vragen wij überhaupt aan collega’s of zij zich veilig voelen op de werkvloer? Of is dat alleen informatie voor in een personeelsenquête? Wat doen jij en ik als wij getuige zijn van gedrag waar wij ongemakkelijk van worden?

Kortom, als seksuele intimidatie op veel plekken in de samenleving voorkomt (entertainment, sport, theater, wetenschap) en wij onze mond blijven houden, dan zijn wij allemaal onderdeel van het probleem. Zodra we het onszelf kunnen toestaan om dit als een element van onze samenleving te zien, dan kunnen we het echt over dit thema gaan hebben. En dan is het tijd om niet alleen de rol van journalisten, werkgevers en rechters te evalueren, maar ook die van onszelf. Dat is het moment waarop een middel als trial by media niet langer een functie heeft.

Dit artikel verscheen voor het eerst op OneWorld.nl op 28 januari.

2750310124_10fa6cfb02_o

#MeToo moet groter: eis de aandacht op

#MeToo draait niet alleen om witte vrouwen. Ook de Surinaamse Kathleen was slachtoffer.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
SHOOT INGEBORG-147

Ingeborg van der Ven

Ingeborg van der Ven is bestuurskundige, freelance journalist, onderzoeker en moderator. Zij richt zich met name op intimidatie op de …
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)