OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Als ik met een man date, komt het gesprek vroeg of laat op het onderwerp feminisme. Ik beschouw mezelf als feminist en hoop met een stevige Tinderbio en een foto waarop ik in een shirt met activistische opdruk sta, de echte antifeministen eruit te filteren. Toch valt er altijd veel uit te leggen. Het komt er op neer dat ik met een glimlach en vooral veel geduld duidelijk moet maken dat ik mannen niet haat. Eigenlijk heb ik daar helemaal geen zin in: ik heb het riedeltje al zo vaak afgedraaid en ik vind dat het niet nodig zou moeten zijn. Als ik het niet in opperste beheersing uitleg, riskeer ik het label ‘bitch’. Maar als ik het oversla, deel ik een belangrijk deel van mijn leven niet.

Eindstand: ik ben vaak tegen mijn zin in veel energie kwijt aan het geven van minicolleges over feminisme, mezelf verdedigen en het sussen van iemands ego. Het is vermoeiend en het voelt als werk.

Dat het als werk voelt, is niet zo vreemd. Het reguleren van emoties is voor veel vrouwen meer regel dan uitzondering. “Er wordt ons verteld dat vrouwen intuïtiever, empathischer, meer bereid en in staat zijn om hulp en advies te bieden. Hoe handig dat dit culturele construct mannen een excuus geeft om emotioneel lui te zijn. Hoe handig om emotioneel werk te zien als ‘een behoefte, een aspiratie, afkomstig uit de krochten van ons vrouwelijke karakter’.” Dit schreef de Amerikaanse schrijfster Jess Zimmerman jaren geleden over het ‘onzichtbare emotionele werk’ dat vrouwen doen. Veel vrouwen herkenden zich in haar verhaal, en de goede ontvangst van het artikel laat zien hoe dit begrip – dat voorheen voornamelijk in de arbeidssociologie werd gebruikt – in het feminisme gemeengoed is geworden.

De oorsprong van de term ‘emotionele arbeid’
De sociologe Arlie Hochschild introduceerde begin jaren tachtig de term ‘emotionele arbeid’ om de regulering en productie van emoties te vatten, met name in arbeidscontext. Neem stewardessen, die ongeacht het gedrag van passagiers een vriendelijke en vrolijke houding moeten aannemen tijdens hun werk. Emotioneel werk is een groot onderdeel van servicegerichte beroepen, die vaker door vrouwen worden beoefend. Inmiddels is de term gepopulariseerd en wordt die ook gebruikt in privésetting: voor wie de meeste emotionele energie in een relatie steekt bijvoorbeeld.

Gezinnen draaiende houden

We weten uit onderzoek dat huishoudelijke zaken in een Nederlands heterogezin veel vaker door een vrouw dan door een man worden gedaan. Gegevens uit 2016 tonen aan dat vaders gemiddeld elf uur per week aan het huishouden besteden, tegenover zo’n achttien uur van moeders. Eén extra werkdag dus. De geringe tijdswinst, bij zorgtaken van vrouwen zo’n anderhalf uur minder dan in 2006, komt niet doordat mannen meer zijn gaan doen, maar omdat onder andere technologische vernieuwingen vrouwen tijd besparen.

Datzelfde onderzoek toont aan dat hoewel vrouwen in Nederland gemiddeld minder uren betaald werk doen dan mannen, ze niet méér vrije tijd hebben dan mannen: ze hebben daar gemiddeld zelfs minder van. Dat komt door het pakket aan zorgtaken dat er bij hen bijkomt. Marxistische feministen noemen het onbetaalde werk dat vrouwen doen ook wel reproductieve arbeid: taken die veelal vrouwen uitvoeren in de privésfeer, zijn noodzakelijk voor reproductie: ze zorgen ervoor dat gezinnen en volgende generaties draaiende blijven.

In gezinnen waar genoeg geld is, wordt reproductieve arbeid vaak uitbesteed. Er wordt dan bijvoorbeeld een huishoudelijke hulp of een nanny ingehuurd. Dit betaalde werk wordt vrijwel alleen door vrouwen gedaan, en wordt niet bepaald riant betaald of goed gewaardeerd.

De mentale dubbele dienst

Naast het huishoudelijk werk zelf is de zogenoemde mental load die daaraan verbonden is, lastiger te onderzoeken. Dat wordt ook wel emotionele arbeid genoemd: het onbetaalde sociale en psychologische werk dat er binnen een gezin of relatie bij komt. Bij daten of in een relatie gaat dat van het initiëren van afspraakjes, beginnen van gesprekken, helpen herinneren aan speciale data, doorvragen en communiceren over gevoelens, adviseren over werkzaken tot initiëren van het uitpraten van een ruzie en zelfs faken van orgasmes.

In een gezin of samenwoonsituatie heeft dat ook te maken met weten waar alles ligt, welke allergieën de kinderen hebben, wat er in hun lunchtrommeltje moet, een rommelige partner moeten vragen de troep op te ruimen, het organiseren en hosten van etentjes en het onderhouden van contact met familie en gemeenschappelijke vrienden.

Zolang er een balans bestaat in de uitvoering van deze taken, is er geen probleem, maar zodra het leeuwendeel van deze verantwoordelijkheden bij een van de twee partners komt te liggen, is er sprake van een ongelijke last.

Ongelijke emotionele arbeid komt neer op het managen van de relatie, de woonruimte en/of het gezin, en het continu verplaatsen in de emoties, wensen en behoeften van de ander. Het staat niet vast dat dit uitsluitend door vrouwen wordt gedaan. Zowel binnen als buiten heterorelaties kunnen de verhoudingen anders liggen. Toch lijkt het er op dat de balans vaak één kant op uitvalt. Zoals de Amerikaanse therapeut Christine Hutchison eerder schreef over emotionele arbeid naar aanleiding van de gesprekken die ze in haar werkkamer voerde met stellen: “It seems like women, on average, have a PhD in emotional labor and men are trying to pass third grade.”

Ongelijke emotionele arbeid komt neer op het managen van de relatie, het huis of het gezin, en het continu verplaatsen in de ander

Doen, niet zijn

Hoe deze disbalans wordt veroorzaakt? Het heeft alles te maken met genderrollen en onze pseudo-biologische denkbeelden. We zien emotionele arbeid als iets waar vrouwen ‘gewoon’ beter in zijn, terwijl het werk is waarin we beter getraind zijn, zoals onderzoeker Rebecca Erickson in 2005 liet zien. De mythe dat vrouwen van nature empathischer en zorgzamer zijn, leren we van jongs af aan. Inmiddels voelen we ons zo veilig en ervaren in deze rollen dat een andere verhouding vreemd lijkt. Bovendien was tot voor kort het huismoeder-kostwinnermodel de norm. Dat vrouwen inmiddels studeren en werken heeft de verhoudingen in de privésfeer mogelijk nog niet helemaal veranderd.

De term ‘emotionele arbeid’ wordt volgens critici te veel als een containerbegrip gebruikt. Maar het legt wel degelijk een onzichtbare ongelijkheid bloot waar veel vrouwen klaar mee zijn. Emotionele arbeid is broodnodig, en neemt veel tijd en energie in beslag. Het moet daarom erkend en evenredig verdeeld worden tussen partners. Anders wordt het misschien tijd om er Tikkies1 voor uit te sturen.

  1. Tikkie is een app waarmee je betaalverzoeken makkelijk en snel naar mensen kunt sturen ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bw

Justine van de Beek

Redacteur Harlot

Justine van de Beek (22) is overtuigd feminist en als socioloog gespecialiseerd in gender en seksualiteit.
Profielpagina