OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De Tunesische Harvey Weinstein heet Zouheir Makhlouf, een onlangs verkozen parlementslid voor de tweede grootste partij van het land, Qalb Tounes (‘Hart van Tunesië’). Volgens zijn slachtoffer, een 19-jarige scholiere, volgde Makhlouf haar in zijn auto toen zij te voet op weg was naar school – zichzelf onderwijl bevredigend. Vlak voor de school maakte ze foto’s van de politicus, die met zijn broek op de knieën en zijn geslachtsdeel in zijn hand achter het stuur zat.

Op 10 oktober deelde de scholiere de foto’s via een besloten Facebook-pagina, waarna die binnen enkele dagen meer dan 11.000 reacties losmaakten onder de hashtag #EnaZeda – ‘Ik ook’ in Tunesisch-Arabisch.

‘Me too’ in Tunesië: ‘Ena zeda’

“De hashtag EnaZeda bestaat al sinds de opkomst van #MeToo, maar kwam aanvankelijk niet van de grond. Tunesische vrouwen identificeren zich moeilijk met Hollywood en er zitten weinig Tunesiërs op Twitter”, legt Sonia Ben Miled van de feministische organisatie Aswat Nissa uit. Die organisatie zit achter de besloten Facebook-pagina #EnaZeda en verleent juridische en psychologische hulp aan Makhloufs slachtoffer.

73293676_107688313983056_2480330676998504448_n

“De Makhlouf-affaire die nu speelt, net na de verkiezingen, is voor Tunesiërs veel herkenbaarder. Na een paar dagen hadden zich al 11.000 mensen aangemeld als lid van onze Facebook-groep en waren er al 72.000 reacties en verhalen geplaatst.” Ben Miled is nog wat beduusd door het succes. “Omdat niet alle slachtoffers willen dat hun familie hun verhaal leest, creëren wij een safe space, waar op verzoek de identiteit van het groepslid verborgen kan blijven.”

Solidariteit

Uit de lange lijst berichten die op de pagina worden gedeeld, blijkt dat de #EnaZeda -groep op Facebook in een belangrijke behoefte voorziet. Een keur aan ervaringen passeert de revue. Groepsleden komen volgens Ben Miled van Aswat Nissa ‘uit alle generaties en alle delen van het land’.

Er is geen vrouw in Tunesië die nooit seksueel is lastiggevallen

“Er is geen vrouw in Tunesië die nooit seksueel is lastiggevallen”, stelt mensenrechtenactiviste en blogger Lina Ben Mhenni. “Onlangs werd ik nog benaderd door een moeder die op de pagina voor het eerst de ervaring van haar dochter had gelezen en daardoor haar eigen verhaal ook besloot te vertellen.”

Die solidariteit lijkt, net als de herkenbaarheid van de verhalen, belangrijk voor de leden van de groep. Onder een verhaal van iemand die in de trein de hand van een medepassagier tussen haar benen voelde, schrijft een groepslid: ‘Ieder meisje herkent het moment: dat je het bloed voelt wegtrekken en je afvraagt: ‘Ben ik pervers of voel ik dit echt?’’

Monia Lachheb, sociologe en onderzoeker bij het Institut de Recherche sur le Maghreb contemporain – dat is gespecialiseerd in onderzoek naar ontwikkelingen in de Maghreb-landen1, vindt de ervaringen op de pagina vaak schokkend. “Er zitten onrustbarend veel gevallen van pedofilie tussen, en slachtoffers zijn door jarenlang zwijgen vaak diep getraumatiseerd”, zegt Lachheb.

Taal voor iedereen

De 27-jarige journaliste Nada Trigui was een van de Tunesische vrouwen die hun verhaal op sociale media deelden. Zij beschreef op haar eigen Facebook-pagina een ervaring met seksuele intimidatie. “Toen ik 13 jaar was heb ik precies hetzelfde meegemaakt als Makhloufs slachtoffer. Door deze affaire was ik ineens weer terug in die tijd”, vertelt ze. “Mijn ouders vingen me goed op, ik had geluk, maar vaak vraagt de familie een meisje te zwijgen uit angst voor reacties uit de omgeving. Voor mannelijke slachtoffers is het nog moeilijker, omdat een seksuele ervaring met een andere man in onze samenleving afdoet aan de mannelijkheid.”

#MeToo was een vrij elitaire beweging, ontoegankelijk voor vrouwen die slecht Engels of Frans spreken

Met de internationale #MeToo-beweging uit 2017 had Trigui zoals veel Tunesische vrouwen niet zo veel. “Het was een vrij elitaire beweging, die niet direct over mij ging. Ontoegankelijk voor vrouwen die slecht Engels of Frans spreken, zich niet makkelijk uitdrukken of geen toegang hebben tot internet.” Al spreekt zij zelf prima Engels en Frans, toch koos Trigui er bewust voor zich in het Arabisch uit te drukken. “Dat is de taal waarin ik denk en voel.”

Ook sociologe Monia Lachheb ziet dat vooral de taal een belangrijk verschil is tussen #MeToo en #EnaZeda. “Het leeuwendeel van de verhalen zijn in het Tunesisch- Arabisch geschreven, met woorden en uitdrukkingen die zich niet laten vertalen. Dit zie je ook in de Tunesische lhbti+-beweging, die naar buiten toe misschien het Europees-Amerikaanse taalgebruik hanteert, maar zichzelf identificeert in haar moedertaal.”

Veranderingen in wetgeving en sociale context

Het is niet voor het eerst dat seksuele intimidatie in Tunesië op de agenda staat. In een onderzoek uit 2017 van de Tunesische overheid zei 78 procent van de geënquêteerde vrouwen tussen 2011 en 2015 in de openbare ruimte lastiggevallen te zijn. Deze uitkomst droeg er vermoedelijk aan bij dat het parlement vorig jaar een wet aannam tegen seksuele intimidatie. Hoewel de wet wordt gezien als een onmisbare stap in de goede richting, beweegt de sociale context in de ogen van veel Tunesiërs nog te langzaam mee.

“De wet is goed, maar met de uitvoering schiet het niet op”, vertelt blogger Ben Mhenni op het terras van een café. Zij deed zelf meermaals aangifte van seksueel overschrijdend gedrag en begeleidt ook andere vrouwen daarbij. “Slachtoffers worden weggestuurd, of erger: weggehoond. ‘Je zal erom hebben gevraagd’, is de reactie. Of de politiebeambte een man of een vrouw is maakt dan geen verschil.”

Wie bepaalt de moraal?

Volgens onderzoeker Lachheb is het aantal gevallen van seksuele intimidatie na de revolutie van 2011 geëxplodeerd. Ben Mhenni denkt te weten waar dat door komt: “Het is een keerzijde van de gewonnen vrijheid. Er is minder angst voor de autoriteiten en minder controle. Nu denken sommige mannen dat alles kan en mag.” In zekere zin is er een nieuw soort dictatuur ontstaan, zegt de blogger. “Ik word door de overheid beveiligd tegen religieuze extremisten. Na elke blog over seksualiteit ontvang ik bedreigingen uit die hoek.” En toch, zegt Ben Mhenni, is de situatie sinds 2011 ook in positieve zin veranderd. “Alleen dit interview al, hier op het terras, was tien jaar geleden ondenkbaar.”

Sinds 2011 is seksuele autonomie volop onderdeel van de politieke strijd. Ben Mhenni is deel van een groep Tunesiërs die, vertegenwoordigd door verschillende maatschappelijke organisaties, de revolutie pas als voltooid zien als ook de seksuele moraal is veranderd. Aan de andere kant strijden burgers voor hun recht om die moraal zelf te definiëren, zonder dat ‘modernisering’ van bovenaf wordt opgelegd – zoals tijdens de dictatuur soms werd ervaren.

Er ontstaat een onderscheid tussen een conservatieve en een vooruitstrevende groep in Tunesië

Neem de keuze om een hoofddoek te dragen, zegt sociologe Lachheb: “Vlak na de revolutie kozen veel vrouwen ervoor een hoofddoek te dragen omdat dit onder [oud-president, red.] Ben-Ali verboden was. Nu doen zij die vaak weer af, uit verzet tegen het conservatisme van bepaalde religieuze stromingen.” Lachheb constateert ‘twee snelheden’. “Er ontstaat een onderscheid tussen een conservatieve en een vooruitstrevende groep en beiden zie je terug in alle delen van Tunesië en bij alle generaties. Jongeren lijken bijvoorbeeld weer conservatiever te worden.”

Ook offline verandering

Lachheb denkt dat vooral het onderwijs en de media rigide beelden over seksualiteit en rolpatronen in stand houden, waarin voor vrouwelijke seksualiteit geen plaats is en erover praten afbreuk doet aan hun waardigheid. “Mensen krijgen die traditionele en schadelijke beelden voortdurend voorgeschoteld. Niet alleen in de schoolboeken maar ook in de houding en het gedrag van anderen.”

“Op school zou seksuele voorlichting gegeven moeten worden”, zegt blogger Ben Mhenni. “Ik hoop ontzettend dat #EnaZeda ook offline groot gaat worden.” Ook vrouwenorganisatie Aswat Nissa deelt die ambitie. “#EnaZeda vormt voor ons een keerpunt”, zegt woordvoerder Ben Miled. “Het is nog in ontwikkeling, maar er komt een netwerk om slachtoffers beter te kunnen bijstaan en wij gaan het land in om bijeenkomsten te organiseren.”

Of politicus Zouheir Makhlouf veroordeeld zal worden op basis van de compromitterende foto’s, is nog maar de vraag. In theorie staat hem een gevangenisstraf van maximaal twee jaar en een boete van omgerekend 1600 euro te wachten. De kans is echter groot dat hij zijn straf ontloopt: Tunesische parlementariërs kunnen op grond van een ruime interpretatie van de grondwet niet vervolgd worden. En al op 13 november wordt het nieuwe parlement beëdigd en kan Makhlouf van zijn immuniteit gebruikmaken.

raj-eiamworakul-1031067-unsplash

#MeToo: we spelen allemaal een rol

We moeten seksueel ongewenst gedrag gaan zien als onderdeel van onze samenleving.

header1

Vluchten voor vrije lust en liefde

LHBTQI+-levensverhalen van over de wereld, deel 3: Libanon en Tunesië.

  1. Algerije, Marokko, Tunesië, Libië en Mauritanië. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
DSC_0036

Faïrouz ben Salah

Faïrouz ben Salah is een in Tunis gevestigde Nederlands-Tunesische publiciste, analiste en bedenker van maatschappelijke projecten.
Profielpagina