OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Toen in 1795 in de Bataafse Republiek de Verklaring van de rechten van de mens en de burger werd uitgevaardigd, hoopten witte vrouwen dat deze rechten ook voor hen zouden gelden. Hetzelfde gold voor de oorspronkelijke bevolking van de door Nederland gekoloniseerde landen. Maar hoewel ‘mens’ heel inclusief klinkt, bleek dit woord hier alleen witte mannen te betreffen. Het was voor hen zo vanzelfsprekend dat het bij de verklaring niet over witte vrouwen of mensen van kleur ging, dat er waarschijnlijk geen seconde over is nagedacht. Het hoefde niet benoemd te worden.

Dit fenomeen van inbegrepen worden in de taal, maar tóch geen aanspraak kunnen maken op de categorie, zien we helaas vaak terug. Aletta Jacobs stuitte er bijvoorbeeld op toen ze in 1883 genoeg inkomen had om volgens de wet te mogen stemmen. De witte heren bij wie ze vervolgens de aanvraag deed, oordeelden dat het niet in de ‘geest’ van de wet kon zijn dat vrouwen zouden stemmen, al maakten ze er in de letter wel aanspraak op. Sinds jaar en dag strijden vrouwen er daarom voor genoemd en erkend te worden. Want zaken expliciet benoemen, is vaak de enige manier om een onderdrukkende norm te doorbreken. Zijn we daar inmiddels voorbij, of is er nog veel te doen?

Directeur/Directrice

Het feminisme had lange tijd natuurlijk andere prioriteiten dan taal, zoals stemrecht, recht op zelfbeschikking en financiële onafhankelijkheid. Wel werd in de tweede feministische golf bijvoorbeeld de afschaffing van ‘juffrouw’ (term die onderscheid maakte tussen gehuwde en ongehuwde vrouwen) bepleit. Pas in de jaren ’80 werd in de westerse wereld grootschalig de aanval geopend op de mannelijke standaarden die in de taal overal terugkomen, zoals de auteur, kiezer en lezer die vanzelfsprekend mannelijk zouden zijn. Je zag toen voor het eerst grootschalig ‘hij/zij’ en vormen als ‘lezer(es)’ opkomen en vrouwelijke beroepsvormen floreerden. Eindelijk werd de realiteit, dat de wereld voor een groot deel uit vrouwen bestaat, ook erkend in onze dagelijkse communicatie.

Vrouwen moeten van kinds af aan leren dat ‘jongens’ soms ook ‘meisjes’ betekent

Maar deze trend stagneerde. In de jaren ’90 kwam het power-feminisme op, met als uitgangspunten dat vrouwen geen slachtoffer moeten spelen en dat de emancipatie in het Westen wel ongeveer voltooid is. Vrouwen zouden zoveel mogelijk moeten opgaan in de mannenwereld. Hierbij hoorde ook de overtuiging dat vrouwelijkheid niet meer benoemd hoefde te worden. En zo werden vrouwen historicus, sporter, loodgieter en leraar. Steeds meer kranten en andere instanties bestempelden de mannelijke vorm als ‘neutraal’.

Raadsel

Een man en zijn zoon krijgen een auto-ongeluk. De man komt ter plekke om het leven. De jongen wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar de chirurg zegt: “Ik kan hem niet opereren, het is mijn zoon!” Hoe kan dit?

Met die omslag kwam ook het chirurgenraadsel op (zie kader), dat steeds opnieuw aan mensen laat zien dat ze bij het beroep chirurg aan een man denken. Hoewel het raadsel meestal wordt verteld om mensen te confronteren met hun geïnternaliseerde stereotypes, zou je ook kunnen concluderen dat de term ‘chirurg’ hier wellicht tekortschiet. Uit onderzoeken blijkt namelijk dat ‘neutraal’ taalgebruik de emancipatie niet per se verder heeft geholpen. Zoals vorig jaar door wetenschapsredacteur Margreet Vermeulen in de Volkskrant werd beschreven, en onlangs door journalist Els Quaegebeur in Vrij Nederland: veel mensen denken bij schrijver, dokter, spion of loodgieter niet aan een vrouw.

Dit blijkt bovendien concrete consequenties te hebben voor de arbeidsmarkt. Uit onderzoek van de Antwerpse taalwetenschapper Dries Vervecken blijkt dat jonge vrouwen minder interesse tonen bij een vacature voor ‘ingenieur’ dan voor ‘ingenieur/ingenieure’. Onze maatschappij probeert vrouwen al tijden aan te leren dat ze ook ‘bedoeld worden’ wanneer ze niet expliciet worden benoemd, terwijl mannen die stap nooit hoeven zetten. Het zijn de vrouwen die van kinds af aan moeten leren dat ‘jongens’ soms ook ‘meisjes’ betekent, zoals Quaegebeur zo treffend schrijft naar aanleiding van onderzoek van Theresa Redl, psycho-linguïste aan de Radboud Universiteit.

Een veel groter probleem is dat we kleur totaal niet hebben meegenomen in onze (taal)strijd

Om de vanzelfsprekendheid van een heersende norm te doorbreken, moet de afwijkende identiteit expliciet benoemd worden. Zo wordt het een middel voor emancipatie. Om meer niet-mannelijke ingenieur(e)s te krijgen, moet je daar in de vacature specifiek om vragen. In die zin laat het chirurgenraadsel vooral zien dat we qua taalgebruik misschien een verkeerde afslag hebben genomen, hoewel sommigen denken dat als we maar genoeg vrouwelijke chirurgen hebben, de beeldvorming op een gegeven moment wel verandert. Maar los van in welk kamp je je rond die kwestie schaart, een ding is zeker. Zoals journaliste Clarice Gargard onlangs bij de lancering van feministisch mediaplatform Lilith stelde: of je je bij het raadsel nu wel of niet een vrouwelijke chirurg kunt voorstellen, vrijwel zeker dacht je aan een wit persoon.

En daarmee komen we van onze relatief geprivilegieerde taalproblemen bij een veel groter probleem: we hebben kleur totaal niet meegenomen in onze (taal)strijd. Mannen hebben misschien nooit iets extra’s hoeven te doen om ‘bedoeld te worden’, maar witte mensen hebben dat zeker ook niet. De Nederlandse vrouwenemancipatie is altijd een witte beweging geweest. De vraag die vaak niet wordt gesteld is: over welke vrouwen hebben we het, als het gaat over vrouwenemancipatie?

Wanneer vrouwen niet wit zijn

Terug naar Aletta Jacobs. Hoewel ze zelf geconfronteerd werd met de valse categorie ‘mens’, die haar met een stille norm toch onderdrukte, hield dat haar niet tegen om dezelfde soort onderdrukking te reproduceren: hoewel ze streed voor ‘algemeen vrouwenkiesrecht’, vond ze deze categorie niet gelden voor gekoloniseerde vrouwen. Zo was ze een groot voorstander van de bezetting van Nederlands-Indië en verzette ze zich actief tegen de notie dat de vrouwenkiesrechtstrijd in Zuid-Afrika ook over zwarte vrouwen zou moeten gaan. Vrouwen in Indonesië verworven pas kiesrecht in 1945, in de Nederlandse Antillen in 1948 en in Suriname in 1963.

De Nederlandse vrouwenbeweging heeft zich doorgaans hoofdzakelijk voor witte vrouwen ingezet, maar heeft dit nooit benoemd. Er zijn natuurlijk uitzonderingen en de zwaarte van de strijd moet niet worden onderschat. Dat geldt ook voor de verworvenheden waar ook vrouwen van kleur baat bij hebben, zoals anticonceptie en recht op zwangerschapsbeëindiging. Maar door kleur niet te noemen, gingen de dominante bewegingen toch akkoord met de heersende, racistische, norm. Dit ondanks de antiracistische golf die in de jaren ’80 werd aangevoerd door onder andere Gloria Wekker en Philomena Essed.

Het voelt voor velen als een andere zaak, racisme. Maar dat is een wit perspectief. Voor vrouwen van kleur is kleur niet weg te denken uit hun dagelijkse ervaring, en dus ook niet uit hun vrouw-zijn. Toch behandelen we vrouw-zijn doorgaans als categorie die los staat van kleur – een privilege dat witte vrouwen hebben. Voor witte vrouwen is ons vrouw-zijn wellicht het enige wat ons scheidt van de heersende norm. Voor vrouwen van kleur is dit niet het geval.

De Amerikaanse juriste Kimberlé Crenshaw liet dit dertig jaar geleden goed zien in een wetenschappelijk artikel waarin ze de term ‘intersectionaliteit’ voor het eerst opwierp. Intersectionaliteit gaat over het erkennen van de privileges of onderdrukking die verschillende identiteiten (zoals afkomst, gender, seksuele oriëntatie) met zich meebrengen en de manier waarop deze elkaar kunnen kruisen. Crenshaw bespreekt in dit artikel onder meer een Amerikaanse rechtszaak tegen General Motors uit 1976. Er werd in die rechtszaak geconcludeerd dat het ontslaan van zwarte vrouwen door General Motors geen daad van discriminatie kon zijn geweest. Er waren immers witte vrouwen en zwarte mannen aan de ontslagronde ontsnapt. Discriminatie kon enkel worden getoetst op basis van afkomst (‘zwarte mensen’) óf gender (‘vrouw’). Er werd niet gezien hoe zwarte vrouwen met die benadering tussen wal en schip vielen. Crenshaw toonde aan hoe onder- drukking vaak langs meerdere assen tegelijk speelt en dat gecombineerde identiteiten eigen categorieën nodig hebben om discriminatie tegen te gaan.

Er is aandacht voor het feit dat onderdrukking doorgaans niet langs één as plaatsvindt

De norm benoemen

Hoewel we kunnen blijven discussiëren over of we onze topvrouwen ‘directeur’ of ‘directrice’ willen noemen, heeft de ‘vrouwenbeweging’ een hoop vrouwen achterwege gelaten. Want ook nu maken we ons vooral druk over 33 procent ‘vrouwen’ in de Tweede Kamer, terwijl hier 0 procent Afro- Nederlandse vrouwen (of mannen) bij zitten. En we zijn bezorgd over de loonkloof tussen ‘mannen’ en ‘vrouwen’, zonder erbij stil te staan dat er in Nederland hoogstwaarschijnlijk een even aanzienlijke loonkloof bestaat tussen witte vrouwen en vrouwen van kleur. Wat hebben vrouwen van kleur er dan concreet aan dat ‘vrouw’-zijn belangrijk wordt gevonden in onze emancipatiestrijd? Het is natuurlijk ook voor niet-witte vrouwen belangrijk om zich ‘bedoeld’ te voelen als er een vacature openstaat. Maar ís dat zo, wanneer er om een ‘chirurge’ gevraagd wordt? Of denkt iedereen dan alsnog aan een witte vrouw?

De laatste jaren komt er gelukkig langzaam verandering in deze langdurige blinde vlek binnen het witte feminisme. Met de doorbraak van intersectionaliteit is er juist veel aandacht gekomen voor het feit dat onderdrukking doorgaans niet langs één as plaatsvindt. Feministen die een intersectionele benadering aanhangen, pleiten voor onderlinge solidariteit tussen mensen die om verschillende redenen worden gediscrimineerd of onderdrukt. Dit betekent dat het niet alleen belangrijk is om te kijken naar discriminatie op basis van gender, maar dus ook naar hoe dat mogelijk samenhangt met kleur, seksualiteit, klasse, opleiding, lichamelijk vermogen en andere factoren die iemands voordelen in deze maatschappij bepalen.

De maatschappij expliciet confronteren met ‘directrices’ en ‘loodgietsters’ vormt een grotere inbreuk op onze onbewuste verwachtingen dan een ‘neutrale’ norm. Om diezelfde reden is het actief benoemen van identiteit belangrijk voor het breken met de witte norm in het mainstream feminisme. En het heeft niet alleen last van witheid, maar doorgaans ook van hetero- en cisnormativiteit. Een krachtig wapen in deze strijd is vaak al het simpelweg benoemen van de voorheen onzichtbare norm. Want hoe klinkt de Verklaring van de rechten van de witte man en van de burger? Het WK mannenvoetbal? Een koeienmelkcappuccino? Witte- vrouwenemancipatie? Opeens niet zo neutraal meer. En opeens wordt het heel duidelijk over wie we het normaliter hebben, en wie er doorgaans buitengesloten wordt.

Het is verleidelijk om een wereld te willen waarin we geen kleur zien en we verschillen niet hoeven te benoemen. Maar de geschiedenis én het heden leren ons dat, zolang dat niet gebeurt, de bestaande machtsstructuren gewoon intact blijven.

Beroep

Ook OneWorld heeft de gewoonte om bij beroepen de mannelijke vorm te kiezen. Daar is ooit voor gekozen vanuit de gedachte dat dat het meest gelijkwaardig is. Er wordt naar gekeken of we dat zo willen houden.

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine.

charles-deluvio-733176-unsplash4

De feministische seksoorlog

Waar staan 'sex positivity' en 'sex negativity' voor, en welke geschiedenis kennen ze?

carolamichaelafotografie10

‘Zwart feminisme is als een religie voor mij’

In gesprek met Minna Salami over zwart feminisme, kunst en Afrikaanse literatuur.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
portret 2018

Naomí Combrink

Naomí Combrink is literatuur- en cultuurwetenschapper, gespecialiseerd in narratieve en kritische theorie. Tegenwoordig houdt ze zich …
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)