OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Terwijl vele studenten zich in haastige stappen naar hun lessen banen, ontmoet ik bij de UvA een studente die met haar aanwezigheid op de campus een bijzonder zeldzaam geval is. De Alkmaarse Silke Baas (25) is naast tweedejaarsstudent sociologie ook moeder van Jip (6). OneWorld sprak haar over haar weg naar de universiteit en het onzekere bestaan van jonge, alleenstaande en studerende moeders.

Kun je wat vertellen over hoe je leven eruit zag toen je zwanger werd van Jip?  
“Ik was achttien toen ik zwanger werd, en negentien toen Jip geboren werd. Ik was ongepland maar niet ongewenst zwanger. Ik had een kinderwens, maar voor een veel later moment in mijn leven. Het werd al snel duidelijk dat ik alleenstaand moeder zou worden.”

Zat je destijds nog op de middelbare school?
“Nee, ik ben gestopt in mijn derde jaar havo door persoonlijke omstandigheden. Net toen het lichamelijk beter met me ging, werd ik zwanger. Ik was toen al te oud voor de havo, dus zou het de vavo worden. Maar dat bleek met een baby geen optie te zijn.

De eerste jaren na de bevalling, zeker de eerste drie en een half jaar, ben ik thuis gebleven. Toen Jip richting de leeftijd ging om naar de basisschool te gaan, besloot ik door middel van een 21+ toets op de hogeschool te gaan studeren. Dat jaartje hbo was ‘m toch niet, maar met mijn propedeuse stroomde ik door naar de UvA.”

Hoe is het om op jonge leeftijd moeder te worden?
“Moeizaam. Mijn huidige partner verlicht de druk, en mijn vader en oom helpen mee. Ik maak me zorgen om de alleenstaande jonge moeders die niet zo’n sterk sociaal netwerk hebben. Ik vermoed dat het grootste deel van jonge moeders door het gebrek aan een sociaal netwerk vooraf wordt uitgesloten om te gaan studeren. Op die manier blijf je altijd afhankelijk van anderen en de overheid, iets wat onze huidige samenleving afschildert als iets negatiefs.

Aan de ene kant hebben we in Nederland een sterke lobby tegen abortuswetgeving vanuit de christelijke hoek, aan de andere kant is het hele beleid zo ingesteld dat je het helemaal zelf moet uitzoeken zodra je als jonge vrouw kinderen krijgt. Toen ik ontdekte dat ik zwanger was en aanklopte bij verschillende hulpverleners en maatschappelijke organisaties werd het beeld geschetst dat er heel veel ondersteuning zou zijn; uiteindelijk is dat een van de overwegingen geweest om mijn zwangerschap niet af te breken. Ik dacht: oké, dan durf ik dit aan. Van dat beeld is nu niet veel overeind.

Dezelfde organisaties waar ik aanklopte op mijn achttiende, met name jeugdhulporganisaties, trokken hun handen van me af toen ik negentien werd. Jip en ik kwamen toen op straat te staan. We zijn in de daklozenopvang beland, die natuurlijk helemaal niet is ingericht op kinderen. Dan merk je pas hoe vijandig de samenleving is. Uiteindelijk heb ik via mijn eigen netwerk een kamertje gevonden waar we vier jaar hebben gewoond. Ondanks alle urgentie-aanvragen bij de gemeente was er geen enkel uitzicht op een woning. Dat was niet het beeld dat er werd geschetst tijdens mijn zwangerschap. De enige organisaties die ondersteuning bieden aan jonge moeders, zijn er voor tienermoeders, dus voor meisjes die minderjarig zijn.” 

DSC008121
Jip en Silke. Foto: Richard Japenga

Kon je niet terecht bij je omgeving?
“Mijn familie heeft me in het begin niet gesteund. Ze konden zich niet in mijn keuze om moeder te worden inleven en trokken hun handen op dat moment van me af. Veel vrienden raakte ik ook kwijt. Ik kwam terecht in een sociaal isolement en heb die eerste jaren na de bevalling als heel eenzaam ervaren. Door de relatie die mijn vader en oom hebben opgebouwd met Jip is dat na een tijdje veranderd. Het is een geweldig kind, heel slim, enthousiast en vrolijk. Ik gun Jip die positieve familiebanden in zijn leven enorm.”

Hoe ging men er op de hogeschool mee om dat je een studerende moeder was?
“Ruk, als we eerlijk zijn. Scholen zijn totaal niet ingericht op studerende moeders, ook de UvA niet. Op de UvA is het heel erg afhankelijk van welk blok en welke docenten je hebt. Docenten van gendervakken zijn bijvoorbeeld erg begripvol. Op ’t hbo heb je te maken met een vaste club docenten die je het hele jaar door ziet, en je hebt er een heel schoolse inrichting. Je moet dagelijks van ’s ochtends vroeg tot in de namiddag aanwezig zijn op school, wat erg moeilijk is als je een kind thuis hebt. Dat was een constante strijd op de HvA.

Je kunt er wel bezwaar tegen maken, maar dan krijg je de reactie: ‘Het onderwijs is niet ingericht op moederschap. Het is een keuze, dus wij zijn niet genoodzaakt om je tegemoet te komen.’ Je voelt je totaal niet gesteund. Ik leerde toen heel goed begrijpen waarom er zo weinig studerende moeders zijn.”

Cijfers uit 2015 tonen aan dat de helft van studerende ouders op het mbo uitvalt, en twee derde op het hoger onderwijs.
Ja, dat kan ik me erg goed voorstellen. Je moet een erg sterk sociaal netwerk hebben om überhaupt te kunnen studeren als moeder. En dan nog is het erg zwaar. Dat ligt wat mij betreft niet per se aan de studiebelasting van studies, maar aan de onwil van de structuren binnen onze hogescholen en universiteiten.”

Zijn er geen reglementen op de UvA waarop je je kunt beroepen?
“Nee, je moet alles zelf aanvechten bij de studieadviseur. Je bent dus afhankelijk van in hoeverre die persoon je wilt helpen. Een voorbeeld: er zijn soms tentamens op plekken die voor mij onbereikbaar zijn. Jip’s dure voorschoolse opvang start pas om half acht, waarna ik nog twee uur moet reizen en standaard veel te laat arriveer. Als je veel te laat komt mag je het tentamen niet maken en is daarmee ook je herkansingsmogelijkheid uitgeschakeld. Nu er eindelijk na een lange strijd een uitzondering is gemaakt, houdt de examencommissie stug vol dat de uitzondering alleen geldt voor één bepaalde tentamenlocatie. Er zijn genoeg tentamenzalen die voor mij ook hartstikke ver reizen zijn, en daar geldt de uitzondering dan weer niet voor. Deze uitzonderingsregelingen zouden geen uitzonderingen moeten zijn, zodat studerende ouders zich er altijd op kunnen beroepen en sterker staan.

Ik ben al een tijdje in gesprek met de UvA over deze problematiek. Er is mij door verschillende organen verteld: ‘de UvA is berekend op een bepaald soort student, en daar behoor je niet toe’. Ik word in de positie gebracht dat ik dankbaar moet zijn op het moment dat er met me mee wordt gedacht.

Ik heb tot nu toe wel al mijn tentamens kunnen maken, gelukkig. Vorig jaar heb ik er eentje op de valreep kunnen maken toen een docent zich bedacht over of ik te laat mocht komen. Sommige docenten denken mee, anderen zijn erg hard. Een docent die me enorm heeft geholpen is Sarah Bracke. Het eerste college kwam ik te laat omdat ik geen oppas kon regelen. Sarah zei toen tegen mij: de volgende keer neem je Jip gewoon mee. Maar ik heb ook meegemaakt dat docenten van vakken met een 100% aanwezigheidsplicht eisten dat ik een enorme vervangende opdracht moest maken of een grote brief naar de opleidingscommissie moest sturen toen Jip ziek thuis zat en ik dus niet aanwezig kon zijn. Als een docent weigert mee te denken voel je je twee keer afgewezen, aangezien er ook geen regels in je voordeel zijn.” 

Dat klinkt bijna als een afstraffing.
“Ja, vind ik wel. Hetzelfde met deadlines van opdrachten. Als er op vrijdagavond een opdracht online komt die maandag ingeleverd moet zijn is dat eigenlijk al bijna geen optie met een kind, laat staan met een ziek kind. Toen Jip een oorontsteking had en ik er een docent over mailde, kreeg ik welgeteld vier uur uitstel. Op zo’n moment voel je een enorme weerstand tegen je aanwezigheid. Je bent compleet afhankelijk van de bui van een docent en of hij of zij je aardig vindt.

Op deze manier zorg je ervoor dat alleenstaande moeders nauwelijks toegang hebben tot de universiteit, ondanks hun kwaliteiten. Waar ik erg van baalde is dat ik het eerste jaar het aanbod voor deelname aan het honoursprogramma1 moest afwijzen omdat er veel lessen in de avonduren waren gepland. Dat werd toen als een soort belediging opgevat. Alsof ik ondankbaar was en niet wilde. Meer begrip voor mijn situatie zou zoveel schelen. Dat gebeurt vaak genoeg gelukkig wel; ik gok dat de helft van de docenten begripvol reageert, en de andere helft niet.”

Hoe kan het dat sommige docenten niet denken: wat ontzettend knap dat ze dit combineert, ik wil haar helpen?
“Ik ben tegelijkertijd alleenstaand ouder geworden met een goede vriend van mij. Het valt ons op dat het begrip naar hem vele malen groter is. Dat de zorgtaken die hij op zich neemt worden gezien als bewonderenswaardig. ‘Wauw, hij zorgt voor zijn dochtertje!’

Bij mij wordt het juist als logisch gezien dat ik voor mijn kind zorg. Ook krijg ik brutale en indringende vragen: mensen vragen waar de vader is, voordat ze hebben gevraagd naar de naam van Jip, of mensen die ik nog nooit eerder heb ontmoet die denken het recht te hebben om me te vragen of Jip gewenst was. Dat wordt nooit aan die vriend van me gevraagd.

En het lijkt ook nooit goed te zijn. Toen ik een paar jaar thuis zat reageerde mensen geregeld op me alsof ik een parasiet was, omdat ik een uitkering ontving en niet studeerde of werkte. Nu ik voltijd studeer krijg ik reacties die impliceren dat ik een slechte moeder zou zijn. Ik heb zelfs een paar keer gehoord: ‘Wist je dat vrijwel alle seriemoordenaars afkomstig zijn van alleenstaande moeders?’ Bovendien heb ik bij colleges, buiten de gendervakken om, vaak de associatie van alleenstaande moeders met dom en laagopgeleid gehoord.

Op het hbo was een docent heel resoluut over dat ik een tentamen niet mocht maken als ik niet bij alle werkgroepen aanwezig was. Jip had een studiedag en ik had geen geld voor een oppas, dus ging ik maar met hem naar de les. Jip ging hyperactief rondjes rennen in het lokaal en verstoorde de les compleet. We mochten alsnog de werkgroep uit en ik mocht het tentamen maken. Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks. ”

Hoe zit het met begrip op de school van Jip voor het feit dat je een jonge, alleenstaande en studerende moeder bent?
“Met de andere ouders bots ik vaak; het is een beetje zoals op de middelbare school. Er is sprake van groepjesvorming en ik val daarbuiten. Een oprechte vraag kan goed bedoeld zijn, maar moeders die om de twee weken dezelfde beledigende vragen stellen waar ze het antwoord op weten, zijn bezig met een uitsluitingstactiek.

Blijven vragen naar Jip’s vader terwijl de situatie helder is, bijvoorbeeld, of passief-agressieve complimentjes geven zoals: ‘Wat knap dat jij het aandurft hem elke dag uit handen te geven, zeg!’ als ik Jip kom brengen of ophalen van school. Ik krijg het gevoel dat ik op de universiteit als student niet echt welkom ben, en als moeder op Jip’s school ook niet; ik val tussen wal en schip. Sinds Jip geboren is ervaar ik dat een kind een enorme uitsluitingsfactor kan zijn.

Naast de liefde die een kind brengt, wat fantastisch is en ik niet anders zou willen, maakt mijn sociale netwerk de zorg mogelijk. Jip gaat een dag in de week naar mijn vader, een dag in de week naar mijn oom, en drie dagen naar de buitenschoolse opvang, wat al bijna onbetaalbaar is. Zonder dat netwerk zou voor mij de optie om te studeren simpelweg wegvallen.”

Je noemt jezelf een feminist. Heb je ook vanuit feministische hoek negatieve reacties ontvangen op je jonge moederschap?
“De vrijheid om te kiezen om wel of geen kind te krijgen wordt door veel feministen geïnterpreteerd als de vrijheid om te kiezen om geen kind te krijgen. Juist die vrouwen zeiden: je kunt toch gewoon een abortus plegen, daar ben je toch niet op tegen? En ja, ik ben inderdaad groot voorstander van de keuzevrijheid van de vrouw, maar dat kan dus ook betekenen dat een vrouw kiest om een kind te houden. Laatst op het Marxisme Festival sprak Anja Meulenbelt over hoe alleenstaande moeders tussen wal en schip vallen, en eigenlijk was dat voor mij de eerste keer dat het onderwerp van moederschap überhaupt besproken werd binnen linkse kringen.”

Het klinkt niet alsof Nederland bijster progressief is op dit vlak.
“Nee, we hebben bij abortus standaard in dit land een verplichte paternalistische bedenkperiode van vijf dagen tussen het eerste gesprek en het tweede gesprek bij een kliniek, en een verplichte echo, wat voor mij het breekpunt was. Door het gebrek aan aanbieders wachten vrouwen soms weken op een abortus door wachtrijen bij klinieken.

Bij mijn huisarts liggen bijvoorbeeld ook zogenaamde informatiebrochures over abortus die behulpzaam lijken, maar als je de bankrekening- en KVK-nummers gaat vergelijken, zie je dat al die flyers van Schreeuw om Leven2 komen. Mijn huisarts haalt ze weg, maar ze blijven terugkomen.

Ik denk dat het een symptoom is van een sterker wordende lobby tegen het recht op veilige gezondheidszorg voor vrouwen. Zeker nu de ChristenUnie en het CDA in ons kabinet zitten lijkt die lobby een grotere invloed te krijgen, en deze denkbeelden meer legitimiteit. Dit alles tezamen ontmoedigt vrouwen. Ik vrees dat we rechten aan het inleveren zijn.”

DSC00775
Silke en Jip. Foto: Richard Japenga

Geeft het soms ook een bekrachtigend gevoel, dat je dit allemaal overwonnen hebt?
“Zeker. Nu we meer een sociaal vangnet hebben gaat alles eigenlijk beter. Dat is heel fijn. En tegelijkertijd blijft ook altijd in je achterhoofd dat het elk moment weer kan wegvallen. De laatste maanden is het ook gaan knagen dat ik geen andere jonge moeders zie op de UvA. En waarom al helemaal geen jonge moeders van kleur of uit lagere sociale klassen, bijvoorbeeld? Ze zullen er vast zijn, maar hebben geen toegang tot de weg naar het hoger onderwijs. Ik heb buitenom mijn gender veel geluk gehad, en zelfs voor mij is het een worsteling.

Het echte krachtige gevoel kwam eigenlijk pas het afgelopen jaar. Toen ik sociologie ging studeren kreeg ik weer het gevoel dat ik een plek voor mezelf creëerde in de wereld. Ik kreeg enorm veel energie van de goede studieresultaten die ik behaalde. Ik bloeide op, en met mij Jip.”

  1. Aanvullend programma voor gemotiveerde en talentvolle bachelorstudenten ↩︎
  2. Stichting Schreeuw om Leven is een christelijke ‘pro-life’-organisatie. Ze ageren onder andere tegen abortus. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bw

Justine van de Beek

Redacteur Harlot

Justine van de Beek (22) is overtuigd feminist en als socioloog gespecialiseerd in gender en seksualiteit.
Profielpagina