OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Afgelopen zaterdag had NOS op 3 een scoop over modern schandpalen: de grootschalige exposing van Marokkaanse en Turkse Nederlandse vrouwen in Telegramgroepen. In tientallen van deze online chatgroepen, die soms duizenden leden hebben, worden naaktfoto’s en -filmpjes plus contactgegevens van jonge vrouwen gedeeld. Leden van de groepen worden aangemoedigd deze vrouwen lastig te vallen. Met succes. Op slachtoffers, zoals Ouahiba, heeft exposing een vergaand effect. Familie en vrienden werden door onbekenden op haar foto’s en filmpjes aangesproken, en haar werkgever werd zelfs gebeld met de vraag waarom ze niet werd ontslagen. OneWorld sprak over deze shaming met Dounia Jari, voorzitter van de stichting Maruf, die zich inzet voor de zelfacceptatie van queer moslims.

Maruf heeft haar steun betuigd met de slachtoffers van deze praktijken. Kenden jullie dit fenomeen al?
“Zeker, en we zien uit de eerste hand hoe heftig het de jongeren met wie we samenwerken raakt. Velen zijn angstig om zichtbaar te zijn in termen van seksualiteit.  Het zwartmaken van elkaar op dit vlak zie je veel terug, niet alleen via seksueel getinte foto’s en video’s, maar ook bijvoorbeeld met foto’s van iemand die zich met een drag queen vertoont of die in een gay club komt. Exposing is heel erg. Zeker als je jong bent, en afhankelijk van je ouders, en wanneer familie-eer nog een grote rol speelt in je leven.

De term klopt eigenlijk niet. Ik snap dat mensen exposing gebruiken omdat de daders het zelf zo noemen, maar we gaan zo wel allemaal in hun frame mee: alsof deze vrouwen worden ‘ontmaskerd’. Alsof deze belagers de ‘ware aard’ van de slachtoffers openbaren. Het klopt niet. Shaming is een beter woord om dit fenomeen te omschrijven: vrouwen worden aan de schandpaal genageld.”

Hoe kun je shaming het beste aanpakken?
“Veel queer moslimjongeren zoeken mensen online op die op hen lijken, bijvoorbeeld op bepaalde apps of chatsites. Maar je weet nooit zeker of anderen die daar rondhangen, wel goede intenties hebben: dat is enorm lastig in te schatten. Wij drukken jongeren op het hart om voorzichtig en alert te zijn. Dat klinkt lullig, want je wilt eigenlijk liever zeggen: wees gewoon jezelf! Maar wij vinden dat je eigen veiligheid voorop staat. Als het niet veilig is om jezelf te zijn, kun je beter voorzichtig zijn en beseffen dat anderen mogelijk slechte intenties hebben.”

Hoe ga je om met het mogelijke misbruik van dit fenomeen door een rechtse agenda, door de framing van deze shaming als een typisch islamprobleem? Er zijn Marokkaans en Turkse Nederlandse vrouwen die juist oproepen tot het scherp benoemen van dit specifieke issue, omdat het breder trekken bagatelliserend werkt.
“Daar zijn we bij Maruf altijd voorzichtig mee. Het is heel moeilijk omdat je al snel islamofobe geluiden versterkt. Tegelijkertijd blijven we er ons over uitspreken: bij dit geval, maar ook bijvoorbeeld bij de Orlando Shooting. We hadden er toen voor kunnen kiezen om, omdat de dader moslim was, het te negeren. Maar dat deden we niet.

Tegelijkertijd willen we benadrukken dat hetzelfde fenomeen ook elders voorkomt: denk aan slutshaming binnen studentenverenigingen of de situatie van Onur, de 15-jarige Turks-Nederlandse jongen in Enschede die na het uitlekken van een naaktfoto zelfmoord pleegde. Het is belangrijk in het oog te houden dat moslimjongens bepaald niet de enigen zijn die zich schuldig maken aan shaming. Maar leed kun je niet meten en met elkaar vergelijken. Het is niet bijster nuttig om aan ‘Oppression Olympics’ te doen. Maar dit probleem heeft natuurlijk wél specifieke aandacht nodig.”

“Het draait om macht: deze jongens blijven zelf anoniem, maar hebben een groot effect op de meisjes die ze shamen. Vaak gaat dat helemaal niet om iets wat die meisjes écht hebben gedaan. Ik las bijvoorbeeld dat een meisje ‘ge-exposed’ werd omdat ze een te kort rokje of te dunne panty aan had. Ik werd vroeger op de middelbare school geslutshamed terwijl ik helemaal niet seksueel actief was. Het gaat nergens over.”

Bij de #MeToo-beweging draaide het vooral om de verhalen van witte vrouwen. Het perspectief van slachtoffers van kleur of met een islamitische achtergrond kwam nauwelijks naar voren. Yasmien Naciri schreef in De Morgen dat de drama’s achter deze ‘expose-cultuur’ ook een #MeToo waard is.
“Ik zou graag willen dat de #MeToo-beweging inclusiever wordt, maar ik zie het niet gebeuren. Ik merk, ook bij mezelf, dat mensen van kleur meer moeite hebben met zichtbaar zijn. Zij verkiezen veiligheid vaak boven zichtbaarheid. Als je op sommige manieren toch al van de norm afwijkt en het gevaarlijk is om jezelf te tonen, bijvoorbeeld omdat je de eer van je familie op je schouders gelegd krijgt, is het soms aantrekkelijker om je verborgen te houden.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bw

Justine van de Beek

Redacteur Harlot

Justine van de Beek (22) is overtuigd feminist en als socioloog gespecialiseerd in gender en seksualiteit.
Profielpagina