OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het was 1968 toen een groep van honderd vrouwen in New Jersey tegen
het alledaagse gebruik van de beha protesteerde. Beha’s en andere vormen van vrouwelijke objectificatie vonden ze onderdrukkend. Ter gelegenheid van de Miss America-verkiezing verzamelden ze patriarchale voorwerpen in een blikken vuilnisbak waar ze ‘vrijheid’ op hadden gestift. De vuilnisbak werd een prominent onderdeel van de verslaggeving over het protest en baarde een van de grootste mythes rond de vrouwenbeweging ooit – behaverbranding. De beha’s werden helemaal niet in brand gestoken.

Caresse Crosby kreeg in 1914 het patent op de bustehouder of brasserie. Daarmee introduceerde het merk de ‘beha’ zoals we hem vandaag kennen. Aanleiding was de Eerste Wereldoorlog, die westerse genderrollen in de war schopte: vrouwen hadden voortaan praktische, ‘comfortabele’ onderkleding nodig om in fabrieken te werken, terwijl de mannen aan het front vochten. En hoewel de beha de boezem in het begin nog afvlakte, moest die vanaf de jaren ’30 juist vrouwelijke vormen benadrukken.

Continu de balans vinden tussen sexy en sletterig; alles voor de complexe bevrediging van het mannelijk oog

De beha ging bijdragen aan het jeugdige schoonheidsideaal: ronde en parmantige borsten met een gleufje in het midden. Tegenwoordig is het zowel in het Westen als daarbuiten vanzelfsprekend om dagelijks een beha te dragen. Als tieners overlegden mijn vriendinnen en ik regelmatig over alle trucjes die een beha onzichtbaar konden doen lijken onder een wit T-shirt. Was dat nu een zwarte beha of juist een witte? We moesten continu de balans vinden tussen sexy en sletterig; alles voor de complexe bevrediging van het mannelijk oog.

Net als behaverbanding is de seksualisering van borsten gestoeld op een mythe. Borsten zijn een orgaan zoals elk ander, een functioneel element uit de natuur dat ook onze koemelkconsumptie voedt. Toch achtervolgt de censuur erop ons overal: borstvoeding geven in het openbaar is nog steeds taboe en vrouwentepels zijn verboden op alle populaire sociale media, terwijl een plaatje van een man in zijn blote torso wel kan. Hoewel het dragen van beha’s bij het sporten of een grote cupmaat veel vrouwen juist comfort geeft, is de voorgevormde beha nog te vaak een esthetische controle op vrouwenlichamen.

Het was een meeslepende gedachte: boze, ongeschoren feministen, hun borsten vrij van dwang, terwijl ze beha’s in brand staken om hun bevrijding op te eisen. Onterecht leidde dat stigma ertoe dat feminisme een niche bleef. In het Westen was er tot de #MeToo-beweging geen breed gedragen maatschappelijke discussie over vrouwelijke seksuele zelfbeschikking. Toch is dat waar feminisme over gaat: zelfbeschikking in de breedste zin van het woord. Omdat mijn cupmaat het toelaat, draag ik al drie jaar geen beha meer. Zolang de vrije keuze daartoe uitzonderlijk blijft, zal seksisme nog geen definitieve exit doen uit onze kledingkasten.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Screen-Shot-2018-04-30-at-13.18.17

Hélène Christelle Munganyende

Columnist

Munganyende Hélène Christelle (1993) telt bewogen levensjaren tussen Kigali, Eindhoven en Brussel. Ze is essayist en een van de drie …
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)