OneWorld presenteert:

Word vriend van OneWorld

Verandering begint bij bewustwording! Daarom zetten wij ons dagelijks in voor onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld. Soms onderzoekend, soms activerend maar altijd constructief en oplossingsgericht.

Steun onze missie, draag bij aan een eerlijke en duurzame wereld!

  • Verhalen die ertoe doen, van mensenrechten tot duurzaamheid
  • Ontvang het magazine: print en/of digitaal
  • Word onderdeel van de grootste eerlijke, duurzame community van Nederland
Ja, ik word vriend (€4 per maand)

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Afgelopen maandagavond hield Mahmoud Hassino (43) de Vrijheidslezing in De Balie. Hassino is initiatiefnemer van de Mr Gay Syria-verkiezing in 2016, en een zeer uitgesproken Syrische homoseksueel. Hij woont in Berlijn en begon daar een belangenorganisatie voor queer vluchtelingen, die zich toelegt op de juridische ondersteuning van mensen die vastlopen in het overbelaste Duitse asielvangnet.

Publiek geheim

“Berlijn? Je hebt wel het homoparadijs uitgekozen!” zeg ik. Hassino trekt zijn wenkbrauwen op. “Voor mij was Syrië een homoparadijs. Het is na zoveel jaar oorlog en de gruwelijke beelden op het nieuws misschien niet te geloven, maar er bestond een hoge tolerantie voor seksuele minderheden in Syrië.”

“In Damascus waren cafés waarvan iedereen wist dat we elkaar daar ontmoetten”, vervolgt hij. “Op een dag liep een man onze vaste koffietent binnen en schold ons uit. De heteroseksuele eigenaar zette hem er onmiddellijk uit. Toen ik hem vroeg waarom, zei hij: ‘Wie jullie zijn en wat jullie doen is niet mijn zaak. Maar jullie zijn mijn trouwste klanten en maken deze plek tot wat hij is. Daar laat ik niets of niemand tussenkomen.’ In elk dorp wist men wie er gay was. Daar sprak je verder niet over, maar als iemand van buitenaf iets kwaads over zo iemand zei, werden mensen defensief. Er was een soort bescherming, zo van: hij is een van ons’. En er werden grappen gemaakt hoor. Als ik het huis van een minnaar uitliep, werd ik op straat geplaagd. ‘En? Plezier gehad?’”

Maar hoe zat het dan met acceptatie door ouders en directe familieleden? Hassino: “Ik zal eerlijk zijn, ik raadde mensen altijd af om uit de kast te komen. Je weet nooit hoe het gezin of de familie reageert. Dat weten witte homojongens hier al niet, wanneer ze uit de kast komen. Het grote verschil is dat daar vrijwel niemand op zichzelf kon wonen, vanwege de slechte economische situatie. Dus je riskeerde dat je leven een hel werd: dat je op straat werd gezet of juist werd opgesloten, en je kon nergens heen. Overigens heb ik het gevoel dat de situatie voor moslimjongeren hier even moeilijk is, zo niet moeilijker.”

Tijdens mijn bezoek aan de informele Syrisch-Palestijnse vluchtelingenkampen in Dahya in Zuid-Beiroet, vertelden verschillende lesbische en biseksuele Syrische activisten me dat de eerste weken van de volksopstanden als ‘seksuele wittebroodsweken’ voelden. ‘Voor het eerst zoenden we openlijk en vreeën we met elkaar”, vertelden ze met glinsterende ogen. Herkent Hassino dit beeld?

“Absoluut. Zelf was ik al lang uit de kast en had ik mijn eerste seksuele ervaringen veel eerder, maar ik weet dat voor veel jongeren en studenten de politieke revolutie en seksuele zelfontplooiing hand in hand gingen.”

Risico van onthoofding

Hassino heeft een bijzondere achtergrond. Zijn ouders waren liberale soenitische moslims die als hoogopgeleide arbeidsmigranten in Saoedi-Arabië werkten. Hij groeide op in de pelgrimsstad Medina en zat op een strenggelovige jongensschool. “Maar ik geloofde niet. Ik heb nooit in God geloofd. Op mijn tiende ben ik naar mijn vader gegaan en heb ik hem dat verteld. Het enige wat hij zei, was: ‘Prima, maar houd je mond want anders worden we allemaal onthoofd.’”

“Die angst voor onthoofding was reëel. Toen ik zestien was, gingen we als schooluitje naar de publieke onthoofding van een homoseksuele man. Het was begin jaren negentig en er was veel media-aandacht voor de hiv/aids-epidemie. Homomannen werden als grote daders gezien. Toen kreeg ik het echt benauwd. En ik niet alleen ik – iedereen wist dat wij jongens met elkaar experimenteerden, bij gebrek aan meisjes. Maar voor mij was het geen experiment. Eerst kon ik vanwege mijn ongeloof worden onthoofd en nu ook nog vanwege mijn geaardheid. ‘Hoe ga ik dit overleven?’ dacht ik steeds.”

“Pas twee jaar later kon ik in Syrië gaan studeren. Daar vond ik mijn vrijheid. Syrië had een grote ondergrondse gay scene en kende veel religieuze facties, sektarische groeperingen, agnosten en atheïsten. Overigens wisten vrijwel al mijn klasgenoten in Saoedi-Arabië al dat ik niet gelovig was. Tijdens het gebed porden ze me regelmatig in de zij omdat ik niet oplette en niet op tijd knielde. Ik plaagde hen ook. Zo floot ik openlijk [wat volgens sommige islamieten niet mag, omdat je dan djinns uitnodigt – red.]. en sprak vervolgens vervloekingen tegen de djinns uit. ‘Wat doe je?’ riepen mijn klasgenoten dan geschrokken. Ik zei: ‘Ik nodig de geesten uit en pest ze.’ Tot de dag van vandaag noemen m’n oude vrienden me de djinn-vechter.”

Queer vluchtelingen

Over de situatie van queer vluchtelingen in Europa is hij somber. “Hoe de EU met vluchtelingen omgaat is inhumaan, maar hun opstelling jegens LHBTIQ-vluchtelingen is ronduit dramatisch. De richtlijnen van de Europese Commissie zijn heel duidelijk: LHBTIQ’ers verdienen net als religieuze minderheden, mensen met een handicap, alleenstaande vrouwen en minderjarigen speciale bescherming. De meeste EU-landen hebben geen specifiek roze asielbeleid. En de landen die dat wel hebben, zoals Nederland, stellen absurde eisen aan LHBTIQ’ers, die moeten bewijzen dat ze echt zijn wie ze zeggen te zijn.

Ik heb het geluk dat de federale overheid van Berlijn de wet- en regelgeving gunstig interpreteert; Berlijn spant zich echt in voor de opvang en bescherming van LHBTIQ-vluchtelingen. In de rest van Duitsland en in andere EU-landen is het een ander verhaal. En dan nog: de meeste LHBTIQ-vluchtelingen die ik ken, hebben een tijdelijke asielstatus. Dat betekent dat ze elk moment kunnen worden uitgezet. In het huidige politieke klimaat is het een kwestie van tijd voor het zover is.”

Dat er geregeld sprake is van geweld tegen LHBTIQers in asielzoekerscentra, verrast hem niet. “Bestudeer psychologie! In elke situatie waarin mensen in grote groepen en onder hoge druk worden samengebracht, ontstaat strijd om de schaarse voorzieningen. Dit zie je in gevangenissen, scholen, zelfs in een thuissituatie. Wat gebeurt er als je met veel kinderen in hetzelfde huis woont? Je vecht wie er als eerste de badkamer in mag. De sterkste wint. Wat er in de opvangkampen gebeurt, is hetzelfde als waar de media en politici zich schuldig aan maken: pesterij. Homogeweld opvoeren als reden dat vluchtelingen hier niet passen is puur racisme. Zet een paar honderd witte mannen bij elkaar en ze doen exact hetzelfde.”

 

Vast in een wit racistisch systeem

Hassino voelt zich geen slachtoffer, wel een gevangene. “Toen de oorlog in Syrië uitbrak, ben ik naar Istanbul gevlucht. Ik had daar een leven, een succesvolle onderneming, maar mijn paspoort verliep en de Syrische ambassade gaf duidelijk te kennen dat ze me geen nieuwe papieren zouden geven. Uit angst staatloos te worden ben ik naar Europa gevlucht. Ik hoopte een asielstatus te krijgen en was van plan dan weer terug te keren. Maar een korte procedure werd een lang bureaucratisch proces, en ondertussen verslechterde de situatie in Turkije voor mensen als ik enorm.

Nu zit ik al vier jaar vast in een wit, racistisch systeem en woon ik in een samenleving waar mensen je als profiteur zien en je voortdurend vertellen dat je terug naar huis moet. Naar huis? Welk huis? Ik wilde Syrië nooit verlaten. Jullie wetten en verdragen geven ons het recht op asiel, maar als we daar gebruik van maken, worden we tot criminelen bestempeld,” Hassino lacht schamper, maar is zichtbaar geëmotioneerd.

“Nog zoiets raars: ik ben nooit moslim geweest maar sinds ik in Europa woon, word ik overal moslim genoemd.” Hij vindt de islamitische gemeenschappen in Europa overigens ongekend conservatief. “De moslims hier moesten eens weten wat er onder hun generatiegenoten in de Arabische wereld speelt. Ze zouden eens met m’n moeder moeten praten!”, giechelt hij. “Die zei tegen me: ‘Je kunt best homo en moslim tegelijk zijn, hoor. Dat je homo bent is prima, maar blijf toch alsjeblieft moslim.’”

Aan het eind van het gesprek verzucht hij: “Soms lijkt het of we onze aanwezigheid hier moeten verkopen met rampverhalen. Voor de duidelijkheid: ik ben geen slachtoffer. Ik ben hier zelfstandig gekomen met een legitiem toeristenvisum – vlak voor mijn paspoort definitief verliep. Ik ben niet zielig. Ik spreek de taal hier. Ik begrijp het systeem. Ik ben trots op mijn geaardheid. En ik ben géén moslim. Ja, mijn hart breekt voor Syrië, maar ik heb mijn hoop op de Syriërs gevestigd. Op Facebook word ik massaal gevolgd door conservatieve moslims. Wanneer ik hun vraag waarom zij mij volgen, terwijl ik zo openlijk homo ben, antwoorden ze: ‘Als iedereen zich met zoveel overtuiging zou inzetten als jij, zou ons land nog één zijn.’ Daarom geloof ik in mijn landgenoten.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
mounir2018-2

Mounir Samuel

Mounir Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog, auteur en journalist. Hij onderzoekt sociale trends en maatschappelijke …
Profielpagina