Ontwikkelingswerk = doormodderen

17-04-2009 Bron: IS Online
Waterpomp in Malawi

Wat is er simpeler dan het slaan van een waterpomp? Veel, heel veel, zo blijkt. Wanneer een pomp niet wordt behekst, dan is er wel een chief die dwars ligt of een watercomité dat niet functioneert. Met journalist en ontwikkelingsdoe-het-zelver Ralf Bodelier op pad langs vier nieuwe pompen in Malawi.

Volledige openheid en volledige anonimiteit. Dat is de afspraak met organisatie X, een club particulieren die ontwikkelingsprojecten opzet in Malawi. Want sinds Arend-Jan Boekestijn niet meer wordt tegengesproken wanneer hij toetert dat ontwikkelingshulp is uitgedraaid op een volledige mislukking, wil organisatie X geen Gekke Henkie zijn. Laat anderen hun vuile was maar buiten hangen. Organisatie X doet waarvoor ze op aarde is: extreem arme Malawia-nen helpen met water en landbouwadvies. Nee, er raakt geen geld zoek. Nee, er blijft niets aan de strijkstok hangen. Nee, er is geen ruzie in de tent. En nee, projecten raken niet in het slop. Feitelijk lukt alles wat organisatie X op poten zet. Maar het gaat vaak wel ánders, trager, moeizamer en rommeliger dan gehoopt.

Pomp een: behekst
De dorpen waar organisatie X werkt, liggen niet ver van het Malawimeer, op twee uur lopen van de verharde weg. De zon brandt en de natuur loeit. De boeren op hun akkers zwaaien en roepen. De chief trakteert op maïsbier. En de pomp? Pomp nummer één? Ja, de pomp pompt. Het water straalt vol in de kommen en emmers waarmee de vrouwen komen aanlopen. Deze pomp, zegt een Malawiaanse ontwikkelingswerker die voor organisatie X werkt, is drie jaar geleden geslagen.
Hoe zoiets gaat? Dat gaat zó. Eerst liet organisatie X een onderzoek doen. Drie Malawiaanse medewerkers, gewapend met pen, schrijfblok en veel vragen, onderzochten hoe de bewoners ervoor stonden. Waar haalden ze nu hun water? Hoe schoon was dat water? Hoeveel kinderen hadden diarree? Welke andere organisaties waren er aan het werk? En waarom was het niet mogelijk om zélf een put te slaan?
Toen werd er gepraat. Met de chief en met diens baas, de village headman. En met de bewo-ners die organisatie X om een echte pomp hadden gevraagd. Er werden afspraken gemaakt over verantwoordelijkheden en onderhoudskosten, over landrechten en bewaking. Vervolgens werd een aannemer besteld. Hij kwam uit de grote stad, met een zware truck zwoegend door het landschap. Hij deed onderzoek, peilde de diepte van het grondwater en raasde met zijn boor vijftig meter diep door de rotsige bodem, tot het water omhoog spoot. De vrouwen dans-ten en kookten maïspap. De mannen mengden het cement en groeven afvoerkanalen. En toen stond er een echte dorpspomp van staal en beton die vers water levert voor meer dan driehon-derd mensen.

Satan
“Helaas. Vijf families wilden het niet drinken”, zegt de ontwikkelingswerker. Een dag later haalden de vrouwen hun water weer van de oude modderige poel in het dal. De poel waar de ratten wonen, waar ’s nachts de honden drinken en waar ze zélf zo graag vanaf wilden.
De ontwikkelingswerker begreep het niet. En de dorpelingen zwegen. Totdat een van de vrouwen haar mond open deed. Het probleem was satanisme. De pomp was behekst, omdat ze betaald was met geld van blanken. Wie het water dronk, zou zijn kinderen verliezen, zijn oogst zien verschrompelen en door God geslagen worden met de gruwelijkste ziekten.
Wat volgde was topoverleg. De ontwikkelingswerker, de chief, de village headman en het watercomité vergaderden. Ze besloten satan te bestrijden en een ritueel uit te voeren om de vloek op te heffen. Zo geschiedde. Twee maanden nadat de pomp was geslagen kon hij einde-lijk door iedereen worden gebruikt. En organisatie X heeft ervan geleerd. Geen pomp wordt nog geslagen, zónder hem op rituele wijze tegen duivels, heksen en geesten in te zegenen.
Pomp twee: dorpshoofd ligt dwars
Pomp twee ligt in een aanpalend dorp, enkele kilometers verderop, midden tussen de hutten. Dat hij er ligt, zegt de ontwikkelingswerker, mag gerust een godswonder heten. Opnieuw lag er een vraag van het dorpscomité. Ze wisten van organisatie X, ze hoorden dat de diarree in het buurdorp dramatisch was afgenomen en dat er zelfs water was om de akkers te bevloeien. Dat wilden ze ook en dus schreven ze een brief.
Opnieuw kwam er een vooronderzoek, opnieuw werd vergaderd. Opnieuw werden afspraken gemaakt. En opnieuw kwam de zware truck met zijn boorapparatuur, zwoegend door het land-schap. De locatie voor de pomp bleek ideaal: pal boven een ondergrondse stroom en in het centrum van het dorp. Daarop ging het mis. De chief, morsig en machtig, trad naar voren en verordonneerde dat de pomp een kilometer verderop zou worden geslagen. Heuvelopwaarts en naast zijn hut.
De voorzitter van het watercomité stond op en sprak hem tegen. Niet alleen de chief, het hele dorp had recht op water. Madzi ndi moyo zei hij, ‘water is leven’. Dat zal best, meende de chief. Maar een chief is een chief en de pomp moest naast zijn huis. Vervolgens sprak de vil-lage headman. En de vicevoorzitter van het watercomité. Daarop nam de chief weer het woord. Aan de hemel schoof de zon en de aannemer keek op zijn horloge. Drie uur duurde het palaver. Tot de driller zijn machines weer inpakte en de truck vertrok, terug naar de grote stad, zwoegend door het landschap.
Toch staat de pomp er nu. En onder de volle straal zit een peuter en schatert. De redding kwam van de dorpelingen zelf. Zij dreigden de chief af te zetten, wanneer die bleef vasthou-den aan zijn eis. De chief koos eieren voor zijn geld. Een paar weken later keerde de truck met de boorapparatuur weer naar het dorp terug. De bore hole driller joeg het harde staal door de rotsen tot het water omhoog spoot en iedereen danste tot diep in de nacht. Nee, zegt de ontwikkelingswerker, dit had organisatie X niet kunnen voorzien. Dit had niemand kunnen voorzien. Maar vervelend is het wel.

Pomp drie: succesnummer
Ogenschijnlijk is pomp nummer drie een succesnummer. Ja, ze ís een succesnummer. En dat is te danken aan één man. Aan meneer Phiri. Hij is een gedreven figuur, met een bril op zijn neus en sandalen aan zijn voeten waardoor je meteen weet dat hij het voor het zeggen heeft. Het was meneer Phiri die de brief schreef aan organisatie X. Het was meneer Phiri die de chief en de village headman bij het project betrok en het was meneer Phiri die op voorhand al een ritueel uit liet voeren om het satanisme op afstand te houden. Meneer Phiri is geweldig, vond organisatie X en liet vervolgens iets héél belangrijks na. Ze verzuimde het om goede afspraken te maken over de rechten op de grond waarop de pomp nu staat. En dat land be-hoort toe aan… meneer Phiri. Daarom haalt meneer Phiri het geld ook op voor het onderhoud en beslist hij wie wel en niet in het watercomité mag. Kortom, meneer Phiri, en niet het dorp, is eigenaar van de pomp en dát had organisatie X moeten voorkomen.
Pomp vier: geldgebrek
Ook pomp vier werkt. Alle pompen werken. Maar wanneer pomp vier onverhoopt stuk gaat, heeft het dorp een probleem. Pomp vier ligt in het dal, niet ver van de poel waar ’s nachts de honden drinken. Het onderhoud van de pomp is in handen van een watercomité van betrokken mannen en vrouwen uit het dorp. Het comité ging voortvarend aan de slag. Het koos uit zijn midden een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. Het stelde in een algemene dorpsvergadering statuten op en een reglement voor het onderhoud van de pomp. Alle gebrui-kers zouden maandelijks 50 kwacha inleggen. Het comité zou de hutten langsgaan om de con-tributie te innen. Binnen een jaar zou er 30.000 kwacha – 150 euro – in de kas moeten zitten, voldoende voor kleine reparaties. Maar in de kas zit niet meer dan 1000 kwacha. Het comité, zo ontdekte organisatie X, vindt het vervelend om de eigen buren om geld te vragen. Nu bidt de ontwikkelingswerker tot de goede God dat de pomp het nog lang zal houden.
Vier pompen, vier forse problemen. Hoe oordeelt de ontwikkelingswerker over zijn water-pompen? Niet slecht, zo blijkt. Want alle pompen werken en meer dan duizend dorpelingen beschikken nu over schoon water. En die problemen? Ach, ontwikkelen is nu eenmaal aan-modderen. Ontwikkelen is leren om op te staan wanneer je weer eens gevallen bent. Wanneer gaat Arend-Jan Boekestijn het dáár nu eens over hebben?

Ralf Bodelier

Ralf Bodelier is freelance journalist, debatleider, schrijver en onderzoeker....

Lees meer van deze auteur >

Reacties