Hoe interesseer je een investeerder voor natuur?

08-11-2016
Door: Hans Ariëns
Bron: OneWorld
Mole National Park in Ghana
Mole National Park in Ghana waar veel illegale houtkap plaatsvindt. Foto: Flickr.com/Creative Commons/Carsten ten Brink
Om natuur te kunnen behouden, moet je het economisch belang in geld uit kunnen drukken en investeerders interesseren. Dat leren deelnemers aan de Green Finance Academy van Nyenrode, IUCN NL, en Wageningen Universiteit.
Achtergrond – 

Hoe maak je business uit natuur? Met die vraag kwam Ghanees Daryl Bosu van de christelijke natuurbeschermingsorganisatie A Rocha naar de masterclass van de Green Finance Academy.

Het was geen academische vraag. Bosu vocht met A Rocha voor het behoud van de Ghanese bossen zoals de Atewa Forest Reserve tussen Accra en Kumasi en het Mole Nationaal park in het noorden. Tropisch hardhout zoals palissander uit de Ghanese bossen wordt massaal gekapt voor de Chinese markt. "We ruilen onze kwetsbare savannelandschappen in voor yuan", schreef Bosu op Facebook. En dat allemaal met toestemming van het ministerie voor Natuurlijke Hulpbronnen en de Forestry Commission, voegde hij bijtend toe.

"Mijn regering is er bijzonder op gespitst om verdragen over natuurbehoud te ondertekenen op internationale conferenties", zegt hij als hij te gast is bij IUCN NL in Amsterdam. "Maar dat vertaalt zich niet in actie in het veld. We horen tot de koplopers in ontbossing wereldwijd."

Shea butter

Dus was het zaak het economisch belang van natuurbehoud aan te tonen. A Rocha had al een partnerschap met IUCN Nederland. Dat wees Bosu op de Green Finance Academy, een nieuwe vijfdaagse cursus om duurzame en natuurprojecten aantrekkelijk te maken voor private financiers. Hij besloot er een businessplan op te stellen voor de duurzame productie van shea butter in Mole National Park, gewonnen uit de noten van de karitéboom.

Dat zou kunnen gebeuren met respect voor de natuur, en de lokale gemeenschappen een fatsoenlijk inkomen kunnen bezorgen. En met het ontwikkelen van alternatieven van koken op hout zou de illegale kap bestreden kunnen worden. Bosu: "We moeten ondernemingen opzetten die op de natuur gebaseerd zijn. Daarvoor moeten we lokale gemeenschappen empoweren en hen - en de Ghanese overheid - de link laten zien tussen natuurbehoud en inkomen. We hebben geen andere optie. Anders kunnen we alleen nog maar patrouilleren in de parken om houtkap te voorkomen."

Hij heeft flink veel opgestoken van de cursus, zegt Bosu. "Ik heb mijn netwerk uitgebreid en veel over businessmodellen geleerd. Voortdurend werd er op een drieslag gehamerd: je project moet economisch levensvatbaar zijn, ecologisch houdbaar, en maatschappelijk aanvaardbaar.

Je moest aan het einde van de cursus je businessplan pitchen voor een jury van experts, met financial and investment professionals en de directeur van het ABNAMRO Social Impact Fonds. Dat was pittig, ze waren behoorlijk kritisch. 'Je moet voor impact investeerders definiëren wat hun return on investment is', peperden ze me in. 'Dat kan ook sociaal rendement zijn, maar je moet het wel precies aangeven. En welk deel van de financiering van je project wil je in giften hebben, en welk in leningen?' Ze hebben me laten zweten, maar het was een goede exercitie."

Mobilising MoreDe Green Finance Academy is opgericht in een samenwerkingsverband van IUCN NL, Nyenrode Business Universiteit en Wageningen University and Research. Het komt onder andere voort uit MoMo, Mobilising More, een financieringsfaciliteit van Buitenlandse Zaken, ECN en IUCN NL. MoMo4 Climate helpt projecten die aanpassing aan en tegengaan van klimaatverandering bevorderen met expertise en toegang tot financiering. De jaarlijkse MoMo-Challenge voor klimaatvriendelijke businessplannen beleeft haar finale op 7 december bij het GIIN Investor Forum op 7 december. 49 Organisaties hebben voorstellen ingediend. Een jury kiest de twee beste uit, een op het gebied van adaptatie, een voor mitigatie. Elk ontvangt 30.000 euro aan seed capital.

Daryl Bosu staat niet alleen, zeggen Gerhard Mulder (IUCN NL) en Maike de Groot (Nyenrode University), verantwoordelijk voor de Green Finance Academy. Dat er behoefte is bij deelnemers uit de wereld van natuur- en milieuorganisaties blijkt nu de cursus voor de tweede keer bijna volgeboekt zit.

De Green Finance Academy is opgezet vanuit het Mobilising More-initiatief waarin Buitenlandse Zaken samenwerkt met IUCN NL en het Energieonderzoek Centrum Nederland. "Er is een tekort aan bankable groene projecten in ontwikkelingslanden. Dat merkte ontwikkelingsbank FMO ook toen ze Sustainability Bonds uit ging geven. Wij willen een brug bouwen tussen publiek en privaat geld en groene projecten. Private fondsen en natuur- en ontwikkelingsorganisaties spreken nog niet dezelfde taal. Wij kunnen voor onderling begrip zorgen."

Ze hebben me laten zweten, maar het was een goede exercitie

Binnen de financiële sector begint steeds meer aandacht te komen voor de waarde van natuurlijk kapitaal, zegt Mulder - die een verleden bij ABNAMRO heeft. "Een bankier investeert niet in iets wat ie niet begrijpt. En hij moet altijd het risico overwegen dat hij zijn geld niet terugkrijgt. Neem het voorbeeld van schoon water. Je kunt investeren in een waterzuiveringsinstallatie. Die staat dan voor 100 miljoen op de balans, maar dat geld moet je in vijf jaar afboeken. Schoon water kun je ook uit een wetland of een bos halen. Als je daarin investeert, houdt het zijn waarde. Maar dan moet het geld wel op een of andere manier terugkomen."

Privaat geld mobiliseren

En bij de overheid, in dit geval het ministerie van Buitenlandse Zaken, groeit het besef dat je publiek (ontwikkelings-)geld kunt gebruiken om privaat geld te mobiliseren. Mulder: "Je krijgt bij investeringen in natuur en milieu dan drie 'risicolagen'. Een laag met publiek geld dat niet per se terug hoeft te komen. Een laag met development finance, ontwikkelingsbanken die met hoog risico en laag rendement investeren. En een privaat gedeelte, waarin bijvoorbeeld pensioenfondsen actief zijn."

"We zijn bij de masterclass innovatief bezig", voegt De Groot toe. "De vraag: wie is de klant?, blijkt bij groene projecten vaak lastig te beantwoorden. Daarin verrichten we pionierswerk. En ook over de vraag: hoe zet je de economische waarde van ecosysteem-diensten in financiële waarde en cash flow om?" De cursus rust op drie pijlers: een deel Business Model Canvas - 'de standaard aanpak, waar je aan moet denken als je een onderneming opzet'. Dan een deel over het waarderen van ecosystemen met Dolf de Groot van Wageningen Universiteit. En een deel met wegwijs in de financieringsmogelijkheden zoals impact investment fondsen. De Groot: "De tendens is dat natuur- en ontwikkelingsorganisaties graag de businesskant willen ontdekken - en daar in sommige gevallen business developers voor aannemen - maar in hun aanpak en denken nog vasthouden aan hun natuurmissie."
Mulder: "Wij moeten baby's laten lopen. Als ze rechtop staan, startups zijn geworden, komen ze in aanmerking voor een accelerator-programma.

Wij moeten baby's laten lopen


Het tij voor financiering van groene projecten is gunstig omdat de financiële sector bescheidenheid heeft geleerd, analyseert hij. "Winstmaximalisatie voor de aandeelhouders is na de financiële crisis geen optie meer. Dat blijkt niet te werken. De bedrijven die het beste presteren, denken vanuit waarde, shared value. Daarin nemen ze ook hun werknemers mee, en ook hun toeleveranciers in de keten – dus ook de twintigduizend boeren op de theeplantages in Tanzania.

En investeren in de fossiele industrie wordt, ook vanuit het oogpunt van risicomanagement, steeds minder populair. Wordt dit het model voor toekomst, of is het een tijdelijke trend? Ik hoop het eerste, want dit soort investeringen zijn het beste voor alle betrokkenen."

Hans Ariëns

Hans Ariëns is de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld en was voor de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties