Henk Kamp is niet de bad guy van het klimaat

23-02-2016
Door: Hans Ariëns
Bron: OneWorld
Windmolenpark Egmond aan Zee gezien vanaf de boulevard
In onze reeks ‘Hoe verder na het Parijse klimaatakkoord’ spreken we deze keer energie-consultant Sjoerd Ankersmit. Hij constateert dat er niet wordt doorgepakt. “Is de Nederlandse overheid nog wel serieus te nemen?”
Interview – 

Is Henk Kamp de bad guy van het klimaat? Velen verdenken de VVD-bewindsman ervan dat hij de verduurzaming van de Nederlandse energie eerder wil traineren dan bespoedigen. In zijn recente Energierapport bestempelt hij dit jaar als het jaar van de Nationale Energiedialoog. Terwijl Nederland in Europa hopeloos achterloopt en we eigenlijk nu al weten dat we de doelen uit het Energieakkoord – 14 procent duurzame energie in 2020 – niet gaan halen. Het kwam hem onder meer op hoon te staan van ons nationale duurzaamheidsgeweten Arjen Lubach.  

Het gaat te ver om onze achterstanden in Henk Kamps schoenen te schuiven, betoogt energieconsultant Sjoerd Ankersmit.  Wel zwalkt het Nederlandse overheidsbeleid enorm. “In Duitsland heeft de overheid systematisch verduurzaming van de energievoorziening bevorderd met langlopende subsidieregelingen. Op goede dagen kan Duitsland daarom nu al 70 procent van de totale energiebehoefte uit zon en wind halen. In Nederland hebben subsidieregelingen zelden een kabinetsperiode overleefd. Het investeringsklimaat voor windmolenparken en grootschalige zonneënergie is daardoor te onzeker. De filosofie is altijd geweest dat zoveel mogelijk aan de markt moest worden overgelaten, zelfregulering was het motto.” 

Ter discussie 

Een schrijnend voorbeeld van het Nederlandse gehannes vond vlak voor kerst plaats, amper twee weken na het Klimaatakkoord. De Eerste Kamer torpedeerde Kamps Wet Stroom, die onder meer de splitsing van energiebedrijven in netbeheerders en energieproducenten en –handelaars regelt. Een meerderheid van de Eerste Kamer was gevoelig voor de lobby van de twee nog niet gesplitste energiebedrijven – Eneco en Delta – die bang zijn voor een buitenlandse overname als ze kleiner worden gemaakt. Dat zou wel eens arbeidsplaatsen kunnen kosten.  

Met de Wet Stroom verdween ook een bepaling om windmolenparken op zee aan het net te koppelen – van groot belang voor de verduurzaming van de energievoorziening. “Dat is typisch Nederlands: alles staat continu ter discussie. De sense of urgency lijkt te ontbreken. Ben je als overheid dan nog wel serieus te nemen?”, vraagt Ankersmit zich af. De splitsing van energiebedrijven is feitelijk al tien jaar geleden geregeld, en is onvermijdelijk, zegt hij, maar er moet nu in allerijl een noodwet worden gefabriceerd om de aanleg van windmolenparken niet te zeer te vertragen. 

Het verwerpen van de Wet Stroom is typisch Nederlands: alles staat continu ter discussie


Het is na Parijs een kwestie van doorpakken, maar dat gebeurt dus niet. In plaats daarvan, zegt Ankersmit, wordt er eindeloos gepolderd. Zoals gebeurt met de plaatsing van windmolens, die telkens weer onderwerp van politieke discussie wordt. “Je kunt niet volhouden dat niemand er hinder van heeft. Elke maatregel om te verduurzamen heeft impopulaire bijwerkingen, maar wegen die op tegen de beperking van de CO2-uitstoot die je realiseert?”  

De gaskraan – gedeeltelijk – dichtdraaien, we doen het wel vanwege de aardschokken en het bijbehorende maatschappelijke protest in Groningen. Maar voor het klimaat zou dat niet gebeurd zijn.  

‘Watertrappelen op dezelfde plek’, noemt Sjoerd Ankersmit het huidige beleid. We hebben miljoenen besteed aan subsidieregelingen voor schonere auto’s. De leaserijder kocht er voor een prikkie een dikke Mitsubishi Outlander van – of een andere plug-in hybride – die  in de praktijk evenveel vervuilt als zijn niet-gesubsidieerde concurrenten omdat leaserijders niet gemotiveerd zijn om ‘m op te laden. 

Serieuze voorbereiding op de energietransitie vergt ander beleid. “We hebben nu nog geen systemen die voorbereid zijn op de overgang naar duurzame energie. Als we morgen met z’n allen elektrisch gaan rijden, valt overal het licht uit.”

In de huiselijke omgeving kunnen we al binnen tien jaar over naar duurzame zelfvoorziening, voorziet Ankersmit. Met zonnepanelen kun je je auto en huis van stroom voorzien. Tesla, de fabrikant van Ankersmits ‘model S’, verkoopt al de ‘Powerwall’, een thuisbatterij die met zonnepanelen opgeladen kan worden. Die levert ’s avonds en ’s nachts stroom en fungeert als backup-voorziening. Warmtepompen kunnen voor verwarming zorgen. “Dan heb je geen aansluiting aan het net meer nodig, en kun je off the grid gaan.” 

Maar zo’n ontwikkeling – waar veel mensen vrolijk van worden – wordt niet gestimuleerd. Salderen – zelf opgewekte energie terugleveren aan het net en dat laten verrekenen met je verbruik – kost de overheid te veel misgelopen energiebelasting en dreigt te worden afgeschaft. En voor Ankersmit gaat het huidige salderen ook niet ver genoeg omdat iedereen een standaardtarief terug krijgt. De burger moet in staat worden gesteld, vindt hij, zelf in zijn opgewekte energie te handelen.  

De energiereuzen zullen zich in ieder geval moeten aanpassen, of ten onder gaan

Met de opkomst van de zelf opwekkende burger verandert ook de rol van de energiebedrijven. Ankersmit ziet verschillende overlevingsstrategieën, waarbij bedrijven hun business steeds meer uit service halen in plaats van energielevering. Eneco zet bijvoorbeeld in op Toon, de slimme thermostaat en energiemeter die ‘leert’ van het energieverbruik in huis. “Met maatschappelijk kapitaal de markt opgaan”, constateert Ankersmit kritisch, omdat de overheid een meerderheidsbelang heeft in Eneco als niet-gesplitst bedrijf. Andere energiebedrijven bereiden zich voor op een nieuw leven als leverancier van ‘energiediensten’, bijvoorbeeld als facturatiekantoor voor de levering tussen verschillende decentrale opwekkers van duurzame energie – dat kunnen ook jij en je buurman zijn.  “De energiereuzen zullen zich in ieder geval moeten aanpassen, of ten onder gaan.” 

Henk Kamp zal dat niet meer meemaken. Volgend jaar neemt hij afscheid van de politiek. Zijn opvolger moet het bijna onmogelijke verrichten: het aandeel duurzame energie (in 2014 5,6 procent) een gigantische slinger geven naar 14 procent. En dat in een goede twee jaar. 

Hans Ariëns

Hans Ariëns is de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld en was voor de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties