“Het grootste nationale belang is overleven”

17-08-2010
Door: Frans Bieckmann
Bron: IS Online
Maurice Strong

Het was de Club van Rome die in 1972 met haar rapport Limits to Growth de milieuproblematiek op de wereldkaart zette. Maar achter de schermen werd toen al gewerkt aan de eerste mondiale milieuconferentie, die in 1972 in Stockholm werd gehouden. Secretaris-generaal van deze VN-bijeenkomst was Maurice Strong, die als Canadees topindustrieel (onder meer als algemeen directeur van een aantal zeer grote gas-, olie en waterbedrijven), VN-medewerker, buitenlandminister en hoofd van het Canadese ontwikkelingsdepartement CIDA al een groot en invloedrijk internationaal netwerk bezat. Dat zette hij in om overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties te betrekken bij zijn niet aflatende pogingen de dreigende milieucatastrofes het hoofd te bieden. Hij zou een belangrijke stille motor blijven achter veel van de grote milieu-initiatieven die in de decennia daarna volgden. Hij werd de eerste directeur van de nieuwe VN-milieuorganisatie UNEP en speelde een belangrijke rol in het op gang brengen van het IPCC, het wereldwijde onderzoeksnetwerk dat het klimaatprobleem wetenschappelijk onderzoekt. In 1992 leidde hij de UNCED-conferentie in Rio de Janeiro (The Earth Summit) en legde de basis voor verdere actie op het gebied van milieu met de Agenda 21. En, niet te vergeten, hij stond aan de basis van het Earth Charter, samen met mensen als Michael Gorbatsjov en Ruud Lubbers. Sinds een aantal jaren brengt Maurice Strong zijn tijd vooral in China door, waar hij overheid en bedrijven van de nieuwe wereldmacht van advies voorziet.

U speelde geen actieve rol tijdens de grote klimaatconferentie in december, maar hebt deze natuurlijk wel met grote aandacht gevolgd. Waarom is ‘Kopenhagen’ volgens u mislukt?
“Door een combinatie van factoren. Ten eerste: regeringen waren er nog niet klaar voor. Obama bijvoorbeeld had zijn zaken nog niet op orde wat betreft klimaatverandering. Ten tweede: de conferentie werd niet goed voorgezeten door de Denen. En tot slot: de Verenigde Naties waren ook niet op hun best daar. Bij dit soort conferenties gaat het er om regeringen iets verder te duwen dan ze bij aanvang bereid zijn te gaan. Dat gebeurde niet.
Het meest opvallende van Kopenhagen was de verklaring die de VS en China – de G2 – aan het einde deden uitgaan. Inhoudelijk stelde het niet zoveel voor, maar het bevestigde de centrale positie van China in de internationale verhoudingen. De economische vooruitgang die China heeft geboekt, heeft het land nu ook veel meer politieke macht gegeven.”

U heeft het over ‘afdwingbaarheid’ van afspraken. Wat bedoelt u daarmee?
“Er zijn al heel wat akkoorden afgesloten in de afgelopen decennia. Maar we hebben er niet naar gehandeld. Er moeten dus bepalingen komen over wat er gebeurt als regeringen zich niet houden aan door hen ondertekende overeenkomsten. Zonder dat zal de toekomst van de wereld niet echt veelbelovend zijn. Ik vind dat we op de Rio+20 conferentie in 2012 niet opnieuw het wiel moeten gaan uitvinden, maar moeten zorgen dat eerder aangegane verplichtingen worden nagekomen. Er moet een duidelijk controlesysteem komen, inclusief boetes en bestraffing. Als we dat vanaf het begin hadden gedaan, hadden we nu niet in de problemen gezeten.”

Dat vergt politieke wil van regeringsleiders en andere invloedrijke personen. U heeft een heel groot internationaal netwerk. Ziet u signalen van deze politieke wil?
“Er is een hoge graad van bewustzijn. Al is de publieke steun voor echte actie tegen klimaatverandering wat teruggelopen. Doordat we een koude winter achter de rug hebben in het noorden van de wereld, zien we de urgentie wat minder. Maar dat komt ook door de economische crisis. Klimaatverandering is veel ingrijpender, maar die andere thema’s spelen op veel kortere termijn.
Onder politici zijn het vooral de milieuministers die voor actie pleiten, maar die zijn niet erg invloedrijk binnen hun regeringen. Hun stem staat tegenover de veel machtiger economische beslissers en de minister van Financiën. Ook op internationaal niveau is dat het geval: de VN-milieuorganisatie UNEP heeft geen plek aan de economische onderhandelingstafels.”

Wat valt daar tegen te doen?
“Er moet meer druk vanuit de bevolking komen. We moeten een beweging op gang brengen die de politici onder druk zet. De mensen, de maatschappelijke organisaties, moeten zich mobiliseren. Politici komen vooral in actie onder publieke druk. Ze zullen niet uit zichzelf het initiatief nemen, maar als de mensen aandringen, bewegen ze wel.”
U omschreef uw eigen aanpak in uw biografie als ‘never to confront but to co-opt’. Nu pleit u voor straf, voor ‘name and shame’ van de landen of bedrijven die zich niet houden aan milieuafspraken.
“Inderdaad. Ik zeg dat al een tijdje. We moeten de landen die niet meedoen confronteren met hun gebrek aan actie.”

Gaat het alleen om landen? Of ook om bedrijven?
“Ik vind dat er geen fundamentele tegenstelling is tussen succesvol winstgevend ondernemen en verantwoordelijk omgaan met het milieu. Ik heb dat zelf ook in praktijk gebracht. Toen ik het grootste elektriciteitsbedrijf van heel Noord-Amerika leidde, werd ik bekritiseerd om het invoeren van een energiebesparingsprogramma dat 700 miljoen dollar kostte. Het idee dat je efficiënter met energie moest omspringen, stond veel mensen tegen. Want hoe meer energie er gebruikt werd, hoe meer winst we zouden maken. Toen ik bij dat bedrijf begon, verloor het bedrijf 3,5 miljard dollar per jaar. Toen ik wegging had het de grootste winst in zijn geschiedenis. Het kan dus wel. En het moet. Je kunt geen duurzame maatschappij hebben als de economische motoren, de bedrijven, die de boel gaande houden, niet duurzaam functioneren.”

Welke invloed heeft het huidige internationale economische systeem op die duurzaamheid van bedrijven?
“Regeringen subsidiëren activiteiten die slecht zijn voor het milieu. Dat zit heel diep ingebakken in het systeem, en er zijn heel veel mensen van afhankelijk. Het varieert per land, maar er worden enorme subsidies gegeven op kolen, olie, et cetera. De regeringen maken de regels. Zij moeten een systeem ontwerpen dat bedrijven prikkelt om de juiste dingen te doen, en de ondernemingen straft die dat niet doen.”

Maar van het huidige systeem hangen ook veel banen af. Het subsidiëren van vliegverkeer zorgt voor veel werk op Schiphol.
“Dat is waar. Maar kijk eens naar het Ruhrgebied in Duitsland. Dat was hét ijzer- en staalgebied van Europa. Het was zeer verontreinigd. Nu worden daar meer banen gecreëerd in milieusectoren dan in ijzer en staal. Dus zo’n overgang is mogelijk. Je kunt wel degelijk banen en welvaart scheppen als je overschakelt naar een meer duurzame economie.”

Ontwikkelingssamenwerking richt zich op armoedebestrijding. De strijd tegen armoede impliceert economische groei, en dat leidt vaak weer tot milieuvervuiling. Het bekende voorbeeld is China. In hoeverre werken ontwikkeling en klimaatverandering elkaar tegen?
“Ze kunnen tegengesteld zijn, maar dat hoeft niet per se. Milieu en ontwikkeling zijn twee kanten van dezelfde munt. Het klopt dat ontwikkeling gevolgen voor het milieu heeft. Dus alleen door dat ontwikkelingsproces aan te passen kun je positieve gevolgen voor het milieu creëren. Je kunt die twee niet van elkaar scheiden.
Wat betreft China: inderdaad leidde de snelle economische groei daar tot grote milieuschade. Maar China heeft veel vooruitgang geboekt en investeert heel veel in duurzaamheid. Er is steeds meer bewijs dat je ook op minder schadelijke wijze succesvol kunt zijn. Neem biologische landbouw. Nederland is economisch heel succesvol op het gebied van landbouw. Maar die landbouw is zeer intensief, en veroorzaakt een enorm milieuprobleem.”

Maar wederom: het levert ons veel banen en winst op.
“Inderdaad, Nederland is een van de grootste landbouwexporteurs ter wereld. Maar als elk land zo zou redeneren… het is totaal niet duurzaam!”

Maar hier staat ons nationaal belang dus tegenover het algemene, mondiale belang van een beter klimaatbeleid.
“Ik zou zeggen: je grootste nationale belang is je overleving. En je kunt niet in je eentje overleven. Nederland is er tot nu toe in geslaagd de zee te temmen, maar het zeeniveau blijft stijgen onder invloed van klimaatverandering. Jullie zullen er niet aan ontkomen. Alleen als er internationale overeenstemming wordt bereikt over vergaande actie om de CO2-uitstoot te verkleinen. En zo’n internationaal akkoord komt er alleen als je zelf ook iets bijdraagt. Dat betekent dat je de basis van je economie zult moeten veranderen.”

Er is al enige decennia een trend naar maatschappelijk verantwoord ondernemen. Is die trend crisisbestendig?
“Ik zie een beetje vooruitgang bij bedrijven, maar ook nog steeds heel veel window dressing. Ook hier geldt weer: we kunnen geen grote veranderingen verwachten zonder een sterke beweging die bedrijven onder druk zet. Het begin daarvan is een verandering in de publieke opinie. Een cultuurverandering. En ik denk dat het Earth Charter daar de basis voor kan leggen.”

Het Earth Charter is een heel lovenswaardig initiatief. Maar ook heel idealistisch. Staat het niet los van de echte wereld, waar keiharde machtspolitiek en het nastreven van eigen korte termijn belangen de boventoon voeren?
“Ik zou zeggen: het Earth Charter IS de echte wereld. Het is de basis. Waarom handelen mensen? Omdat ze gemotiveerd worden. Soms alleen door hebzucht, eigenbelang of winst. Maar op het diepste niveau worden mensen gedreven door waarden. Het Earth Charter probeert die ethische normen naar boven te halen. Het Earth Charter legt de morele en ethische basis voor een brede beweging.
We moeten vooral een culturele verandering bewerkstelligen. En dat is wel degelijk mogelijk, ook al zeggen cynici dat dat niet kan. Zij zijn juist het obstakel, zij houden verandering tegen. Als je vroeger iemand in een trainingspak door je woonwijk zag rennen, vroeg je je af of hij gek geworden was. Nu is dat normaal. Hetzelfde met sigaretten. Wie had zich een paar decennia geleden kunnen voorstellen dat sigaretten nu grotendeels uit het straatbeeld en de huizen verdwenen zouden zijn? Het gaat niet van de ene dag op de andere, maar het kan wel. En het Earth Charter kan de aanjager zijn van zulke veranderingen.”

U formuleerde in uw lezing een ‘overlevingsagenda’. Kunt u die heel kort samenvatten?
“Die bestaat uit zeven prioriteiten. Een: extra inspanningen, binnen de VN maar ook daarbuiten, om tot verder gaande vormen van mondiaal bestuur te komen. Twee: actiever lokale en regionale conflicten tegengaan. Drie: armoede en de groeiende inkomensongelijkheid in de wereld bestrijden. Vier: voorkomen dat de mondiale economie instort. Vijf: mondiale besmettelijke ziekten bestrijden. Zes: effectiever de klimaatverandering en de bedreiging van voedsel- en watervoorraden en biodiversiteit in de gaten houden. En zeven: effectiever management van de global commons, de mondiale publieke goederen zoals de oceanen maar ook de ruimte – we moeten een wapenwedloop in de ruimte voorkomen.”

In uw pleidooi voor een sterker mondiaal bestuur zegt u dat we de VN ‘voorbij’ moeten. Wat bedoelt u daarmee?
“Ik heb de Verenigde Naties vele jaren gediend. En ik geloof er nog steeds in. Maar zij zijn te zwak op dit moment, en behoeven radicale aanpassing. Het VN-systeem reflecteert nog steeds de politieke verhoudingen die ontstonden na en door de Tweede Wereldoorlog. Neem het machtigste orgaan: de Veiligheidsraad. Ontwikkelingslanden representeren 80 procent van de wereldbevolking, maar ze hebben maar één Veiligheidsraadlid: China. Dat weerspiegelt dus niet meer de geopolitieke realiteit. Dat moet veranderen. Maar de landen die er de voordelen van genieten, Frankrijk en Engeland bijvoorbeeld, willen dat niet. Ze praten over verandering, maar in de praktijk werken ze die tegen. Het gevolg is dat sommige van de belangrijke onderwerpen in de wereld buiten de VN om worden geregeld. Neem de kwestie Noord-Korea: er is een groep van zes landen die daarover onderhandelt. De Verenigde Naties worden erbuiten gehouden. Dat zie je op veel meer terreinen.
Ik heb al lang geleden voorgesteld de Algemene Vergadering van de VN een vetorecht te geven in de Veiligheidsraad. Als tweederde van de VN-lidstaten ergens tegen is, kan zo’n beslissing van de Veiligheidsraad worden tegengehouden. Zo functioneren de meeste parlementen in de wereld.”

Reacties