Een jaar Global Goals: zo staat Nederland ervoor

01-09-2016 Bron: OneWorld
De balans na 1 jaar Global Goals
Foto: Edo Dijkgraaf/Flickr
Een jaar na het aannemen van de Global Goals is het tijd om de balans op te maken: wie gaat er als een speer richting 2030? En welk land moet juist alle zeilen bijzetten om de doelen te behalen? Verschillende internationale organisaties onderzochten deze zomer hoe landen scoren op de zeventien doelen. Ook Nederland werd onder de loep genomen.
Achtergrond – 

In september vorig jaar werden 193 wereldleiders het eens over zeventien mondiale doelen die een eind moeten maken aan armoede, ongelijkheid en klimaatverandering. Landen hebben vijftien jaar om hun zaken op orde te brengen, want in 2030 moeten de Global Goals behaald zijn. We zijn inmiddels een jaar verder en de voortgang op de doelen wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Dankzij het werk van verschillende internationale organisaties weet het merendeel van de 193 landen al wat er goed gaat en waar er een tandje bij moet. Ook Nederland ontspringt de dans niet. Hoe staan wij ervoor, na een jaar Global Goals?

Windmolens in India

Ontwikkelingslanden lopen voorop in groene financiering

In juni werd bekend dat ontwikkelingslanden voor het eerst meer investeren in duurzame energie dan de ontwikkelde landen. Landen als Bangladesh, Jordanië en Kenia lopen voorop als het gaat om groene financiering voor duurzame ontwikkeling. 

Grote verschillen tussen landen

Voor het eerst in de geschiedenis wordt het label ‘ontwikkeling’ niet alleen voor ontwikkelingslanden gebruikt. In tegenstelling tot de millenniumdoelen gelden de Global Goals voor alle landen, rijk én arm. Dit is een unieke ommezwaai in de manier waarop we naar ontwikkeling kijken, maar het betekent ook dat er grote verschillen zitten in de startpositie van landen op de zeventien doelen. De Bertelsmann Stiftung heeft afgelopen juli samen met het Sustainable Development Solutions Network (SDSN) de startpositie van 149 van de 193 landen onder de loep genomen, wat resulteerde in het rapport SDG Index & Dashboards. Hoe hoger de score, hoe beter het land ervoor staat op de Global Goals. Zo vormen Zweden, Denemarken en Noorwegen de top drie. Nederland is goed voor een achtste plek.

Waar een land in Sub-Sahara Afrika nog hard moet werken aan toegang tot onderwijs en het bestrijden van extreme armoede, is dit in Zweden of Nederland al goed geregeld. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat landen als de Democratische Republiek Congo (DRC), Liberia en de Centraal Afrikaanse Republiek onderaan deze Global Goals ranglijst bungelen. We streven dan wel dezelfde mondiale doelen na, ontwikkeling betekent voor ieder land iets heel anders. Een land als Nederland moet op zijn beurt bijvoorbeeld weer hard werken aan de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energie.

Nederland blijft achter op klimaat- en energiedoelen

‘Nederland voorlaatste op ranglijst EU hernieuwbare energie’, kopte het CBS in maart dit jaar. In 2020 moet Nederland volgens Europese afspraken 14 procent van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen halen. Met 5,8 procent in 2015, een lichte stijging van 0,3 procent met het jaar daarvoor, is deze doelstelling nog lang niet in zicht. Ook in de internationale Global Goals rapporten van de Bertelsmann Stiftung/SDSN en de OESO, waar Nederland op het grote plaatje een very good heeft gescoord, komt Nederland op de klimaat- en energiedoelen minder goed uit de verf. Nederland scoort volgens het Bertelsmann rapport op doel 13 zelfs ver onder de maat.

Klimaatscore Nederland

 

Klimaatscore NederlandVolgens het Bertelsmann rapport scoort Nederland op Global Goal 13, het bestrijden van klimaatverandering, 46,97 procent. Het gemiddelde van de regio (de OESO landen) ligt op 73,12 procent. Meer informatie vind je op de website van de SDG Index. Kaart: Bertelsmann Stiftung & Sustainable Development Solutions Network

Dat Nederland achterloopt op deze doelen wisten we al langer, vertelt Hugo von Meijenfeldt, Coördinator Nationale Implementatie Global Goals tijdens een telefoongesprek. “Nederland heeft geen bergen waardoor we bijvoorbeeld minder energie uit waterkracht kunnen halen dan een land als Noorwegen.” Maar dit is volgens Von Meijenfeldt geen reden waarom we niet meer inzetten op wind- of zonne-energie. “De overheid heeft deze taak lange tijd volledig bij de markt neergelegd, maar is inmiddels bezig met een inhaalslag. Het energieakkoord en nieuwe subsidieregelingen voor hernieuwbare energieprojecten zijn belangrijke stappen om de doelstelling van 14 procent te behalen”, aldus Von Meijenfeldt.

Als Nederland de mondiale doelstellingen rondom energie en klimaat wil behalen moeten we volgens Von Meijenfeldt meer kwantitatieve doelen stellen: “We moeten krachtig inzetten op een groter aantal elektrische auto’s en laadpalen in Nederland. Ook moeten we kritisch kijken naar het aantal koeien en varkens in de landbouwsector. Nu produceren we als land veel te veel mest. Dit zorgt voor een hoge uitstoot van methaan wat weer een enorme impact heeft op het broeikaseffect.”

We klagen wel eens dat we moeten staan in de spits, maar in het buitenland lachen ze hierom

Koploper op infrastructuur en innovatie

Nederland moet hard trekken aan de doelen rondom klimaat en energie, maar op andere gebieden zijn we soms al veel verder dan onze buren. Nederland staat dan ook niet voor niets relatief hoog in de Global Goals ranglijsten. “We klagen wel eens dat we moeten staan in de spits, maar in het buitenland lachen ze hierom”, grapt Von Meijenfeldt aan de telefoon. De afgelopen jaren is er door het bedrijfsleven en de overheid samen flink geïnvesteerd in infrastructuur en innovatie. Het is voor Von Meijenfeldt dan ook geen verrassing dat Nederland in het Bertelsmann/SDSN rapport hoger scoort op dit doel dan veel van onze buurlanden. “Via het openbaar vervoer kunnen we in Nederland overal komen, maar ook de bekabeling is hier goed geregeld. Een goed voorbeeld hiervan is de aanleg van glasvezelkabels, waardoor datagegevens razendsnel binnenkomen”, aldus Von Meijenfeldt.

Weten we alles door te meten? 

Het succes van de Global Goals meten we af op basis van data. Maar waar Nederland volgens het rapport van de OESO hard moet werken aan de bescherming van biodiversiteit, doel 15, hebben we dit volgens het Bertelsmann/SDSN rapport juist al aardig voor elkaar. Hoe kan het dat deze internationale rapporten die beweren dezelfde doelen te meten elkaar niet altijd volgen en soms zelfs tegenspreken? De Global Goals bestaan uit zeventien doelen, 169 subdoelen en 230 officiële indicatoren. Maar op dit moment zijn er nog niet voor alle officiële indicatoren data beschikbaar, zijn data niet meer relevant of worden indicatoren zelf nog in twijfel getrokken. Het is dan ook niet vreemd dat het Bertelsmann/SDSN rapport alleen iets kan zeggen over 149 van de 193 landen via 77 indicatoren.

We zouden deze Global Goals ranglijsten misschien met een korreltje zout kunnen nemen. Toch krijgen landen door deze rapporten een steeds duidelijker beeld van waar ze staan, wat er goed gaat en waar ze steken laten vallen. Maar naast het werken aan de Global Goals zelf, moeten nog flinke stappen worden gezet in het monitoren ervan. 

Springtij

Van 22 t/m 24 september vindt op Terschelling het jaarlijkse Springtij Forum plaats. Springtij creëert impact, verbindt en is een kompas op de reis naar een groene toekomst. Tijdens de SDG-sessies gaan Hugo von Meijenfeldt, Coördinator Nationale Implementatie Global Goals en het CBS dieper in op de vraag hoe Nederland ervoor staat op de doelen en verkennen samen met het publiek wat er nodig is om de doelen te behalen. Wil je Springtij niet missen? Meld je dan hier aan. 

Joline Heusinkveld

Joline Heusinkveld werkt als freelance projectmanager/redacteur Sustainable...

Lees meer van deze auteur >

Reacties