Oud zaad heeft gouden toekomst

27-05-2015 Bron: OneWorld
Jan Velema- De Zaderij - biologische zaden
Sommige plantenrassen en graangewassen worden met uitsterven bedreigd. Biologisch zadenteler Jan Velema steekt daar een stokje voor. Met zijn bedrijf De zaderij teelt hij regionale, historische en moderne gewassen. Puur voor het zaad. En het behoud van biodiversiteit.
Reportage – 

Een paar vierkante meters tarwe, daarnaast zien we een veldje met spelt- en emmergewassen. Allemaal bijzondere soorten die nauwelijks nog gekweekt worden in Nederland. Maar wel op Velema’s bedrijf De zaderij in Voorst, gelegen tussen Apeldoorn en Deventer. Zoals ook de koolraapsoort Friese paarskop, die hij kreeg van het Werkverband Friese Rassen. “Die boer zei tegen me: als jij er nu geen zaad van oogst, dan is ‘ie straks verdwenen.”

Gewassenveredeling in handen leggen bij een handvol bedrijven, is onverstandig

Biodiversiteit en klimaatverandering
“Vroeger had elke streek zijn eigen soort, elke boer had zijn eigen rassen die hij doorkweekte. Tegenwoordig kopen boeren zaden bij een van de grote bedrijven. Sommige boeren weten niet eens meer hoe het zit met de bloemetjes en bijtjes.”

Zaadbedrijven als Monsanto en Syngenta, die ook genetisch gemanipuleerde zaden op de markt brengen, telen op zeer grote schaal en houden monocultuur in stand. Dat komt de diversiteit en bodem niet ten goede. Dat geldt evenmin voor de bijbehorende bestrijdingsmiddelen, die deze multinationals ontwikkelden tegen de daaruit voortvloeiende ziektes. “Gewassenveredeling in handen leggen bij een handvol bedrijven, is onverstandig”, aldus Velema.

Bovendien, stelt hij, weet je nooit wat er over vijftig jaar van belang kan zijn. Daarom moet je nooit wedden op één paard: het is belangrijk om zoveel mogelijk soorten in stand te houden. Door klimaatverandering kan een boer bijvoorbeeld nood hebben aan een andere aardappelsoort, eentje die in andere omstandigheden kan gedijen. Dan is het wel handig als die aardappelsoort nog bestaat. 

Wie is Jan Velema?Jan Velema (62) richtte in 1994 Vitalis op, het eerste biologische zadenbedrijf in Nederland. Velema was mede-initiatiefnemer van Stichting Zaadgoed en het European Consortium for Organic Plant Breeding. Ook schreef hij mee aan een notitie voor de overheid waaruit de richtlijnen voor de biologische teeltsector zijn onstaan.
 

Velema werd in 2011 geridderd  in de Orde van Oranje Nassau vanwege zijn bijdrage aan het professionaliseren van biologische plantenveredeling.

In 2012 verkocht hij Vitalis aan Enza Zaden om zich meer te richten op planten en minder op management.
In 2013 startte hij biologisch zaadteeltbedrijf: De zaderij.

De oude Egyptenaren
In Velema’s kas staan verder verschillende slasoorten, waaronder de Vivaldi. Deze slasoort stopte Velema veertig jaar geleden zelf al in de Nederlandse genenbank. In die tijd begon hij zijn carrière bij het Nederlandse zadenbedrijf Rijk Zwaan. Velema teelt nu ook oude tarwerassen, zoals de Wilhelmina uit 1898. “Tot 1950 werd deze soort heel veel geteeld.” Naast de paar vierkante meter spelt staat emmer, een nog oudere graansoort. “Die werd al geteeld door de oude Egyptenaren.”

Binnenkort gaan er meer dan tweehonderd bonenrassen de grond in. Hij laat de zaden zien. Prachtige kleuren, gevlekt, gestreept of egaal. “Ik lees nu veel over de Italiaanse borlottiboon die nu kennelijk populair is. Maar deze is bijna hetzelfde als de Drentse Kievitsboon, die we sinds een jaar of veertig niet meer telen in Nederland. Terwijl de Drentse variant net zo lekker is en veel beter is aangepast aan het Nederlandse klimaat.”

Balkonbonen
Door heel Nederland stimuleert hij families en tuinders bij het behoud van streekrassen. Ook doceert hij over veredeling, zelfbestuivers en hoe je een ras zuiver houdt. Velema leert tuinders hoe ze aan het einde van het seizoen aan de zaden zien of er kruisbestuiving heeft plaatsgevonden, of dat planten in de tuin met elkaar gekruist zijn.

Zo is er in Amsterdam een groep tuinders die een tuinbonenras - aangereikt door Velema - in stand houdt. “Ik heb dat tuinbonenras uitgekozen voor Amsterdam, omdat het een vrij kleine, compacte plant is. Perfect voor op het balkon. Als het lukt om die soort daar in stand te houden en het zaad te vermeerderen, kunnen ze het zaad prima in de stad verkopen.” En is er weer iets meer keus op de markt. Qua smaak, en qua genen.”

Liedewij Loorbach

Freelance tekstschrijver en journalist. Schrijft veel over duurzaamheid,...

Lees meer van deze auteur >

Reacties