Honger ligt ook hier op de loer

30-07-2013 Bron: OneWorld
oh oh – 

Rond 1 miljard mensen worden dagelijks geconfronteerd met honger. Dat is een schandaal van de eerste orde. Tegelijkertijd zijn er miljoenen boeren, waar dan ook, die maar al te graag meer zouden willen produceren, maar dat, om allerlei redenen, niet of onvoldoende kunnen doen. Ook dat is om wanhopig van te worden.

We kunnen onze sperziebonen van alle kanten invliegen, maar zorgen dat de oogst van arme boeren bij mensen met honger terechtkomt – dat kunnen, of willen we niet.

Hoe gaan we die schandalige honger bestrijden? Het staat buiten kijf dat we, onderweg naar 2050 (als de wereldbevolking haar hoogste punt bereikt) méér voedsel moeten produceren. Het is ook zonneklaar dat we er goed aan doen (zeker in het rijke Westen) om minder vlees te consumeren. Maar vervolgens komen de doorslaggevende vragen: Waar moet er meer worden geproduceerd? Wie moeten dat gaan doen? Op welke wijze moet het? En wie gaan er van profiteren?

Wie moet extra produceren?
De claim dat er méér in Nederland (of in NW Europa) moet worden geproduceerd reikt niet verder dan de kortzichtigheid van voedselhandelaren en universiteitsvoorzitters met te hoge salarissen. Ze gaat voorbij aan het feit dat het voedselvraagstuk óók een verdelingsvraagstuk is. En een vraagstuk dat met rechtvaardigheid heeft te maken. Ook de claim dat het Nederlandse landbouwmodel een lichtend voorbeeld is, voor hoe er elders geboerd moet worden, is kortzichtig. Als er iets niet duurzaam is, dan is dat het Nederlandse landbouwmodel wel.

Het is hard nodig de extra vraag naar goed voedsel om te zetten naar extra productieruimte voor arme boeren (waar dan ook ter wereld). Die willen graag meer produceren en die moeten ook meer produceren om aan de armoede te ontsnappen. Bovendien kunnen deze kleine boeren ook heel goed op duurzame (want agro-ecologische) wijze produceren – zeker als de vele barrières waar ze zich tot nu toe mee geconfronteerd weten, worden geslecht.

Honger is geen verdienmodel
Industrie en banken zijn bij uitstek geïnteresseerd in het Nederlandse landbouwmodel: het biedt ze tal van verdienmogelijkheden. Verdienmogelijkheden die mede steunen op een diepe kloof tussen boerenprijs en consumentenprijs. De boeren krijgen naar verhouding een lage prijs, de consument betaalt naar verhouding veel. Dat verklaart ook waarom honger aan de ene kant en boerenarmoede aan de andere kant samengaan. Dezelfde verdienmogelijkheden steunen ook op het transport van voedsel van arme naar rijke gebieden. Voedsel maakt steeds langere reizen, zowel qua tijd als qua afstand. Bevorderlijk voor de kwaliteit is dat alles niet echt.

Met dit al hebben we een systeem gecreëerd dat uitermate kwetsbaar is. We weten dat er allerlei dingen kunnen misgaan en vaak ook daadwerkelijk uit de hand lopen. Die kwetsbaarheid betekent dat honger niet enkel een ver-van-mijn-bed verschijnsel is. Het kan zo maar gebeuren dat grote voedselketens hun hand overspelen en van vandaag op morgen platgaan. Dan ligt er morgen niets meer in de schappen. En het is niet louter denkbeeldig dat grote agrarische ondernemingen besluiten dat de productie van bio-ethanol meer winstgevend is dan de productie van de al genoemde sperziebonen. En dus stoppen met die bonen.

Een veelzijdige boerenlandbouw die via korte lijnen goed en genoeg voedsel levert is niet alleen nodig in Afrika, Azië en Latijns Amerika. Ook in Europa zou het niet misstaan. Het is veiliger voor consumenten, goedkoper ook nog (als je de grote voedselketens weet te omzeilen), voor de boeren is het aantrekkelijker en het levert ook nog eens een fikse bijdrage aan de werkgelegenheid. Ook dat is nooit weg in tijden van crisis.

Jan Douwe van der Ploeg is hoogleraar Rurale Sociologie aan de Wageningen Universiteit.

Beeld: Wolfgang Wildner

Reacties