Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Ze is nog maar een tiener wanneer ze haar eerste uren maakt in een Bengaalse kledingfabriek. De eerste dag vergeet ze nooit meer. “Mijn buurvrouw kwam me die ochtend om zeven uur ophalen om samen naar de fabriek te gaan. Ze vertelde dat ik buiten voor de deur moest wachten.” Na een uur is er nog niemand gekomen.

Pas om half 11, als ze bijna drie uur heeft gewacht, gaat de deur eindelijk open. “Een man nam me mee de trap op naar boven, naar een klein kamertje. Achter het bureau zat de fabriekseigenaar. Hij vroeg hoe ik heette. ‘Kampola Akter’, zei ik, waarop hij zei dat mijn achternaam er niet toe deed.” Akter moet in een hoek van de kamer wachten.

Na een paar minuten haalt een andere man haar op. Hij brengt Akter naar de derde etage. Ze is in shock. “Het geluid van honderden machines en driehonderd pratende en schreeuwende mensen was niet te bevatten.” Ze krijgt een plek achter een tafel toegewezen en moet met een schaar de bovenkant van een broek op maat knippen. Meteen de eerste dag gaat het al fout: ze knipt in haar vingers, die bloeden en opzwellen. “Ik moest doorgaan, zeiden ze.” Om half elf ’s avonds mag ze eindelijk naar huis.

Het geluid van honderden machines en driehonderd pratende en schreeuwende mensen was niet te bevatten

Kalpona Akter was onlangs in Nederland om te vertellen wat er vijf jaar na Rana Plaza veranderd is in de kledingindustrie in Bangladesh. Ik ontmoette haar in een café in Utrecht, waar ze openhartig sprak over haar jeugd, haar werk als vakbondsleider en hoe de kledingarbeiders er voorstaan, vijf jaar na Rana Plaza.

Akter woont dan met haar ouders en vijf jongere broers en zussen in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Haar vader was altijd de kostwinner, totdat hij wegens ziekte thuis kwam te zitten. Akter: “Na zes maanden was al ons spaargeld op, zijn medicijnen waren duur.” Haar moeder besluit werk te zoeken in een kledingfabriek; de beste branche voor een vrouw om een baan te vinden. “Ze kreeg weinig betaald, veel te weinig om ons gezin van zeven te onderhouden.” En dus moet Akter – dan pas twaalf – meehelpen, net als haar broer van tien. Beiden werken 400 uur per maand, voor 6 dollar.

Het zwaarste aan het fabriekswerk vindt Akter de vele uren die ze moet staan. “Elke dag twaalf uur op je voeten staan doet zeer. Ook schreeuwden de managers op de vloer tegen ons, en soms scholden ze je uit.”

Zie hier een video van Kalpona Akter Bron: vimeo.com

Honger of eten

Op een dag breekt er brand uit op de vijfde verdieping van de fabriek. “Met honderden anderen zat ik opgesloten op de derde etage.” Het management heeft de deuren op slot gedaan, en tegen de arbeiders gezegd dat het vuur niet op de derde verdieping komt. “Twee uur lang zaten we daar; mensen huilden en schreeuwden. Gelukkig kwam er niemand om het leven. Maar het was een verschrikkelijke ervaring.”

Een paar maanden later legt een groep van 29 collega’s het werk in de fabriek neer. Ze gaan de straat op, omdat de fabriekseigenaar weigert hun overuren uit te betalen. “Het was tijdens de festivalmaand, en iedereen had het geld nodig.” Ook Akter doet mee met de staking. “Ik was de enige tiener en de enige vrouw die meedeed. Niet omdat ik zo brutaal ben, maar omdat ik het geld echt nodig had. Het betekende voor mij het verschil tussen eten of honger hebben.”

Naar hun geld kunnen ze fluiten. En tot overmaat van ramp krijgt Akter, als ze terugkomt van haar twee dagen vakantie, te horen dat ze is ontslagen. “Iedereen die aan de protestactie had meegedaan, raakte zijn baan kwijt.” Haar collega’s, die in de woorden van Akter “ouder en slimmer” waren dan zij, kloppen bij het Solidarity Centre aan, een organisatie die opkomt voor de rechten van arbeiders. Ze vragen Akter een keer mee te gaan.

En dan veranderd haar leven compleet

Een paar weken later volgt Akter, dan 16 jaar, een vier uur durende cursus over arbeidsrecht. Dat veranderde haar leven compleet, vertelt ze. “Voor het eerst hoorde ik dat er iets zoals wetgeving was; dat er een minimumloon bestond, dat dagen van acht uur de limiet waren, dat ik niet tot overwerk gedwongen mocht worden en dat nooddeuren in fabrieken verplicht zijn. En weet je wat het geweldigste was? Ik leerde dat ik het recht heb voor mezelf op te komen.”

Na dat inzicht besluit Akter dat ze een eigen vakbond wil oprichten. Maar bij elke kledingfabriek waar ze aanklopt, zien ze haar liever gaan dan komen. Ze volgt een cursus bij een vakbondsorganisatie, waar ze een ‘vonk’ in haar zien. De organisatie vraagt of ze voor hen wil komen werken.

Bangladesh.Womens-Day-2014.Kalpona-Akter.sc_
Kalpona Akter, omringd door kledingarbeiders, op International Womens Day Beeld door: Solidarity Centre

In 2001 begint Akter haar eigen vakbond, het Bangladesh Centre for Worker Solidarity. Ze neemt het op voor de rechten van miljoenen Bengaalse vrouwen, die werkzaam zijn in de duizenden kledingfabrieken die het land telt. In de jaren daarna groeit Akter uit tot een van de meest bekende en gerespecteerde vakbondsleiders van het land.

Haar vakbond wordt door de internationale arbeidersbeweging en internationale kledingbedrijven beschouwd als een van de meest effectieve grassroots-arbeidsorganisaties van Bangladesh. Levi Strauss & Co noemt BCWS een ‘wereldwijd gerespecteerde organisatie die een essentiële rol speelt bij het in kaart brengen en tegengaan van arbeidsovertredingen in de Bengaalse kledingindustrie’.

Om aandacht te vragen voor de situatie waaronder kleermakers moeten werken, reist Akter de hele wereld over.

Van het gebouw gesprongen

Een van haar aandachtspunten: de onveilige situaties in kledingfabrieken. Als ze in april 2013 afreist naar Amerika om kledingmerken aan te sporen daar werk van te maken, zijn er al honderden doden gevallen door fabrieksinstortingen, ontploffingen en branden. Ze wil dat merken het veiligheidsakkoord ondertekenen dat de SKC, internationale vakbonden en andere arbeidsrechtenorganisaties in 2011 samen ontwikkelden.

Haar reisgezel naar San Francisco is Sumi Abedin, een 18-jarige overlevende van de Tazreen-brand, waarbij in 2012 112 mensen om het leven kwamen. Abedin was van de derde etage naar beneden gesproken, vertelt Akter. “Ze zei me dat ze niet naar beneden sprong om haar leven, maar haar lichaam te redden, zodat haar ouders dat konden vinden en begraven.” In de nacht van 23 op 24 april, als Akter in haar hotelkamer ligt te slapen, wordt ze wakker gebeld door een collega. Hij vertelt haar dat een acht verdiepingen hoog gebouw, waarin drie kledingfabrieken gevestigd waren, is ingestort. “Ik stond versteld: die hele week was ik, samen met een 18-jarige overlevende, aandacht aan het vragen voor onveilige fabrieken, en merken ervan proberen te overtuigen het veiligheidsakkoord te ondertekenen, en dan gebeurt er dit.’

Dit was geen ongeluk of tragedie. Dit is een door mensen veroorzaakte ramp

Ze wil zo snel mogelijk terug naar Bangladesh en boekt haar ticket om. Een paar dagen na de ramp komt ze thuis. “Ik kon de pijn overal voelen. Het hele land was in rouw.” Nog dagenlang werden er lichamen tussen het puin vandaan gehaald. ‘Telkens wanneer er iemand gevonden was, kwamen tientallen familieleden ernaartoe gerend om te zien of het hun geliefde was.”

Akter verheft haar stem. “Het maakte me zo ongelooflijk boos. Dit was al het derde jaar dat we merken opriepen iets te doen aan de onveilige fabrieken, en hun vroegen het veiligheidsakkoord te onderteken.” Deze ramp had voorkomen kunnen worden, daar is ze zeker van. “Dit was geen ongeluk of tragedie. Dit is een door mensen veroorzaakte ramp.”

Eindelijk werd naar haar geluisterd

Het veiligheidsakkoord, dat na Rana Plaza massaal door kledingmerken werd ondertekend, heeft volgens haar “fenomenaal veel verandering” teweeggebracht. “Een aantal fabrieken die onwijs gevaarlijk waren, zijn meteen gesloten. Bovendien zijn de fabrieken niet alleen geïnspecteerd, maar zijn ook werknemers erbij betrokken. Die hebben de inspecteurs geïnformeerd over de problemen die ze ondervonden en hun op de hoogte gehouden of die problemen aangepakt werden of niet.” Het mooie aan het Akkoord is dat het juridisch bindend is en transparant, zegt Akter. “Alle informatie kun je vinden op de website; dat is niet het geval bij de Alliance (een ander veiligheidsinitiatief) of de fabrieken die onder toezicht van de overheid vallen.”

Ze benadrukt dat er desondanks nog veel moet worden gedaan. “Van de 4500 kledingfabrieken in Bangladesh vallen er maar 1600 onder het Akkoord. Er is veel gedaan, maar we zijn nog lang niet klaar.”

Doorn in het oog van de overheid

Datzelfde geldt voor de lonen en de vakbondsvrijheid. “In december 2013 zijn de lonen voor het laatst verhoogd, van 3000 naar 3500 taka. Vooraleerst willen we een minimumloon van 175 euro per maand. Dat komt overigens nog lang niet in de buurt van een leefbaar loon: dat ligt rond de 300 euro.’

Lonen zijn een gevoelig punt bij de overheid. Toen er in 2010 demonstraties uitbraken voor een hoger loon werd de vakbondsregistratie van Akter ingetrokken, werd hun bankrekening bevroren, en belandde Akter en haar collega in de cel. “Ze klaagden ons aan op verdenking van poging tot moord en terrorisme.” Na een maand worden de twee vrijgelaten. In december 2016 braken er opnieuwprotesten uit en gingen duizenden mensen de straat op om een hoger loon te eisen. De politie trad met harde hand op. Tientallen vakbondsleiders en kledingarbeiders werden gevangengezet.

Vakbonden zijn een doorn in het oog van de overheid, vertelt Akter. “Veel fabriekseigenaren zijn ook lid van het parlement. Ze zullen dus alleen wetten steunen die hun eigen winst ten goede komen. En ze denken dat als werkers vertegenwoordigd zijn in een vakbond en voor een hoger loon pleiten, merken naar andere landen uitwijken.” Akter is ervan overtuigd dat zolang er geen gezonde afstand tussen de overheid en fabriekseigenaren komt, de arbeiders altijd aan het kortste eind zullen trekken.

Zie hier hoe Kalpona Akter een groep kledingarbeiders toespreekt. Datum: 11-12-2012 Bron: youtu.be

Made in Bangladesh

Dat is niet iets waar wij als westerse consumenten veel invloed op kunnen uitoefenen. Toch heeft Akter wel degelijk een boodschap voor ons. “Ten eerste: blijf kleren met het label ‘made in Bangladesh’ kopen. We hebben deze banen hard nodig.” Ze benadrukt dat vier miljoen mensen, voor het merendeel vrouwen, afhankelijk zijn van de industrie. “Maar we willen banen met waardigheid, en jullie kunnen daaraan bijdragen, door verder te kijken dan het prijskaartje en vragen te stellen aan de merken en winkelmedewerkers.” Akter is ervan overtuigd dat zolang de consument merken niet verantwoordelijk stelt, er niets zal veranderen.

Het is bewonderenswaardig hoe Akter zichzelf in dertig jaar tijd heeft ontwikkeld van kledingarbeider tot prominent vakbondsleider. Ze is een voorbeeld en inspiratiebron voor miljoenen vrouwen in haar land. Haar inzet voor de rechten van kledingarbeiders is niet onopgemerkt gebleven. In 2016 werd ze bekroond met een belangrijke mensenrechtenprijs: de Alison Des Forges Award for Extraordinary Activism van Human Rights Watch.

Akter: “Toen ik met het organiseren van vakbonden begon, zei ik tegen mijn moeder: mam, ik kan dit niet. Ik ben hier veel te jong voor. Ze zei toen tegen mij: als er onrecht is, moet iemand opstaan en zich uitspreken. Jij kunt de persoon zijn die het verschil maakt.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
emydemkes2

Emy Demkes

Redacteur fair fashion

Emy Demkes is freelance journalist en schrijft voornamelijk over de achtergronden van onze kleding. Van de arbeidsomstandigheden in …
Profielpagina

Advertentie

600x500px-Banner-002