‘Steeds minder kleding is te hergebruiken’

In Nederland gooien we jaarlijks 70 miljoen kilo textiel in de daarvoor bestemde inzamelbakken. Achter onze tweedehandsjes gaat een complete industrie schuil. Een kijkje achter de schermen bij een van de grootste textielinzamelaars van ons land: Sympany. 

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Het is een enorm contrast: zodra we het hoofdkantoor uitstappen en de sorteervloer oplopen, verdwijnt de koele, frisse lucht van de airco in een klamme, zweterige en muf ruikende omgeving. Deze loods in Utrecht is een van de vele plekken waar ons oude textiel terechtkomt. In totaal heeft het inzamelbedrijf vijf sorteercentra, verspreid over Nederland: Naast Utrecht in Assen, Eindhoven Harderwijk en Nieuw-Vennep. De sociaal ondernemer verwerkt jaarlijks 23,5 miljoen kilo textiel. 
Dat het zo beklemmend warm is in de loods, is niet zo gek; de thermometer tikt al dagen achtereen de dertig graden aan. In het kantoor van directeur Marc Vooges is het door de airconditioning echter goed toeven. Vooges werkt al jaren in de tweedehandstextielbranche; eerst voor Humana tot dat in 2015 fuseerde met Kici en onder de naam Sympany verder ging. 

De reden voor deze fusie had alles te maken met de snel veranderende markt, vertelt Vooges. “De branche is veel commerciëler geworden en het aandeel herbruikbare kleding dat in de containers terechtkomt, daalt al jaren. Ons businessmodel stond onder druk.” 

Kleding die nog gesorteerd moet worden Beeld: Emy Demkes

Rottend vlees tussen de kleren

In de loods in Utrecht rijden de vrachtwagens vol kleren af en aan. Twee mannen trekken een voor een de zakken open, en scheiden het draagbare textiel van het afval. Naast hen ligt een blauwe Ikea-shopper met daarin een roze kruik, een blikje cola en een fles wijn. Mensen gooien de gekste dingen in de textielbakken, weten ze bij Sympany maar al te goed. Vorig jaar trok het bedrijf aan de bel nadat de kledingbak steeds vaker gebruikt werd als dumpplek voor afval. Het dieptepunt was die keer dat er slachtafval in een van de bakken werd aangetroffen, of het kadaver van een Duitse herder. “We experimenteren nu met een pasjessysteem, waardoor de container alleen nog toegankelijk is met een pas voor omwonenden.”

De kleding die nog herdraagbaar is, komt uiteindelijk in grote balen of zakken terecht, die ingedeeld worden op zomer- en winterkleding van A-, B- of C-kwaliteit. Sympany verkoopt de kleren vervolgens aan inkopers in landen in Oost-Europa en aan landen in Afrika, D.R. Congo, Malawi, Angola en Zambia. Iets waar Vooges volkomen achterstaat, zegt hij er direct bij. “Ik zal je uitleggen waarom we nooit iets gratis weggeven: wat we verschepen moet ook waarde hebben voor diegene die het ontvangt. Als economisch goed willen we dat het volgens vraag en aanbod wordt afgenomen in de desbetreffende landen.” 

Tweedehandskleding wordt gesorteerd Beeld: Sympany

Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als er drie weken lang vlees in zo’n bak ligt. Dat was echt verschrikkelijk

Is het verschepen van onze ‘afdankertjes’ naar andere landen niet gewoon een manier om van onze troep af te komen? Daar is Vooges het volledig mee oneens. Net zoals hij het argument ‘jullie maken de lokale maak-industrie in die landen kapot’ onzin vindt. “Ten eerste gaat er geen ‘troep’ naartoe, onze afnemers in de landen waarmee wij handelen krijgen precies de mix van kleding waar ze om vragen. Daar sorteren we op. Doen we dat niet, dan zijn we onze afnemer kwijt.” Daarnaast benadrukt Vooges de vraag die er in de landen bestaat, en de werkgelegenheid die het creëert. “Als je kijkt naar de landen waar wij zitten, zie je dat de handel in tweedehandskleding allerlei banen oplevert.” 
Balen kleding van mix van sweaters

De cirkel in Europa rondmaken

Maar wat gebeurt er dan met de kleding die niet wordt verkocht? Sorteerbedrijven zijn daar niet of nauwelijks. Ontstaat er dáár geen enorme kledingafvalberg? Volgens Vooges is dat niet het geval. “Heel veel kleding wordt daar letterlijk opgedragen. En markthandelaren hebben een systeem bedacht waardoor ze bijna alles in hun winkels kwijtraken; de eerste week verkopen ze de kleren voor de volle prijs, vijf dollar, daarna gaat er telkens wat vanaf. De kleding die toch overblijft, wordt verkocht en verplaatst naar een andere regio in het land om te kijken of het daar nog verkocht kan worden.” Vooges is ervan overtuigd dat van de hoeveelheid kleding die Sympany er naartoe stuurt, een nihil percentage op de afvalberg zal belanden. 

En wat als daar ooit toch een probleem mocht ontstaan? “Dan denk ik dat we zouden stoppen met het exporteren van kleding. Ik hoop wel dat tegen die tijd de innovaties op het gebied van kledingrecycling ver genoeg zijn; dat het loont om hier te gaan recyclen en de cirkel in Europa rond te maken.”

India, Malawi, Ethiopië, Congo en Angola

De groeiende kledingafvalberg

Voor nu is het businessmodel van Sympany nog vooral gericht op het doorverkopen van tweedehandstextiel. Met het geld dat de inzamelaar daaraan verdient, worden onder meer opleidingen tot kleermaker gegeven aan vrouwen in Angola en gewerkt aan de zelfredzaamheid van arbeiders in textielfabrieken in India. Verspreid door het hoofdkantoor van Sympany hangen grote afgedrukte foto’s waarop vrouwen en mannen achter een naaimachine te zien zijn. De foto’s zoomen in op de projecten die de organisatie faciliteert in India, Malawi, Ethiopië, Congo en Angola.

“We besteden het budget alleen in landen waar een partnerorganisatie geworteld is”, vertelt Vooges. “Persoonlijk geloof ik niet zo in het feit dat Nederlanders moeten zoeken naar de projecten in diverse landen. Daar zitten capabele mensen; laat die lokale ngo’s maar gewoon het werk doen.” 

Big business

Daar zitten capabele mensen; laat die lokale ngo’s maar gewoon het werk doen.

Hoewel Sympany vooral verdient aan het doorverkopen van tweedehandskleding, is dat businessmodel de laatste jaren meer onder druk komen te staan. De grootste verandering ontstond toen gemeenten een aantal jaar geleden geld zijn gaan vragen aan de inzamelaars. Ze zagen in dat met de inzameling van tweedehandskleding geld te verdienen valt, en wilden daar graag een graantje van meepikken. Vooges: “Waar we onze textielcontainers voorheen gratis weg konden zetten, werden er nu hier en daar aanbestedingen gedaan, waarbij alles uit de kast werd gehaald. Tot ons grote verdriet.” 

Voor Sympany betekende dit namelijk dat er minder geld overbleef voor de goede doelen die zij ondersteunt. “Gelukkig zijn er nog steeds gemeenten die de meerwaarde daarvan inzien, waar we onze bakken gratis mogen neerzetten.” 

Fast fashion

Maar er is nog iets aan de hand: er komt steeds meer niet herdraagbare kleding in de containers terecht. “Ons businessmodel was er altijd op gericht om herdraagbare kleding door te verkopen aan andere landen.” Maar mede door de opkomst van fast fashion (veel en goedkope kleding), loopt de kwaliteit sterk terug. Bovendien zijn inzamelaars verplicht om mensen te informeren dat alle textiel in de bakken mag. Dus ook kapotte truien, lakens, slopen, et cetera. “Dat noemen wij ‘ondersoorten’; die leveren geen geld op, maar kosten je onder aan de streep geld. Met andere woorden: waar acht jaar geleden nog 85 procent van al het textiel dat wij inzamelde herdraagbaar was, is dit aantal inmiddels gedaald naar 55 procent. Dat heeft een enorme impact op je business.” 

Het zou Vooges dan ook niets verbazen als er op den duur geen tweedehandsmarkt meer over is. “Als de fast fashion-trend zich voortzet, en de kwaliteit van kleding verder terugloopt dan wordt het percentage her te dragen kleding zo klein dat het niet meer loont om te gaan inzamelen.” 

Mede om die reden houdt Sympany zich ook bezig met kledingrecycling. “Wij zijn al een paar jaar aan het kijken of we via de juiste vervezel-technieken van oude kleding nieuwe garens kunnen maken om daar vervolgens weer kleren van te kunnen fabriceren. In India hebben we bijvoorbeeld een sociale onderneming opgestart, Khaloom, waarbij we van gerecyclede garen hoge kwaliteit stoffen maken. Maar het is lastig; kledingrecyclen is niet makkelijk, het gaat langzaam, met horten en stoten. Maar uiteindelijk denk ik dat dit de toekomst is.” 

Een nieuw leven voor oude kleren

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons