Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De textielsector is bekend – zeg maar berucht – om haar slechte arbeidsomstandigheden. Rampen als de instorting van fabriekscomplex Rana Plaza in 2013 herinneren ons eraan dat de veiligheid voor mensen achter de naaimachine niet gegarandeerd kan worden door merken met winkels in de Amsterdamse Kalverstraat. Die zijn lang blind gebleven voor de omstandigheden in hun eigen fabrieken. Vaak weten merken niet eens waar die precies staan, laat staan hoe het er binnen aan toe gaat.

Volgens organisaties als Schone Kleren Campagne en Fashion Revolution is weten met welke fabrieken je te maken hebt en daar transparant over zijn een eerste stap naar meer veiligheid en dus betere omstandigheden in de industrie. Dat nemen Nederlandse merken nu ter harte. Acht grote en kleine merken en retailers1 kondigden deze week aan vanaf nu transparant over hun productielocaties te zijn.

“Wij zijn trots op deze mijlpaal”, zegt Floor Driessen, hoofd duurzaamheid bij HEMA. “Het was best spannend om de fabriekslocaties (onder andere in China, India en Bangladesh, red.) te publiceren. Informatie over fabrikanten werd lang gezien als iets wat concurrentiegevoelig ligt, als een kok die vertelt waar zijn ingrediënten vandaan komen. De vele positieve reacties die we krijgen, tonen aan dat dit een goede stap in de juiste richting is. Transparantie wordt zeer gewaardeerd. Het is een middel om misstanden – bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid – aan te pakken en impact te hebben op de textielindustrie.”

Transparantie stimuleren

Samen met de zeven anderen onderschreef HEMA een transparency pledge, in navolging van nog vier merken: Zeeman, C&A, G-Star Raw en Esprit. Internationale merken als H&M, Primark en Nike zijn al langer transparant over hun fabriekslocaties. “Wij hebben nog een weg te gaan, maar zijn hierin alvast een van de koplopers”, zegt Driessen. “We hopen anderen te inspireren om ons voorbeeld te volgen.”

De twaalf aangesloten merken maken deel uit van de in totaal 93 leden van het Convenant Duurzame Kleding en Textiel. Dat werd in 2016 in het leven geroepen om de Nederlandse kledingmarkt te verduurzamen. “Wij vragen al langer transparantie aan onze leden”, zegt een woordvoerder van het Convenant. “Een van de voorwaarden om toe te treden is dan ook de locaties van je fabrieken op te geven. Die zetten wij op een gezamenlijke lijst, die publiek beschikbaar is via de transparantietool Open Apparel Registry. De eigen locaties publiek delen is een extra stap, die is vrijwillig.”

convenant2.jpg

Convenant kledingindustrie; opstap of stoplap?

Wat heeft het convenant Duurzame Kleding en Textiel opgeleverd?

Het Convenant is trots dat hun merken die stap nu gezet hebben. “We verplichten dit niet, maar stimuleren het wel. Het Convenant heeft hierin een grote rol gehad, net als andere partijen, zoals de Schone Kleren Campagne. Dat binnen het Convenant nu in één keer zoveel bedrijven hun locaties bekendmaken, zien wij als bewijs voor ons aandeel hierin. We zijn hier heel blij mee.”

Eerste stap naar verantwoordelijkheid?

Ook Suzan Cornelissen van de Schone Kleren Campagne is blij met de toezegging van intussen twaalf Nederlandse merken. De transparency pledge, opgestart in 2016, is een internationale samenwerking tussen haar organisatie, mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch en internationale vakbonden zoals IndustriALL. De instellingen ijveren al langer voor transparantie in de sector. “Je productielocaties vrijgeven is de eerste, belangrijke stap”, zegt Cornelissen. “Zo kunnen wij merken aanspreken op misstanden en samen oplossingen zoeken.”

Aruna Kashyap, vrouwen- en arbeidsrechtsspecialist bij Human Rights Watch, beaamt dat. “Transparantie betekent bewijs. Het is een teken dat een bedrijf effectief zijn netwerk in kaart brengt. Acties zoals deze tonen het verschil tussen merken die alleen maar zéggen waar ze mee bezig zijn en merken die zwart op wit kunnen bewijzen waar ze mee bezig zijn. Dat is broodnodig om merken verantwoordelijkheid te laten nemen voor eventuele misstanden in de keten.”

Cornelissen geeft een voorbeeld. ‘Onze partnerorganisaties in Pakistan willen een veiligheidsakkoord opzetten in dat land, net zoals in Bangladesh. Met deze informatie kunnen we kijken welke merken in welke Pakistaanse fabrieken produceren en ze uiteindelijk ook ondersteunen om de nodige veiligheidsmaatregelen te treffen.”

Transparantie werkt veel beter als je alle informatie op één centrale plek hebt

Het oorspronkelijke veiligheidsakkoord is opgezet in een moment van crisis, na de instorting van fabriekscomplex Rana Plaza in 2013. Juist op die momenten is dit soort informatie volgens Kashyap cruciaal. “Dan verlies je tenminste geen tijd met uitvissen welk merk in welke fabriek zit. Dat soort informatie is moeilijk – zo niet onmogelijk – te achterhalen. Daar wil je echt niet mee bezig zijn op een moment dat textielarbeiders in de problemen zitten en merken hun verantwoordelijkheid moeten nemen om hen te helpen.” Daarom publiceren de organisaties achter de pledge, net als het Convenant, al hun data op transparantietool Open Apparel Registry, en roepen ze andere merken op om hetzelfde te doen. “Transparantie werkt veel beter als je alle informatie op één centrale plek hebt.”

Met de informatie die de Schone Kleren Campagne al had, heeft ze campagne gevoerd tegen H&M, onder andere op basis van de informatie over hun productielocaties. “Wij zagen dat ze achterliepen op vlak van veiligheid”, zegt Cornelissen. “Ze hadden er niet tijdig voor gezorgd dat alle nodige verbeteringen binnen het Bangladesh-akkoord doorgevoerd waren. Als organisatie krijgen we dus meer zicht op hoe bedrijven presteren.”

Steeds veiliger

In hetzelfde jaar als de transparency pledge heeft Fashion Revolution, de organisatie die bij elke herdenking van Rana Plaza vraagt #whomademyclothes, een transparency index opgezet, waarin internationale retailers hun keten in kaart kunnen brengen. Ook dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Volgens Roosmarie Ruigrok, coördinator van Fashion Revolution Nederland, zijn er minder ongelukken gebeurd sinds steeds meer merken via een van beide tools hun productieplekken bekendgemaakt hebben.

Vroeger maakten merken een deal met leveranciers ergens in een hotel zonder de werkomstandigheden te weten

“Merken gaan geen locaties publiceren waar ze nog nooit geweest zijn”, denkt ze. “Vroeger spraken vertegenwoordigers van merken met leveranciers af in een hotel en was een deal beklonken zonder de werkomstandigheden te weten. Nu willen steeds meer merken eerst de fabrieksvloer op om te kijken of ze wel de juiste plek uitgekozen hebben.”

Ruigrok noemt dit ook een stok achter de deur voor onderaannemingen, een veel voorkomende praktijk waarbij bestellingen doorgesluisd worden naar andere fabrieken dan de hoofdleverancier. “Nu kunnen merken niet meer zeggen dat ze dachten dat daar de fabriek stond waar hun orders heen gaan. Die lijsten dwingen merken om veel bewuster met hun leveranciers om te gaan.” Al blijft het risico op onderaannemingen nog steeds bestaan. “Een fabriek zal niet snel nee zeggen tegen een bestelling, zeker niet in landen waar het merk toch niet vertegenwoordigd is. Als ze vol zitten, geven ze die nog steeds uit handen.”

“Als er dat soort problemen zouden voorkomen in de keten, wil HEMA haar verantwoordelijkheid opnemen om die te verhelpen”, claimt hoofd duurzaamheid Driessen. Wat dat concreet inhoudt, zullen we pas weten als het zover is. Driessen zegt alvast niet ongerust te zijn mochten hun fabrieken, net zoals die van H&M, onderzocht worden. “Als er misstanden voorvallen, kunnen we er gezamenlijk aan werken. De publicatie van onze productielocaties is geen doel op zich, maar een middel voor een betere samenwerking tussen merken, ngo’s en vakbonden. Het idee van de publicatie is net dat de volgende stappen kunnen gezet worden.”

Meer tools nodig dan enkel transparantie

Die volgende stappen zijn belangrijk, want een locatielijst maakt een merk nog niet duurzaam. “Transparantie gaat over veel meer dan enkel locaties”, zegt Cornelissen (Schone Kleren Campagne). “Merken zijn open over hun fabrieken, maar de lonen die in die fabrieken betaald worden, maken geen deel uit van hun pledge.”

“Dat is een van onze volgende stappen”, geeft Driessen toe. “Enkel de namen van de fabrieken delen, zegt inderdaad weinig. We willen ons steeds beter informeren en nog transparanter worden.” Leefbare lonen kunnen ze momenteel nog niet garanderen. “Daar leren we over bij dankzij het Convenant. Hoe meer we over de keten weten, hoe meer we onze transparantie kunnen vergroten.”

Roosmarie Ruigrok (Fashion Revolution) wijst erop dat fabrikanten de lonen bepalen, niet de merken. Aruna Kashyap (Human Rights Watch) vindt transparantie over lonen heel belangrijk, maar betwijfelt of ze informatie die merken daarover zouden geven zou vertrouwen. “Merken moeten onafhankelijke instanties ondersteunen die arbeiders gaan bevragen op lonen. Dat is betrouwbaarder dan monitoring door de merken zelf.”

Kledingmerken maken tientallen collecties per jaar, tegen zo laag mogelijke prijzen. Dat model is niet duurzaam

“Transparantie is maar een van de tools in de gereedschapskist voor een meer duurzame bedrijfsvoering”, benadrukt Kashyap. “Je hebt nog zoveel meer nodig om als merk je verantwoordelijkheid te nemen – denk aan vakbondsvrijheid en leefbare lonen. Transparantie alleen is geen oplossing. Het is wel een van de middelen die noodzakelijk zijn om tot oplossingen te komen.”

“Om zich duurzaam te noemen, moet nog veel meer gebeuren”, vindt ook Cornelissen (Schone Kleren Campagne). “De hele sector is een race to the bottom. Kledingmerken maken tientallen collecties per jaar, supersnel na elkaar, tegen zo laag mogelijke prijzen. Dat model op zich is niet duurzaam.”

Kettingreactie

Ondanks haar pessimisme over de bedrijfsvoering van fast fashion-merken noemt Cornelissen dit een kantelpunt. “De argumenten om niet transparant te zijn gaan op een bepaald moment niet meer op. H&M, Primark, C&A, Zeeman en nu ook HEMA zijn nu gemotiveerd om hun locaties te delen. Dat is wel degelijk een stap vooruit. Dat mogen we ook positief benoemen.”

“Een paar jaar geleden was er vooral veel naming and shaming van merken die niet goed bezig zijn”, zegt Ruigrok (Fashion Revolution). “Nu richt het middenveld zich op mensen die het wel goed doen. En iedereen wil bij de mensen horen die het goed doen, toch? Goed doen doet goed volgen.” Het gaat heel hard nu volgens de duurzame mode-expert, die als consultant bedrijven begeleidt om hun keten te verduurzamen. “De basis is nu eindelijk gelegd. Als deze kettingreactie met dezelfde snelheid doorgaat, denk ik dat we binnen tien jaar helemaal anders naar onze sector zullen kijken.”

Als je niet weet wie er voor je werkt, toon je geen respect voor waar de kleren vandaan komen

“Dit is zeker een trend”, zegt ook Kashyap. “Merken zien er steeds meer de voordelen van in. Door transparant te worden, krijgen ze meer vertrouwen van consumenten. En volgens mij nog belangrijker: ze krijgen ook vertrouwen van de textielarbeiders. Zij hebben recht op de juiste informatie. Als merken dat recht niet respecteren, als ze niet eens weten welke arbeidsters voor hen produceren, dan kunnen arbeidsters geen contact zoeken als er iets mis gaat. Dat is de enige manier waarop je hen kan beschermen. Als je niet weet wie er voor je werkt, toon je geen respect voor waar de kleren vandaan komen.”

5904019924_52c65f0a83_b

Vijf jaar na de Rana Plaza-ramp

Is de kledingindustrie van Bangladesh een betere plek geworden voor textielarbeiders?

fashrev_2016_impact_47.jpg

Waarom transparantie cruciaal is voor een eerlijke kledingindustrie

Vandaag is het precies vier jaar geleden dat Rana Plaza instortte. De ramp toonde…

  1. HEMA, WE Fashion, Marlies Dekkers, Okimono, Alchemist, Kings of Indigo, Kuyichi en Schijvens Corporate Fashion. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
mg_7012

Sarah Vandoorne

Freelance journalist met focus op eerlijke mode

Sarah Vandoorne is een Belgische freelance journalist. Ze schrijft onder meer voor MO* Magazine, Eos Wetenschap, Charlie Magazine en One …
Profielpagina