Historisch momentje?

17-12-2014 Bron: OneWorld
Fotot: Flickr/Brad Hammonds
Column – 

Vorige week is in Kopenhagen de nieuwe Core Humanitarian Standard gelanceerd. Het zal de voorpagina’s niet bereikt hebben, maar het kán een historisch moment zijn in de geschiedenis van de humanitaire hulp: deze standaard moet borg staan voor kwaliteit en transparantie van noodhulp.

Verweesd
Niet dat zo’n code nieuw is. Twintig jaar geleden werd, naar aanleiding van de toenemende politisering van hulp en het groeiende aantal hulporganisaties, de gedragscode Code of Conduct opgesteld. Deze Code omvat een aantal kwaliteitsprincipes over de uitvoering van hulp en min of meer de vier klassieke humanitaire principes - medemenselijkheid, onafhankelijkheid, neutraliteit en non-discriminatie. Binnen de kortste keren werd de Code door het grootste deel van de humanitaire sector ondertekend.

Daar stond tegenover dat de Code verweesd was. Er was geen sturing, niemand kon wijzigingen doorvoeren en ondersteuning bij de uitvoering ontbrak

Tien jaar later onderzocht ik in hoeverre het document leefde. Leuk al die handtekeningen, maar maakt het ook een verschil? Het goede nieuws was dat de principes breed gedragen werden door werknemers binnen de humanitaire hulp. Maar daar stond tegenover dat de Code verweesd was. Er was geen sturing, niemand kon wijzigingen doorvoeren en ondersteuning bij de uitvoering ontbrak. Laat staan dat er een mechanisme was om naleving te controleren. Bovendien waren er inmiddels ook andere Codes en kwaliteitsinitiatieven ontstaan: de bekende Sphere Standard, het People in Aid en de Humanitarian Accountability Partnership.

Crisisgemeenschap centraal
Een paar jaar geleden is daarom een proces ingezet om tot een nieuwe standaard te komen. Één die het beste van de andere standaards combineert en meer inbedding kan krijgen. Het resultaat is dus vorige week gelanceerd: de Core Humanitarian Standard. De klassieke principes zijn onderliggend en daaromheen zijn negen principes geformuleerd. Allemaal zijn ze uitgewerkt in een aantal voorschriften voor de uitvoering en organisatorische verantwoordelijkheden van de humanitaire hulpsector.

Een groot verschil met de vorige Code is dat deze, de ‘CHS’, niet is geschreven vanuit het perspectief van de hulporganisaties, maar juist de gemeenschappen en mensen in crisissituaties centraal stelt.

De ‘CHS’ is niet geschreven vanuit het perspectief van hulporganisaties, maar juist vanuit de gemeenschappen en mensen in crisissituaties.

Zij behoren toegang te krijgen tot relevante, tijdige en goed-gecoördineerde hulp; Tot informatie en zeggenschap over die hulp en tot klachtmechanismen. Ook mogen zij niet worden benadeeld; hun weerbaarheid niet ondermijnd; en mogen ze verwachten dat organisaties hun middelen efficiënt inzetten via competente stafleden en vrijwilligers. Omdat de getroffen bevolking centraal staat, is de CHS niet van humanitaire organisaties. Ze is even toepasselijk voor ontwikkelingsorganisaties en anderen die werkzaam zijn in crisisgebieden.

Wél inspraak
Ook een verschil is dat de CHS het product is van een tweejarig proces waar duizenden mensen inspraak in hebben gehad. Er zijn meerdere versies becommentarieerd en getest en nu al staat er een groot aantal organisaties en betrokkenen achter. Ook krijgt de CHS een club die de code gaat ondersteunen met richtlijnen, training en advies.

Tot slot, er is een parallel initiatief dat de CHS wil gebruiken voor een certificatie- en verificatieproces. Daarmee zou de adoptie van de Standaard uiteraard vrijwillig zijn, maar niet langer vrijblijvend. Zo worden organisaties dan door een externe controleur doorgelicht op de CHS-onderdelen. Dit initiatief is nog in ontwikkeling en krijgt langzamerhand steeds meer steun. Al roept het ook weerstand op.

Zo zijn sommige organisaties bang dat de Standaard te exclusief wordt en hulpverlening uit zal sluiten in de praktijk. Of dat het te bureaucratisch wordt en innovatie tegenhoudt. De weerstand is deels cultureel en afkomstig uit landen zoals de Verenigde Staten waar regulering vaker snel afweer oproept. Om die reden is het belangrijk dat de twee initiatieven gescheiden blijven: iedereen kan de CHS adopteren en toepassen en wie wil kan de extra stap zetten naar certificering.

Gaat de nieuwe stadaard leven?Wordt ze gebruikt?

En nu: de noodhulpsector!
Of de lancering van de CHS inderdaad een historisch moment is, hangt af van de komende tijd. Gaat de CHS leven en wordt ze gebruikt? Gaan organisaties er mee aan de slag om hun beleid aan te passen waar nodig? En krijgen de door crisis getroffen gemeenschappen en mensen daadwerkelijk een luidere stem om de kwaliteit en verantwoording van hulp te realiseren?

Het voorwerk is gedaan, het is nu aan de noodhulpsector om de draad op te pakken.

Thea Hilhorst

Thea Hilhorst is professor Humanitarian Aid and Reconstruction at the...

Lees meer van deze auteur >

Reacties