De werkende vluchteling: tussen uitkering en verdringing op de arbeidsmarkt

27-06-2016 Bron: OneWorld
Foto: Geralt via Pixabay
Belangrijk voor henzelf én voor de Nederlandse economie: vluchtelingen moeten zo snel mogelijk aan het werk. Zonder banen ‘in te pikken’. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Zwaan Lakmaker doet verslag namens de Asielzoekmachine. ‘Overheid, bestempel óns niet tot het probleem.
Actueel – 

Eén woord zoemt door alle discussies over de opvang van vluchtelingen in Nederland als een lage bas: werk. Prima als mensen de taal leren, maar als ze met al die kennis vervolgens jarenlang vanaf de bank hun handjes ophouden, zijn we geen stap verder. Belachelijk dat pas gewerkt mag worden wanneer de verblijfstatus binnen is, zo creëer je lamlendigheid en met een beetje pech een heuse depressie. Fantastisch dat de Apotheker van Aleppo hier direct aan de slag wil, maar de banenmarkt is pas net begonnen aan te trekken – hoe moet het dan met al die Nederlandse werkelozen? Hierover debatteerden het UAF, COA, vluchtelingen en een flink aantal andere stakeholders op 2 juni op de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Het was de laatste brainstormsessie van de Asielzoekmachine, dat op Wereldvluchtelingendag (20 juni) in Den Haag haar resultaten presenteert.

Asielzoekmachine

Via brainstormsessies in het hele land, tentoonstellingen en een webdocumentaire onderzoekt de Asielzoekmachine ons asielbeleid. Hoe werkt het en hoe willen we dat het werkt?

Wachten met contacten leggen tot het zeker is dat iemand mag blijven, duurt te lang. Zeker gezien de tijd die het kost om een buitenlands diploma geldig verklaard te krijgen. Dat vindt ook het COA. Bestuurslid Janet Helder toont zich verheugd over de laatste ontwikkelingen: ‘In bijna iedere gemeente zijn experimenten, projecten met werk.’ Maar hier doemt een probleem op, waar de regering en het COA overheen lijken te kijken. Door deze gedecentraliseerde bottom-up-approach hangen je kansen dus in grote mate af van in welke gemeente je woont. Die je niet eens zelf hebt mogen uitzoeken: dat heeft het COA voor je gedaan.

Basisvaardigheden

Maar een van bovenaf gestuurd banenplan is wel het laatste wat we nodig hebben, vindt Jacco Vonhof, voorzitter van VNO-CNW IJsseldelta. Zijn werkgeverskoepel weet precies in welke sectoren mensen nodig zijn. ‘Wanneer de overheid het van ons gaat overnemen, dán is er een probleem. Dus neem het werkgevers niet af om de oplossing te bieden, en bestempel óns niet tot het probleem.’

Face-to-face ontmoetingsmomenten (speed dates, zo je wilt), tussenpersonen zoals projectmanagers van de Hogeschool Windesheim die werkervaringsplekken regelen voor hoogopgeleide vluchtelingen, een op competentie gebaseerde vacaturebank (zonder te veel nadruk op de papiertjes die iemand moet hebben): vele voorbeelden en ideeën die ervoor moeten zorgen dat werkgevers beter zicht hebben op de talenten van vluchtelingen passeren tijdens de brainstormsessie de revue.

Dat een groot deel van de vluchtelingen in Nederland helemaal niet hoogopgeleid is, zoals het beeld van de Apotheker van Aleppo suggereert, hoeft voor Vonhof geen probleem te zijn. Verdringing op de arbeidsmarkt? Dat zal de markt wel recht trekken: ‘Het gaat erom of mensen wíllen – zowel vluchtelingen als niet-vluchtelingen.’ Hij noemt zijn schoonmaakbedrijf als voorbeeld, waar mensen basisvaardigheden van de Nederlandse arbeidsmarkt leren: op tijd komen, de taal spreken, een cv opbouwen. ‘En als het goed gaat kun je daarna iets anders gaan doen: een doorstroombedrijf, voor iedereen.’

Gepamper

Voor Anita Hendriks, initiatiefnemer van het AZC-alert en PVV-fractiemedewerker in Noord-Brabant, slaan we hiermee een aantal stappen over. ‘Deze ‘oplossingen’ zijn allemaal al het resultaat van een situatie waarin je niet weet wie er binnenkomt. Ik zeg: grenzen dicht, en opvang in de regio. En als je alsnog mensen gecontroleerd binnen laat komen, dan slinkt de groep werkzoekenden en is er minder verdringing. Want die is er nu wél.’ Al dat gepamper van nieuwkomers gaat ten koste van de aandacht voor al die andere werkelozen, benadrukt Hendriks: ‘Mijn zoon heeft een verstandelijke beperking, hij zit in de Wajong. Want zijn werkplek is afgeschaft.’

Dat de perceptie van verdringing op de arbeidsmarkt het draagvlak voor werkende vluchtelingen verminderd, dat moge duidelijk zijn. Maar wat als die perceptie werkelijk ergens op gestoeld is? Die vraag blijft onbeantwoord.

Zwaan Lakmaker

Antropologist, sociologist en journalist.

Lees meer van deze auteur >

Reacties