OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Er is een rommelbom ontploft. Man en dochter (5) gaan een nachtje kamperen en zoals gebruikelijk wordt alles op het laatste moment ingepakt. Op de vloer liggen kleren, slaapzakken en stukken campingservies, waar mijn tweejarige zoontje doorheen galoppeert op zijn stokpaard. De hond springt op en neer van opwinding. Een felle discussie laait op over het dragen van een spijkerbroek of een zomerjurk op deze zonnige maar koude dag. Dit alles op een vloeroppervlakte van 24 vierkante meter. Temidden van dit krachtveld drink ik mijn eerste bakje koffie.

Dit is zo’n moment waarop ons zelfgebouwde, zelfvoorzienende Tiny House niet alleen klein is maar ook klein voelt. Zoals toen het in de winter dagenlang mistig was. Of wanneer de kinderen maar ruzie blijven zoeken met elkaar. Hoewel er voor dat laatste een simpele oplossing is: naar buiten. Ook als het regent. Daar heb je goede regenkleding voor.

We kijken uit over een veld wilde bloemen met daarin de Tiny Houses van de buren, een boomgaard, een weiland waarin paarden en ganzen grazen. Achter een rij hoge bomen ligt het kanaal waar we in de zomer zwemmen. Onze woonruimte is kleiner maar onze leefruimte veel groter, vergeleken met ons vorige huis.

Alleen zijn

Mijn dochter heeft vage herinneringen aan het driekamerappartement in Zeist. De lift en het uitgestrekte bos naast de flat waar we wandelden met de hond. Daar ontdekten we al de pret van slim ruimtegebruik. Voor haar komst bouwden we een grote commode dat tevens een forse opbergplek was én omgetoverd kon worden tot logeerbed. “Wanneer gaan jullie groter wonen?”, vroegen mensen toen onze zoon geboren werd.

In de zomer van 2017 trokken we in ons Tiny House. Het voorafgaande jaar waren we bijna ieder weekend aan het bouwen. We namen onze toen driejarige dochter vaak mee, ze zag het huis ontstaan en besliste mee over de inrichting van haar kamertje. Familie en vrienden keken vol verbazing toe. Het is nooit in die woorden gezegd maar ik had wel het idee dat ze het spannend vonden dat we dit avontuur met kinderen aangingen.

Ons huis was verkocht, we waren in gesprek met een gemeente maar uitzicht op een locatie waar we legaal konden wonen, was er nog niet. Dat vonden we zelf ook spannend. Toch was het verlangen om een eigen huis te bouwen te sterk. Van het alternatief werden we in ieder geval niet enthousiast: op 7 hoog en zonder balkon blijven wonen of een huis met fikse woonlasten kopen of huren. Er waren vrienden die het direct begrepen, ze hielpen mee met klussen.

Als ze alleen wil zijn, klimt ze via het trapje naar haar kamer waar ze haar spulletjes reorganiseert

Bij het ontwerpen van het huis was een eigen plek voor de kinderen een uitgangspunt, juist omdat we zo klein wonen. Dat bleek een goede keuze. De kinderen zijn nog klein, ze zijn graag dicht bij ons in de buurt. Toch zegt mijn dochter weleens: “Ik wil even alleen zijn.” Dan klimt ze via het trapje naar haar kamer waar ze tekent, een boek leest of haar spulletjes reorganiseert. Soms doet ze de deurtjes van haar kamer dicht.

20190226_132752
De kinderen van Karin Prins Beeld door: Karin Prins

“Dat zetten we op je verlanglijstje”, roep ik vaak wanneer ze wensen heeft. “Kuikens, superwings-transformer, glitterstiften”, dicteerde ze een paar weken voor haar verjaardag en ik schreef het gehoorzaam op. We willen bewuste keuzes maken maar ook de verlangens van de kinderen serieus nemen. Daarom zoeken we naar een goede balans in speelgoed tweedehands en nieuw kopen. Delen, lenen en ruilen horen daar ook bij. De hoeveelheid cadeautjes rond de feestdagen houden we beperkt en we kiezen voor kwaliteit: speelgoed dat gemaakt is om generaties mee te gaan. Dat past ook bij het verhaal achter Tiny Houses: tevreden zijn met genoeg. Een lichtere levensstandaard voor jezelf, je medemens en de natuur.

Buitenles

Als het even kan, eten we aan de picknicktafel met een vest aan. De kinderen struinen door de hoge begroeiing samen met het buurmeisje van 9. Ze vangen wormen en ontsnapte konijntjes, spelen met de buitenkeuken en in de wilgenhut. Volgens onderzoek (Jantje Beton, 2018) speelt slechts 14 procent van de kinderen in hun vrije tijd dagelijks buiten. En dat terwijl dit zo belangrijk is voor een gezonde ontwikkeling van kinderen.

Een van de hoofdredenen die de kinderen in dit onderzoek geven, is dat de speelplekken saai zijn. Uit een Brits onderzoek blijkt dat driekwart van de Britse kinderen minder vaak buiten komt dan gevangenen. Operatie Steenbreek is gestart, met als belangrijkste oproep: tegel eruit, plant erin. Voor biodiversiteit, luchtkwaliteit, waterafvoer en mentaal welzijn. Er is geen betere manier om te ontdekken, te ontwikkelen en grenzen te verleggen dan door te spelen in de vrije natuur. Buiten zijn is gezonder dan binnen zijn. Toch, als ik nieuwe wijken en huizen zie, bekruipt mij het gevoel dat dit doorgaans wordt omgedraaid. Misschien moeten kinderen deel gaan uitmaken van team Ruimtelijke Ordening.

Opgroeien

Nu onze dochter ouder wordt en naar school gaat, constateert ze dat ze anders woont dan vriendjes. Dat ze minder speelgoed heeft en haar kamer kleiner is. Ze heeft er nog geen waardeoordeel over. Dat vind ik soms spannend, wat als ze jaloers wordt? Maar ik merk ook dat ik er steeds beter met haar over kan praten. We leren haar om te kijken naar wat ze wél heeft: een eigen tuintje waar ze zaadjes plant, een trampoline, vier dwergkonijnen. En goede buren, de charme van wonen in een buurtschap van kleine huisjes. Een mini-samenleving waar de kinderen enthousiast deel van uitmaken. It takes a village to raise a child.

En wat als de kinderen groter zijn? We fantaseren dat we samen met hen een eigen huisje bouwen, dat we koppelen aan ons huis. Zo leren ze direct met gereedschap omgaan. Toch hebben we de duidelijke afspraak: wanneer iemand in ons gezin niet meer gelukkig is met deze manier van wonen, maken we nieuwe keuzes.

Tijdelijk paradijs

Er is nog een scenario. Boven dit kleine paradijs hangt een donker wolkje: we mogen hier maar tijdelijk staan. Volgend jaar komt er nieuwbouw. En een schoolgaand kind werpt ook een ander licht op dit vooruitzicht. Om die reden hebben we besloten dat, wanneer er geen vervolgplek komt, we een locatie willen voor minimaal vijf jaar. Als dit niet lukt, gaan we weer ‘normaal’ wonen.

“Wat was het leukste van kamperen?”, vraag ik mijn dochter bij thuiskomst. “Alles”, zegt ze, en haar ogen schitteren. Ze heeft genoeg, en meer dan dat. Gaat alles in het leven niet meer om kwaliteit dan kwantiteit? Deze jaren in ons kleine droomhuis aan de rivier, bij de oude boomgaard en onder de roep van uilen en buizerds, pakt niemand ons meer af.

LR_OW-02-2019_online_P047

Opvoeden in een vuile wereld

Wat vertel je een kind over klimaatverandering of de bio-industrie, en op welke leeftijd?

_DSC1885

Wonen in een lemen koepel

Bewust en duurzaam leven is een mooi streven, maar de praktijk blijkt weerbarstig.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
DITL-Tiny-House_6736-klein-768×512

Karin Prins

Profielpagina