Groen is het nieuwe zwart

31-03-2011 Bron: IS Online
Rianne de Witte

Duurzaamheid lijkt een blinde vlek in de kledingindustrie. Zelfs op onze modeacademies, die tot de internationale avantgarde behoren, wordt nog geen enkele les in duurzaamheid gegeven. Toch is een aantal Nederlandse kledingontwerpers aan het pionieren met milieu- en mensvriendelijke collecties. IS vroeg ze het hemd van het lijf.

Wie: Elsien Gringhuis
Is: Zelfstandig kledingontwerper, won The Green Fashion Competition 2011, een initiatief van Amsterdam International Fashion Award en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
Atelier: Arnhem
Stijl: Tijdloos en minimalistisch, geïnspireerd op het landschap

“Mijn eerste collectie was geïnspireerd op het Chinese industriële landschap. De kleding was gejaagd, hoekig en gaf de drager het opgesloten gevoel zoals ik dat zelf bij grote steden heb. Door tijdsdruk was ik gestrest. Ik moest steeds maar meer en meer produceren in een korter tijdsbestek. De omlooptijd van mode is zo snel! Mijn inspiratie raakte op en ik voelde me leeg. Op een zomerdag pakte ik daarom de fiets en reed ik naar de dijk achter mijn huis. De Rijn kabbelde, de lucht was helder en de kleuren fel. Inspiratie borrelde op. Thuis op mijn computer vond ik een plaatje van een landschap, zoals ik het die dag had ervaren. Plat en minimalistisch, met slechts de blauwe lucht en groene weiden. Deze twee vlakken verwerkte ik in mijn ontwerpen. De soepele zijde die ik gebruikte liet met zich spelen door de wind, zodat de drager kon uitwaaien.
In de modewereld gaan kledingstukken vaak maar een seizoen mee. Dan vallen de gaten erin, worden de kleuren vaal en is de mode weer anders. Als een kledingstuk tien jaar mee gaat, scheelt dat een hoop afval. Ik wil tijdloze kleding maken. Ontwerpers zouden de voorkeur moeten geven aan bamboe of brandnetels. Deze planten groeien snel en hebben minder water nodig dan katoen. Biologisch of niet, katoen blijft gewoon vervuilend en kwalitatief minder goed. Het aanbod van biologisch materiaal is helaas nog vrij beperkt. Bovendien zijn de stoffen vaak net niet modieus, te grof en hebben ze geen mooie, felle kleuren. Dat ik een prijs heb gewonnen, geeft me een steuntje in de rug. Ik kan nu doorzetten met mijn missie en andere kledingontwerpers stimuleren om hetzelfde te doen.”

Wie: Jacqueline Streng (48)
Is: Oprichter en ontwerper van kinderkledingmerk Imps&Elfs
Atelier: Amsterdam
Stijl: Less is more, functioneel

“We kopen kleding als weggooiproduct. Meiden hebben liever tien goedkope truitjes, dan één goede trui die lang mee gaat. Ik zou graag zien dat kleding duurder wordt. Of nee: dat consumenten de échte prijs van een trui of jeans betalen. Ga zelf maar eens een T-shirt naaien, kijk maar eens hoe lang dat duurt. Uren! Het bestaat dan toch niet dat je er in de winkel slechts 5 euro voor betaalt? Ik stapte als ontwerper over van gewoon katoen naar biologisch katoen toen ik zelf kinderen kreeg, nu 21 jaar geleden. Ik ging nadenken over hun toekomst en over de manier waarop wij mensen hun aarde vervuilen. De pesticiden die op de katoenplant worden gespoten, zijn zeer schadelijk. Voor mij is biologische kleding geen marketingtruc, ik loop er niet mee te koop. Klanten komen naar ons toe omdat we mooie en hippe kleding maken. Naast kinderkleding ontwerp ik nu ook beddengoed, dekentjes en handdoeken. Wellicht komen daar in de toekomst nog andere lifestyleproducten bij. Ik weet dat ik daarmee bijdraag aan een grotere afvalberg. Daarom verdiep ik me momenteel in het cradle-to-cradle-principe, waarbij het uitgangspunt is dat alles wat je gebruikt verteerd of gerecycled kan worden. De kleding van Imps&Elfs wordt in India gemaakt. Omdat we bij het keurmerk Made-By zijn aangesloten, kunnen we onze productieketen goed volgen. Zo weten we dat de arbeidsomstandigheden in de fabrieken goed zijn en dat er geen kinderen werken. Alleen het transport is een zware milieulast op het geheel. India is ver, en omdat we vaak aan tijdslimieten gebonden zijn wordt de kleding per vliegtuig vervoerd. Dat is nog een punt van verbetering.”

Wie: Rianne de Witte (43)
Wat: Zelfstandig kledingontwerper sinds 1992, werkt voor meerdere merken
Atelier: Breda
Stijl: Ingetogen, organische vormen

“De modeacademie vond ik erg leuk, maar het gegeven ‘mode’ te oppervlakkig. Ik zocht er iets meer in. Een docent liet me zien dat je ook van een combinatie van turf en wol mooie kleding kunt maken. Ik was meteen verkocht.
In het begin bracht ik niet naar buiten dat ik mijn kleding van biologisch katoen maakte. Begin jaren negentig associeerde klanten dat nog te veel met geitenwollensokken. Ook op de beurs werd biologische kleding destijds ergens op een eilandje achterin als een utopie gepresenteerd. Tegenwoordig is veertig procent van de standhouders op de Parijse modebeurs duurzaam bezig. Grote merken schreeuwen om het hardst dat ze kleding van biologisch katoen verkopen. Voor kleine ontwerpers die er al jaren mee bezig zijn, is dat soms frustrerend. Mijn inspiratie haal ik uit de natuur. Zie je deze mouw? Die heeft wel iets van een takje met een bloemblaadje aan het eind. En omdat ik in Zeeland ben opgegroeid, verwerk ik ook maritieme elementen, zoals matrozenjurkjes, in mijn collecties.
Voor het naaien van mijn kleding werk ik samen met Portugese bedrijven. Portugal is een ontwikkelingsland binnen de Europese Unie, waar veel werkloosheid heerst. Het land kent een lange historie van kleding- en stoffenexport, en de fabrieken die mijn kleding maken zijn SA8000 gecertificeerd. Dit betekent dat de arbeidsomstandigheden goed zijn.  Mijn afzetmarkt ligt grotendeels buiten Nederland. In Zwitserland, Groot-Brittannië en Italië was tien jaar geleden al meer animo voor biologische en fairtrade kleding. Toch wil ik niet alleen in eco-boetieks hangen. De mode staat voorop.”

Hanna Hilhorst

Hanna Hilhorst werkt als programmamaker bij de NCDO, het centrum voor...

Lees meer van deze auteur >

Reacties