Goed voor het milieu en de portemonnee: plastic recyclen in Kameroen

08-12-2015
Door: Alexander Bongers
Bron: OneWorld
Thomas Poelmans Roblain Namegni NAMé Recycling Foto: Annemarijne Bax
Foto: Annemarijne Bax
Met plastic afval recyclen in Afrika sla je twee vliegen in één klap, zo bedachten Roblain Namegni en Thomas Poelmans. Hun onderneming NAMé Recycling won onlangs de wedstrijd Ondernemen Zonder Grenzen. OneWorld sprak met de initiatiefnemers.
Interview – 

 

De Businessplan Competitie van Ondernemen Zonder Grenzen is een competitie voor startende ondernemingen met sociale projecten in opkomende economieën. Dit jaar won NAMé Recycling drie van de vijf prijzen. Ondernemen Zonder Grenzen wordt georganiseerd door Crosswise Works. OneWorld is partner van de competitie.

“Anderhalf jaar geleden zijn we begonnen met dromen”, vertelt Namegni. De geboren Kameroener kwam twintig jaar geleden naar België om er economie te studeren. Hij deelt zijn Vlaamse tongval met Poelmans. Als er iets is dat ze over willen brengen tijdens het gesprek, is het wel hun ambitie om het plan te doen slagen. Daarin worden ze gesteund door de Nederlander Wim Hardeman. Poelmans: “Met zijn drieën hebben we bij NAMé Recycling de juiste eigenschappen: Roblain kent het land als zijn broekzak en heeft er een groot netwerk. Ik heb veel ervaring met het opzetten van recyclingbedrijven in Afrika en Wim is onze technische expert.”

Bij alle succesvolle recycling-programma’s in Afrika staat een financiële prikkel centraal. 

De enorme hoeveelheid plastic aanpakken, waarom moet dat en hoe doe je dat?
Namegni: “Wereldwijd vormt plastic een probleem, want het blijft maar liggen en vergaat niet. In Kameroen wordt plastic afval vaak langs de kant van de weg gegooid. Toch kun je het gemakkelijk omvormen tot iets waardevols, zoals nieuwe flessen. Spijtig genoeg hebben ontwikkelingslanden nog niet de capaciteit om alle plastic te recyclen. De hoeveelheid plastic afval blijft maar groeien. Aan de andere kant is er vaak werkloosheid: er zijn zoveel mensen in Afrika die geen boterham kunnen verdienen. Daar wilden wij op in spelen. Stel je voor – want zoiets begint altijd met ‘stel je voor’ – dat wij mensen kunnen vinden om het plastic te verzamelen. Dat wij het kunnen recyclen en kunnen doorverkopen op de internationale markt. Dat zou perfect zijn!”

Maar moeten jullie niet proberen de mentaliteit van de mensen te veranderen, zodat ze plastic niet zomaar  weg gooien?
Poelmans: “We moeten ons bewust zijn van hoe dit bewustwordingsproces in West-Europa is verlopen. De afgelopen vijftien of twintig jaar zijn mensen steeds bewuster geraakt van het feit dat plastic niet zomaar op de grond kan worden gegooid. In Afrika is dat bewustzijn er nog niet. Je kunt grote campagnes gaan opzetten, maar dat kost ontzettend veel geld en tijd en die rol is eigenlijk meer weggelegd voor de overheid.” Daarom richten zij zich op recycling waar geld mee kan worden verdient, vertelt Poelmans. “Bij alle succesvolle recycling-programma’s in Afrika staat een financiële prikkel centraal. Het feit dat we mensen gaan betalen om in te zamelen zorgt gelijk voor een win-winsituatie. Daarmee geef je mensen die werkeloos zijn een kans om een inkomen te krijgen door flesjes op te rapen van de straat.”


NAMÉ Ondernemen Zonder Grenzen

Roblain Namegni (links) en Thomas Poelmans (rechts) van NAMé Recycling / Foto: Annemarijne Bax

Daarom willen ze dus een fabriek beginnen die plastic afval kan recyclen tot nieuwe plastic. De fabriek komt in Limbé, de stad waar Namegni zelf opgroeide, op 70 kilometer afstand van de grote havenstad Douala. Namegni noemt het kiezen van Limbé “de beste zet” die ze gedaan hebben: Limbé is een groeikern waar op dit moment de prijzen van een loods vijf keer zo laag liggen als in Douala. Hoewel de fabriek in Limbé komt, zal de inzameling tot ver daar buiten plaats vinden, te beginnen in Douala. Volgens Poelmans hebben zij een primeur: “Op dit moment zijn er geen partijen die doen wat wij willen: grootschalig recyclen en daarbij aan alle Europese kwaliteitseisen voldoen, maar tegelijkertijd aansluiten op de lokale informele sector.”

Op dit moment zijn er nog geen recyclingbedrijven

Hoe zien jullie zoiets praktisch voor je, om aan te sluiten op de informele sector?
Poelmans: “We zijn bezig een netwerk op te zetten van verzamelaars die voor ons gaan inzamelen. Doordat wij verwerkingsmachines gaan gebruiken kunnen we een hogere prijs betalen dan wanneer zij plastic doorverkopen aan een of andere Chinese of Libanese handelaar. Dus wij gaan mensen inschakelen die nu al in met name sloppenwijken aan plasticinzameling doen.”

Komen deze mensen bij jullie in loondienst?
Poelmans: “Nee, ze worden betaald per kilogram.”
Namegni: “Momenteel is het nog informeel. Toch willen we ze uiteindelijk ook zekerheid kunnen bieden. Als men zeker is van honderd euro per maand, dan kunnen ze verder met hun leven en hun kinderen naar school sturen.”
Poelmans: “Inderdaad, we willen ze contracten aanbieden om ze meer zekerheid te bieden. Aan de andere kant willen we er wel voor zorgen dat het gebaseerd is op prestaties, zodat we geen mensen betalen die de hele dag niets doen.”

Jullie richten je uitsluitend op plastic zwerfvuil?
Poelmans: “Nee, we willen ook gaan samenwerken met producenten en importeurs van plastic.” Namegni: “In Kameroen en in veel andere landen, is het juridisch zo geregeld dat de producenten of de importeurs verplicht zijn hun afval te recyclen. Maar er zijn op dit moment nog weinig mogelijkheden tot recycling. Dat is goed voor ons bedrijf, want wij kunnen die leegte opvullen. Wij kunnen ons richten op deze terugnameplicht, want die bedrijven zullen ons ook moeten betalen.”

Waar komt jullie plastic terecht?
Poelmans: “Bij lokale frisdrank of bierproducenten, maar ook op de internationale markt: we kennen bedrijven in Nederland en België die zeer geïnteresseerd zijn. We gaan dus proberen om zoveel mogelijk lokaal kwijt te raken en wat we niet lokaal kwijt kunnen gaan we aan bedrijven als Coca-Cola te leveren.

We willen niet alleen de wereld verbeteren, we willen ook winst behalen

Wat is jullie grootste uitdaging?
Namegni: “Lokaal hebben we onze zaken op orde. Ik zal zelf in Afrika gaan opereren en ken daar natuurlijk goed mijn weg. Maar het geld is de grootste uitdaging. We hebben zo’n 400.000 euro nodig om machines aan te schaffen die het plastic kunnen verwerken. Die machines zijn noodzakelijk om door te kunnen gaan.”
Poelmans: “Wat we nu hebben opgestart is puur uit eigen middelen betaald. We hebben een loods, we betalen mensen die voor ons inzamelen. Maar die 400.000 euro moet geïnvesteerd worden door een partij die in ons gelooft vanuit een maatschappelijk en milieuperspectief, maar ook vanuit een businessperspectief. Want we zijn allebei duidelijk ondernemers: we willen niet alleen de wereld verbeteren, we willen ook winst behalen.”

Kort geleden hebben ze getest of ze voldoende plastic konden inzamelen. “Het is een groot succes! Een paar weken lang hadden wij twee mensen en verzamelden we ongeveer twee ton per dag”, vertelt Namegni. Het scherpt hun vertrouwen. Ook het winnen van Ondernemen Zonder Grenzen 2015 droeg daaraan bij. De jury noemde het plan ‘sociaal, duurzaam en realistisch’, mede door de terugnameplicht van plastic afval in Kameroen. Namegni kijkt terug: “Bij Ondernemen Zonder Grenzen werden we uitgedaagd om onze plannen opnieuw te bekijken en te toetsen aan de mening van anderen. Dat we gewonnen hebben geeft ons de geruststelling dat we een degelijk ondernemingsplan hebben.”

Uiteindelijk willen ze ver doorgroeien, sluit Namegni af: “ik hoop dat we over een jaar of tien ook veel andere landen in Sub-Sahara Afrika kunnen bereiken, want de problemen rond plastic spelen daar ook.” Poelmans is het daar mee eens: “We willen aantonen dat plastic recycling in Afrika kan werken. Het kan winst opleveren en tegelijkertijd goed zijn voor mens en milieu.”

 

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Reacties