Alternatief voor fast fashion: Dutch design uit Rwanda

06-05-2016 Bron: OneWorld
Foto: OneWorld
Artiesten als Typhoon en Pete Philly zijn erin gespot, maar ook cabaretiers Dolf Jansen en Marc-Marie Huijbregts en What’s Up Africa!-vlogger Ikenna Azuike. De colberts van Afriek combineren kleurige West-Afrikaanse batikprints met strakke gentleman-snit. Achter dit merk zit geen modeduo à la Victor en Rolf, maar twee voormalig studenten conflictstudies en internationale betrekkingen die elkaar ontmoetten tijdens onderzoek en stage in Rwanda.
Achtergrond – 

Update 31/8/2016 : Bezoek deze week de speciale Afriek pop up store, nog t/m zondag 4 september. Huidenstraat 13-1, Amsterdam. Elke dag open 10-19 uur. Zie Afriek.com

Sivan Breemhaar (27) en Kars Gerrits (30) stonden allebei aan het begin van een carrière bij internationale organisaties, maar verruilden die voor een onzeker bestaan als startup. “In Rwanda ging ik van theorie naar de praktijk en besefte ik dat onze westerse manier van hulp geven niet werkt”, vertelt Sivan. “We kregen het idee dat ondernemen veel gelijkwaardiger is om ontwikkeling te bevorderen”, zegt Kars. En zo begonnen ze in 2013 Afriek. Gewoon, omdat ze het zelf leuk vonden om een mondiale mix te maken van hier en daar. Na een aantal herencollecties is er nu ook het eerste damesseizoen, met tops, jassen en zwierige broeken van Lisa Konno, een nieuwe naam in de Nederlandse modeontwerpersscene. BNN’s Geraldine Kemper is al fan van de lijn. De mouwloze blouse van Geraldine is voor haar gemaakt in een atelier in Nyamirambo, een levendige wijk met moskeeën en kledingwinkeltjes in hoofdstad Kigali. Het is de laatste productieweek voordat er een vracht van meer dan tweehonderd gecrowdfunde kledingstukken in koffers van vrienden en familie naar Nederland gaat. Daarna gaan de jasjes, overhemden, blouses door naar winkels in Amsterdam, Ibiza, Antwerpen en Berlijn.

Gelijkwaardige samenwerking

Kars, op slippers en in korte broek met Afriek-T-shirt, checkt een patroontekening op zijn telefoon. Maître Kintu vergelijkt de tekening met een voor- en achterpand van een damestuniek-in-wording. “Kleermakers zijn gewend om te werken vanuit modellen en lichaamsmaten, niet vanuit een patroon”, vertelt de geboren Congolees. “Maar het is leuk om je te blijven vernieuwen binnen het vak.” Kintu en zijn collega-kleermakers Christian, Abubacar, Diane en Moussa en fourniturenspecialist Christine zijn ZZP’ers. Sivan: “We wilden met ondernemers werken, omdat dit de meest gelijkwaardige samenwerking is. Zo kunnen de kleermakers voor ons produceren zonder afhankelijk te worden van ons, en onze productieaantallen, want ze behouden ook hun eigen klanten.”

De Oost-Afrikaanse gemeenschap heeft de import van tweedehands kleding uit Europa aan banden gelegd. Wellicht helpt dat om de Rwandese kledingindustrie een impuls te geven. Vooralsnog wordt de kleding van Afriek vooral door Europeanen en Afropolitans, Afrikanen in de diaspora gedragen, maar op instagram zijn ook wat Rwandese social media influencers en vloggers te zien in Afriek-outfits. Kars: “Ik zie wel dat de gekleurde batikstof, de Kitenge, weer terugkomt in het straatbeeld. Niet meer zo traditioneel gedragen als omslagrok, maar met accenten en gemengd met andere soorten.” Productiemanager Joseph: “Tienermeisjes komen hier langs om aan Christine te vragen hoe ze zelf hun shirts kunnen costumizen in African style. Bijvoorbeeld een zwart shirtje met een Kitenge-kraag.”

We kregen het idee dat ondernemen veel gelijkwaardiger is om ontwikkeling te bevorderen


“Ook jonge kinderen komen vaak even kijken”, vervolgt Joseph (28), die biologie en scheikunde studeerde. “Misschien dat we met dit atelier weer een nieuwe generatie kleermakers enthousiast maken.”

Josephs eigen favoriete item is het bomberjack. “Stoer gecombineerd met stijl, hierin is je look meteen af”, zegt hij. Het zijn nou net de bomberjacks die wat stress opleveren. Een boetiek in Nederland bestelde twee modellen van dezelfde stof, maar na het knippen viel de reststof net ongunstig uit. Met passen en meten op de vierkante centimeter is het gelukt om er toch nog twee te maken.

Kars: “De stoffen komen helaas niet uit Rwanda zelf, want hier op de markt vind je vooral Chinese, inferieure kwaliteit.” Daarom halen ze West-Afrikaanse batikstoffen afkomstig uit Nigeria in buurland Uganda. “We moesten even onze weg vinden. We waren al blij toen we uiteindelijk via allerlei tussenmannetjes en -vrouwtjes een geschikte leverancier hadden gevonden. Tot we na een tijd ontdekten dat er op zolder nog een leverancier zat die aan hem leverde, en het veel goedkoper bleek om direct bij diegene te kopen.”

Exclusiviteit

Kars en Sivan verblijven om en om een aantal weken of maanden per jaar in Rwanda. Op hun kantoortje met uitzicht op de Amsterdamse haven hebben ze twee stagiaires van modeopleiding AMFI voor de marketing en de website. Hun dameslijn staat in de Elle, ze hebben net een tassenlijn gelanceerd met duurzaam merk O My Bag. Om er voor Sivan en Kars een volwaardig inkomen uit te halen, zou de collectie verviervoudigd moeten worden. “Maar dan verlies je ook je exclusiviteit. Het heeft voordelen en nadelen dat we geen achtergrond hebben in de kledingindustrie. We draaien niet mee in de ratrace van de snelle seizoenen, maar kiezen onze eigen route en bieden een alternatief voor fast fashion uit China. Maar het zou fantastisch zijn als straks nog veel meer mensen, in Rwanda en in Nederland, Afriek dragen.”  

Lonneke van Genugten

Hoofdredacteur OneWorld. Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en...

Lees meer van deze auteur >

Reacties