Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Europa stemt begin deze week over de hernieuwde markttoelating van glyfosaat. Volgens EU-voedselautoriteit EFSA is het landbouwgif veilig, en kan goedkeuring met 15 jaar worden verlengd.  Maar hoe onafhankelijk is dit oordeel? ''De industrie heeft dit dossier zelf samengesteld.''

Het is het meest verkochte en ook meest controversiële bestrijdingsmiddel ter wereld: glyfosaat, beter bekend onder Monsanto's merknaam Roundup. De spanning in Brussel loopt op, nu begin deze week de Europese lidstaten achter gesloten deuren zullen beslissen over het lot van de populaire onkruidverdelger. Een positief oordeel betekent dat glyfosaat ook de komende 15 jaar weer in de EU wordt toegestaan. Maar ondanks dat de Europese Commissie met klem oproept groen licht te geven, overwegen landen als Frankrijk, Duitsland én Nederland inmiddels tegen te gaan stemmen.

Reden is de groeiende wetenschappelijke controverse over het landbouwgif, een discussie die in alle hevigheid losbarstte toen het International Agency for Research on Cancer (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in het voorjaar van 2015 glyfosaat bestempelde als 'waarschijnlijk kankerverwekkend' voor mensen. Niet veel later kwam EFSA, de Europese waakhond voor voedselveiligheid, met een tegenovergesteld oordeel: 'Het is onwaarschijnlijk dat glyfosaat een kankerverwekkend gevaar vormt', concludeerde de voedselautoriteit december 2015.

Ondanks dat de Europese Commissie met klem oproept groen licht te geven, overwegen landen als Frankrijk, Duitsland én Nederland inmiddels tegen te gaan stemmen

EFSA's inschatting is de basis waarop Europa moet beslissen over hernieuwde toelating van glyfosaat, een product met een wereldwijde marktwaarde van naar schatting meer dan vijf miljard euro. De goedkeuring is aangevraagd door de fabrikanten van het bestrijdingsmiddel, onder hen Monsanto en Syngenta. De Europese wetgeving schrijft voor dat een bestrijdingsmiddel alleen op de markt mag worden geplaatst wanneer EFSA concludeert dat deze niet kankerverwekkend is.

De conclusie van EFSA is dus van kapitaal belang, en het tegenstrijdige oordeel van IARC heeft in Brussel bredere vragen doen rijzen over de werkwijze van het EU-voedselagentschap.

Studies door industrie
Kathryn Guyton is wetenschapper van de WHO, en was betrokken bij het IARC-onderzoek (PDF) naar glyfosaat. Volgens haar is het verschil in uitkomsten te verklaren door de selectie van onderzoeken die is gemaakt, waarbij EFSA meer heeft vertrouwd op studies gefinancierd door de industrie:

''De studies waar EFSA zich op gebaseerd heeft, bevinden zich niet in het publieke domein'', vertelt ze over de telefoon vanuit haar kantoor in Lyon, Frankrijk. ''Wij kenden het bestaan van deze studies, en hebben de bedrijven verzocht om hun ruwe data aan ons te verstrekken. Toen dit niet mogelijk bleek hebben we besloten om deze studies niet bij ons onderzoek te betrekken. Het beleid van IARC is namelijk om alleen onderzoek te gebruikten dat publiek toegankelijk is, en zo door onafhankelijke wetenschappers kan worden ingezien; een verschil met de werkwijze van EFSA.''

Monsanto verklaarde eerder dit jaar dat de studies van het bedrijf die EFSA heeft gebruikt voor de glyfosaat-evaluatie bedrijfsgeheim vormen, en vertrouwelijk zijn vanwege concurrentieoverwegingen.

Volgens Kathryn Guyton hebben de aanvullende studies van de industrie een effect gehad op de conclusies van EFSA, al is volgens haar niet transparant hoe deze precies zijn meegewogen: ''Om een voorbeeld te noemen, zowel EFSA als IARC hebben twee studies gebruikt die zeer zeldzame tumoren laten zien bij muizen die zijn blootgesteld aan glyfosaat. Het gaat om tumoren die bijna nooit voorkomen bij dieren die niet zijn blootgesteld. Zoiets kan ons ontzettend veel vertellen over het risico op kanker bij mensen. Maar EFSA concludeert in haar evaluatie dat er geen bewijs is voor kanker, een conclusie die tot stand komt door ook nog drie andere studies met muizen mee te wegen. Wat de resultaten van die studies zijn, wordt door EFSA niet inzichtelijk gemaakt.''

Monsanto verklaarde de studies van het bedrijf die EFSA heeft gebruikt voor de glyfosaat-evaluatie bedrijfsgeheim vormen, en vertrouwelijk zijn vanwege concurrentieoverwegingen

Nog iets anders valt critici op aan de werkwijze van EFSA. Niet alleen zijn studies van de industrie zwaarder meegewogen, ook zijn onafhankelijke onderzoeken die IARC wel heeft gebruikt uiteindelijk door de Europese voedselautoriteit van tafel geveegd. Dit blijkt te zijn gebeurd op suggestie van de Glyphosate Task Force (GTF), de groep pesticidebedrijven waaronder Monsanto, die het Europees verzoek tot verlenging van goedkeuring van glyfosaat hebben ingediend.

''Het is in Europa wettelijk zo geregeld dat de bedrijven die goedkeuring voor een pesticide zoeken, zelf een dossier samenstellen'', vertelt Peter Clausing, als toxicoloog jarenlang werkzaam voor de Amerikaanse voedselautoriteit FDA, en nu onderzoeker bij het Duitse Pestizid Aktions-Netzwerk. ''Bij zo'n dossier is er de verplichting om publiek gefinancierde studies toe te voegen. Wat de industrie heeft gedaan is deze studies toegevoegd, en er vervolgens een 'kwaliteitsbeoordeling' op toegepast. Op deze manier is de overgrote meerderheid van de onafhankelijke literatuur geschrapt, iets waardoor een grote kloof is ontstaan met de studies gebruikt in het IARC-rapport.''

Vertrouwelijke conceptversie
Bij het uitvoeren van de evaluatie van glyfosaat heeft EFSA slechts een beperkte rol gespeeld, zo blijkt. Nadat de industrie de basis voor het dossier legde, was het het federale Duitse Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR) dat de evaluatie verder uitwerkte. Dat het BfR dit deed was op aanvraag van de industrie; iets waarin de Europese wet voorziet. Ook in 2002, bij de vorige Europese goedkeuring van glyfosaat, koos de industrie voor het Bundesinstitut für Risikobewertung.

De band tussen industrie en BfR lijkt hecht. Dat wordt geïllustreerd door het feit dat de Glyphosate Taks Force tussentijds nog inzage krijgt in een vertrouwelijke conceptversie van de BfR-evaluatie, een document dat op 2 februari 2015 naar de industrie is opgestuurd. Het zijn feiten die aan het licht komen in een brief van het Duitse ministerie van Landbouw; een reactie op Kamervragen van Harald Ebner, Bundestag-lid voor Bündnis 90/Die Grünen, een document dat OneWorld kon inzien.

''De eerste conceptversie werd december 2013 gepubliceerd, en was voor iedereen toegankelijk'', vertelt Peter Clausing. ''Maar de tweede versie van 29 januari 2015 was vertrouwelijk en niet publiek. Uiteindelijk verschijnt op 31 maart 2015 de definitieve versie. In de tussentijd heeft de Glyphosate Task Force dus nog de mogelijkheid gehad tot privégesprekken met de BfR.''

Maar voor EFSA is de nauwe samenwerking met de industrie geen bezwaar, in tegendeel: het zou hebben geleid tot een beter oordeel. ''Wij hadden toegang tot meer gegevens [dan IARC]'', benadrukte Jose Tarazona van EFSA vorige week tijdens een speciale bijeenkomst over glyfosaat in het Europees Parlement. ''Het feit dat er nu onenigheid bestaat is geen bewijs van een verkeerde of vooringenomen werkwijze.'' Tarazona kreeg bijval van aanwezige lobbyisten: ''Het feit dat in dit geval 24 bedrijven studies hebben aangeleverd maakt dit waarschijnlijk de grootste en meest grondige evaluatie ooit'', stelde Euros Jones van ECPA, lobbygroep van de pesticide-industrie.

Bernard Url, directeur van EFSA, verklaarde eerder dat het verschil in evaluatie van zijn dienst met die van IARC terug te voeren zou zijn tot het feit dat EFSA alleen heeft gekeken naar de stof glyfosaat, en dat IARC ook producten die glyfosaat bevatten (zoals Roundup) heeft onderzocht.

Stemming
Maar niet iedereen in Europa is overtuigd. ''We hebben vernomen dat Frankrijk, Duitsland, Zweden én Nederland tegen verlenging van goedkeuring gaan stemmen, of zich zullen onthouden van stemming'', vertelt Lisette van Vliet van de Brusselse NGO HEAL. Uit een snelle rekensom van HEAL zou blijken dat nog één lidstaat moet tegenstemmen of onthouden om genoeg landen te hebben om de goedkeuring te kunnen blokkeren. ''Het wordt krap, en is nu nog too close to call.''

Dat Nederland in het ''nee-kamp'' zit komt door een politieke draai die het kabinet-Rutte vorige week heeft ingezet. Uitgangspunt was een 'ja' voor de hernieuwde goedkeuring van glyfosaat, maar een aangenomen motie (PDF) van PvdA-GroenLinks heeft staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) ertoe gedwongen om in Brussel in te zetten op uitstel van de stemming, of anders tegen te stemmen.

Nog één lidstaat moet tegenstemmen of onthouden om genoeg landen te hebben om de goedkeuring te kunnen blokkeren

Op vragen van OneWorld over hoe de staatssecretaris de tegenstrijdige conclusies van EFSA en IASC weegt, wil hij niet ingaan. Ook vragen over de werkwijze van EFSA blijven onbeantwoord.

De lidstaten komen vandaag en morgen (7 en 8 maart) bijeen in het Permanente Comité voor Planten, Dieren, Levensmiddelen en Diervoeders, en zullen dan beslissen over mogelijke goedkeuring van glyfosaat. Doorgaans vinden stemmingen plaats op de tweede dag van dit overleg. 

Update 8 maart: Inmiddels hebben de lidstaten besloten om de stemming uit te stellen. Zij komen opnieuw bijeen in mei om over glyfosaat te praten.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewlg3-020287

Vincent Harmsen

Onderzoeksjournalist

Vincent Harmsen is onderzoeksjournalist bij OneWorld en schrijft over voedsel, milieu en duurzame ontwikkeling.
Profielpagina

Advertentie

NRC Live – Banner Mobiliteit – OneWorld – 600×500 (002) 6 nov