Wereldbank buigt zich over klachten pygmeeën

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee

 

 

Congo houttruck foto greenpeace davison
Foto Greenpeace/Davisson

De Bank wordt ervan beschuldigd haar eigen regels te hebben overtreden door de commerciële houtkap in het Congolese regenwoud te steunen ten koste van de pygmeeën. Dat bosgebied is na het Amazonewoud in Latijns-Amerika het grootste regenwoud ter wereld.
 

 

Levensbron

De regering van de Democratische Republiek Congo en de Wereldbank zien houtexport als een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor het land dat nog worstelt om de gevolgen van de burgeroorlog (1998 – 2003) te boven te komen. Het land telt 58 miljoen inwoners, waaronder ongeveer 600.000 pygmeeën die van het regenwoud afhankelijk zijn voor hun inkomen, onderdak, voedsel, medicijnen en culturele identiteit. In totaal zijn naar schatting veertig miljoen Congolezen afhankelijk van het woud voor hun levensonderhoud.

 

Bankmanagers hebben een technisch team naar de hoofdstad Kinshasa gestuurd om het bestuur van de Wereldbank ervan te overtuigen dat adequaat gereageerd wordt op de klachten van de pygmeeën. “Er zal binnenkort een bijeenkomst plaatsvinden in Kinshasa. De Bank heeft duidelijk gemaakt graag van de pygmeeëngroepen te willen horen hoe we effectiever kunnen samenwerken”, zegt John Donaldson, Afrikawoordvoerder van de Wereldbank.

 

 

UNDEFINED
Foto: Greenpeace/Davisson

Woudvriendelijke economische groei

 

 

De toezegging volgde na gesprekken met afgevaardigden van inheemse groepen dit weekeinde. De pygmeeën pleitten in die gesprekken voor een onmiddellijk verbod op industriële houtkap, meer invloed op het beleid dat gevoerd wordt met betrekking tot het regenwoud en een diepgaand onderzoek naar de gevolgen die de houtkap heeft voor het milieu. Daarnaast willen ze meer aandacht voor ‘woudvriendelijke’ manieren om de economie te laten groeien.

 

 

 

Uit een intern rapport van de Bank, dat eind augustus verscheen, bleek dat de Wereldbank de Congolese regering slecht geadviseerd heeft. Congo zou met houtverkoop jaarlijks 115 miljoen euro kunnen verdienen. Maar de huidige, kleinschalige exploitatiewijze brengt de plaatselijke gemeenschappen minstens twaalf keer meer op. De onderzoekers schatten dat het broussevlees en de vruchten, honing, brandhout en geneeskrachtige planten die het woud oplevert, per jaar samen meer dan 1,4 miljard euro waard zijn.

 

Afspraken nakomen

De Wereldbank zal zich begin december buigen over de klachten van de pygmeeën en de resultaten van het eerdere onderzoek van een inspectiepanel van de Bank. Uit dat onderzoek bleek ook dat de houtkap vooral buitenlandse bedrijven en hun plaatselijke filialen geld heeft opgeleverd. De bedrijven hielden zich bovendien niet aan afspraken om een deel van de opbrengsten te investeren in plaatselijke hulpprojecten, zoals de bouw van scholen, ziekenhuizen en andere faciliteiten.

 

De Bank heeft zich volgens het rapport niet gehouden aan haar eigen richtlijnen voor onderzoek naar de impact van projecten op het milieu en controle van de situatie ter plaatse.

 

Lees ook het interview dat OneWorld had met Pygmeeënvertegenwoordiger Adrien Sinafasi over dit onderwerp.

 

Wereldbank

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons