Vijf maanden geleden plaatste Wijbe Abma zijn eerste post op MyWorld. Hij was als backpacker in Turkije beland, vlakbij de Syrische grens. Een nieuwsartikel over de aankomende koude in Syrië deed hem besluiten om zijn wereldreis stop te zetten en hulp te bieden. De afgelopen winter bracht hij 600 dekens en ruim 18 ton voedsel…

Vijf maanden geleden plaatste Wijbe Abma zijn eerste post op MyWorld. Hij was als backpacker in Turkije beland, vlakbij de Syrische grens. Een nieuwsartikel over de aankomende koude in Syrië deed hem besluiten om zijn wereldreis stop te zetten en hulp te bieden. De afgelopen winter bracht hij 600 dekens en ruim 18 ton voedsel naar getroffen families in en rond Aleppo. MyWorld had Wijbe aan de lijn vlak voor zijn nieuwe reis naar Syrië.

Door Mirjam Vossen. Beeld: Wijbe Abma en Stephen J Boitano

Het bleef niet bij een eenmalige actie: je bent nog steeds superactief met je project. Wat ga je de komende weken doen?
Vandaag vlieg ik weer naar het zuiden van Turkije, waar ik inmiddels een groot deel van de tijd woon. Het geld dat ik heb ingezameld is door Wilde Ganzen met 55 procent vermeerderd. Met een vriend ga ik lokaal voedsel inkopen. We proberen vooral betaalbare babymelk te vinden, daaraan blijkt nu grote behoefte te zijn. Bij die vriend thuis gaan we voedselpaketten samenstellen. Dan huren we een truck naar de grens, en aan de andere kant staat weer een vriend met een truck om het voedsel Syrië in te krijgen.

Je werkt vooral in en om Aleppo. Hoe gevaarlijk of ongevaarlijk is dat?

De afgelopen maand vielen er in Syrie 6000 doden. Dat zijn er 6000 te veel. Maar je kunt het ook relativeren. Het zijn er 200 per dag, terwijl er in heel Syrië 20 miljoen mensen wonen. Het risico dat je geraakt wordt, is niet zo groot. Natuurlijk, je moet de grondlinies niet gaan opzoeken. Maar gebieden waar veel wordt gevochten, daar zijn de mensen sowieso gevlucht .

In je eerste post op MyWorld presenteerde je jezelf als backpacker zonder ervaring in ontwikkelingshulp. Intussen ben je vijf maanden verder. Wat heb je geleerd?

De belangrijkste les is om niet blind te vertrouwen op mensen en organisaties. In eerste instantie klopte ik aan in Azaz, een vluchtelingenkamp in Turkije, vlakbij de Syrische grens. Daar wilde ik mijn eerste dekens doneren. Ik zei ook: “Ik wil zelf zien dat jullie ze in een tent leggen.” Daar werd lacherig over gedaan – men nam dat niet serieus. Ik mocht dekens doneren, maar die gingen dan bij grote voorraad. Mijn ervaring met het management van dat kamp was zo slecht, dat ik nooit iets aan hen heb gegeven.

Hoe heb je het wél aangepakt?

In Turkije werk ik samen met een aantal vrienden, en in Syrië met een kleine lokale organisatie. Bij het uitdelen van dekens wilde ik met eigen ogen zien of het nodig is. Ik ging zelf de huizen in, keek of er een kachel was, of de ruiten kapot waren, hoeveel kinderen er sliepen, enzovoorts.

De eerste honderd dekens waren bovendien van mijn eigen geld. Ik vond het moeilijk om zomaar donaties van anderen te vragen: ik wist niet of ik het zou kunnen verantwoorden, en ik wist ook niet of ik het zou kunnen. Ik dacht: in het slechtste geval deel ik eenmalig honderd dekens uit. In het beste geval is het een begin van een project waar ik meer mensen bij kan betrekken. Dat laatste is gebeurd, en langzaam maar zeker is de vertrouwensband met mensen in Turkije en Syrië gegroeid.

Het moet voor Syrische gezinnen verschrikkelijk zijn om jarenlang in zulke extreme onzekerheid te leven. Wat krijg jij daarvan mee?

De nood wordt steeds hoger. Aanvankelijk hadden mensen nog een baan en spaargeld. Maar naarmate de tijd vordert, raken steeds meer mensen hun werk kwijt en maken ze hun spaargeld op. Het moeten vluchten ín Syrië zelf maakt dat erger. Na bombardementen vluchtten mensen massaal uit Aleppo naar de omringende dorpen. Toen er scud-raketten op die dorpen vielen, trokken de mensen weer terug naar de stad. Bij elke verplaatsing zijn ze weer geld kwijt.

Tegelijkertijd is het ook een heel dubbel verhaal. Voor veel mensen gaat het leven gewoon door. Syrië is niet 24 uur per dag een vuurzee. Er zijn dorpjes rond Aleppo waar je weinig van de oorlog merkt. In Aleppo zelf zie je natuurlijk wel vernielingen aan de gebouwen. Maar je ziet ook een dönerzaak waar de kippen aan het spit draaien. Er is een oorlog die niet altijd zichtbaar is. En achter de schermen is er ook armoede die je niet altijd ziet.

Wat is je grootste obstakel in het werk dat je doet?

Mijn grootste vijand is tijd. Het dekens uitdelen ging traag: ik wilde in elk huis zien of ze nodig waren. Datzelfde kan het geval zijn met het uitdelen van babymelk: je moet families met baby’s zien te bereiken. De bommen in Aleppo vallen vrij willekeurig. Maar hoe langer ik blijf, hoe groter het risico dat er iets gebeurt.

Blijven je ons op de hoogte houden van je belevenissen?

Zeker! In Turkije heb ik internet. Ik zal af en toe eens inloggen op MyWorld.

 

Meer lezen over het initiatief van Wijbe Abma: www.vergeetsyrieniet.nl

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief