“Ik vind het raar hoe sommige in het buitenland wonende Afrikanen zich nog nauwelijks met hun geboorteplek verbonden voelen”, vertelt de Nederlands-Angolese Mariana Ngombo Zinga (30) in een restaurantje in een chaotische buitenwijk van de Keniaanse hoofdstad Nairobi. “Was het anders gelopen, dan woonde ik nog altijd in Angola. Dat zal ik nooit vergeten.” De oprichtster van modelabel Designs by Mariana wil daarom ‘graag iets voor Afrika terugdoen’.

Samenwerken

Zo’n 8 procent van de winst van haar kledingverkoop schenkt ze aan door haar zelf uitgekozen kleinschalige doelen, waaronder een scholenproject in Angola en een project voor dagbesteding voor kinderen in Kenia. Ook wil de ontwerpster samenwerken met Afrikanen. “Het is makkelijk om geld te geven maar nog liever creëer ik werkgelegenheid”, zegt de in zwarte broek en lang, geel colbert geklede Mariana die enkele dagen eerder, op de Nairobi Fashion Week, haar creaties voor het eerst in Afrika showde. Ook ontmoette ze daar verschillende designers waaronder Bobbin Case, een in Nairobi wonende Ugandese ontwerper, met wie ze gaat samenwerken. “Een deel van zijn ontwerpen ga ik in de African Fashion United pop-up-store verkopen die ik samen met twee andere ontwerpers run in Beverwijk. Andersom gaat zijn team in Nairobi een deel van mijn kleding produceren waar ik door drukte nu amper aan toekom.” De pop-up-store sluit eind december al haar deuren.

Dat Mariana het ‘druk’ heeft, is een understatement. Omdat ze na haar opleiding modetechniek een fulltime baan in de mode-industrie te onzeker vond, deed ze eerst de opleiding Sociaal Cultureel Werk, zit ze inmiddels in het laatste jaar van de hbo-opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming, werkt ze parttime als jongerenwerker, runt met twee andere ontwerpers de kledingboetiek, en ontwerpt en maakt dan natuurlijk ook haar kleding. “Dat laatste wordt nu vaak nachtwerk en het is daarom een echte win-winsituatie als ik een deel van de productie aan kledingmakers in Nairobi kan uitbesteden.”

Mariana's kledingontwerpen op de Nairobi Fashion Week. Foto: Jeroen van LoonMariana's kledingontwerpen op de Nairobi Fashion Week. Foto: Jeroen van Loon

Dankbaar

Mariana is 3 jaar als haar ouders het arme en door oorlog geteisterde Angola ontvluchten om hun kinderen een betere toekomst te bieden. Nog geen jaar later slaat in Nederland het noodlot toe: bij een ongeluk loopt Mariana over haar hele lichaam ernstige brandwonden op. Ze verliest twee vingers en ligt een half jaar in het ziekenhuis waarbij haar dagen in het teken staan van operaties en revalideren. Ook de jaren erna moet ze vaak worden geopereerd en ze houdt er ernstige littekens aan over op haar rechterhand, arm en hals.

De Nederlands-Angolese laat zich er echter niet door uit het veld slaan. “Hoewel ik veel mensen met brandwonden ken die enorm verbitterd zijn, kies ik voor leven”, zegt Mariana. “Natuurlijk is het moeilijk als ik bijvoorbeeld ga zwemmen. Dan moet ik even slikken omdat ik weet dat mensen me zullen aanstaren.” Ze probeert dan te denken wat ze allemaal wél kan. “Ik kan praten, ruiken, zien, voelen, mijn beide handen nog gebruiken. Daar ben ik dankbaar voor en het motiveert me om iets voor mijn medemens te betekenen.”

Iedereen verdient het om zich mooi te kunnen kleden

Mode voor iedereen

Hoewel Mariana met haar kledinglabel steeds meer succes vergaart, wil ze haar werk in de sociale sector niet kwijt. “Het zijn allebei passies die elkaar regelmatig raken,” vertelt de designer die onlangs bij de presentatie van haar nieuwe collectie ook jonge ondernemende meiden stimuleerde en begeleide om hun talenten te tonen. Ook wil Mariana in de toekomst mogelijk mode ontwerpen voor mensen met bijvoorbeeld een stompje of een andere handicap. “Ik zag mijn klasgenoten zonder arm of been  vaak met een lelijk afgeknipte mouw of broekspijp. Graag wil ik daar een mooie oplossing voor bieden, zodat zij zich ook fijn in hun kleding kunnen voelen.”

Terug naar Angola

Het liefste was Mariana gaan samenwerken met mensen in haar geboorteland, maar voorlopig ziet ze dat niet gebeuren. “Angola is nog veel bureaucratischer dan Kenia en helaas is mijn Portugees niet vloeiend terwijl ik in Nairobi gemakkelijk in het Engels kan communiceren.”

Pas vorig jaar ging ze voor het eerst terug naar haar geboorteland. “Al jaren wilde ik gaan maar mijn ouders wilden mee en dat kwam telkens niet uit. Vorig jaar had ik er genoeg van en heb samen met mijn nicht een ticket geboekt.” Toen ze na aankomst op het vliegveld haar familieleden eerst niet kon vinden, was het even spannend. “Doordat ik me niets van Angola kon herinneren, was het voor mij toch een vreemd land.” Maar toen ze eenmaal haar nichtjes en neefjes kon omhelzen, met wie ze via internet al een tijd contact had, en thuis bij hen logeerde, voelde het al gauw als ‘een tweede thuis’. “De deuren naar Afrika zijn nu echt geopend.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Andrea Dijkstra werkt vanuit Afrika als freelance journalist. Voor ze naar Afrika vertrok, studeerde ze culturele antropologie.  
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief