Er zijn heel wat cursussen en trainingen voor de actieve wereldburger. Myworld doet mee. Deze maand zijn we te gast bij Wilde Ganzen in Utrecht. Wat Dag voor Particuliere Initiatieven op 29 juni in het Beatrixgebouw te Utrecht. Centrale vraag: hoe maak je regionale media warm voor je project? Door Wilde Ganzen, een organisatie die…

Er zijn heel wat cursussen en trainingen voor de actieve wereldburger. Myworld doet mee. Deze maand zijn we te gast bij Wilde Ganzen in Utrecht.

Wat Dag voor Particuliere Initiatieven op 29 juni in het Beatrixgebouw te Utrecht. Centrale vraag: hoe maak je regionale media warm voor je project? Door Wilde Ganzen, een organisatie die kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden ondersteunt Geleerd Trek de aandacht van regionale media door het opzetten van een activiteit in eigen woonplaats Kan beter Er mag meer tijd worden uitgetrokken voor de workshop.

Een dame in bloemetjesrok houdt enthousiast een stoffen tas met het roodblauwe logo van Wilde Ganzen in de lucht. “PI-dag? Met de roltrappen omhoog!” Het thema van deze dag voor particuliere initiatieven is de regionale media. Hoe maak je lokale kranten en omroepen warm voor je project? In de ontvangstzaal staan ruim honderd mensen in kleine groepjes bij elkaar. Een Afrikaanse man voert een gesprek met een oudere heer in tropische blouse. Er wordt flink genetwerkt; nog voor het plenaire gedeelte is begonnen, gaan de visitekaartjes veelvuldig over tafel.

In de zaal trapt panellid Tony van der Meulen, oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, de bijeenkomst af. “Om te beginnen is PI een onmogelijke naam. Buiten deze zaal weet niemand wat die term inhoudt.” Het publiek lacht instemmend. “Bedenk dus goed voor je een krant benadert wat je boodschap is. Bereid je ook voor op kritische vragen over strijkstokken, directiesalarissen en over wat je project concreet oplevert.” Piet Kaashoek, docent Fontys Hogeschool voor Journalistiek, bevestigt dat: “PI’s zijn kleine visjes in een zee vol grote instituties. De kunst is je niet te laten meezuigen door de negatieve beeldvorming die op het moment rond ontwikkelingssamenwerking hangt.”

Maar hoe doe je dat? Hoe zorg je dat de krant, radio of televisie jouw project ziet staan en er – liefst iets aardigs – over zegt of schrijft? “Regionale omroepen kunnen veel publiciteit opleveren”, zegt Panellid Richel Bernses, beleidsmedewerker bij ROOS, de koepelorganisatie van Nederlandse Regionale Omroepen: “Maar daarvoor is een activiteit in de regio nodig die goed in beeld te brengen is.” Een filmpje van Omroep Brabant toont hoe kinderen via een sportevenement geld ophalen voor een Nepalese blindenschool. “Zoiets werkt. Voer actie in je regio en stuur een persbericht in”, luidt Richels advies.

Voor het tweede gedeelte van de middag zijn een aantal workshopsessies ingepland. We schuiven aan bij een workshop over de rol van vrouwen, kinderen en mensen met een beperking in ontwikkelingsprojecten. Truus Jonker, animator van Fakkel 2000, dat blindenorganisaties in Kameroen steunt, verzorgt de inleiding. “Beste mensen, u heeft het goed met mij getroffen. Ik ben vrouw en mens met een beperking, wat wilt u nog meer.” Truus kan zelf ook niet zien en reist als ervaringsdeskundige regelmatig naar Afrika. “Met drie man in een bed slapen is best gezellig, maar op de tast je weg moeten vinden in het Kameroense sanitair is minder prettig.”

Ontwikkelingsorganisaties houden niet altijd rekening met de rol van kwetsbare groepen bij de invulling van hun project. Dorien Verbeek van Wilde Ganzen wil ons daarover aan het denken zetten met vijf stellingen, die wegens tijdsgebrek worden gereduceerd tot drie. De stelling ‘Het is goed dat projecten voor mensen met een beperking niet door henzelf worden opgezet – gezien hun handicap zijn zij daar niet toe in staat’ doet stof opwaaien. “Bevoogdend”, aldus een van de deelnemers. “Cru gesteld”, reageert een ander. Een derde voegt toe: “Een lokale ambassadeur is erg belangrijk. Kijk naar de Paralympics. Die sporters vervullen een voorbeeldfunctie en betekenen in eigen land ontzettend veel.”

Terwijl Dorien de evaluatieformulieren verzamelt, wisselen twee mannen gegevens met elkaar uit. Samen formuleren ze hun eigen conclusie van de middag: “Wat je er ook over bedenkt, de praktijk blijkt altijd weerbarstiger dan de theorie.” Zijn gespreksgenoot knikt instemmend: “In dit werk komt het neer op boerenverstand plus een portie emotie in de juiste verhouding. Zoals mijn vader zegt: ‘Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan.’”

TEKST Evelien Meijs

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief