Een bedrijf beginnen of investeren in Afrika doe je niet zomaar, merkt Theo Peters op. Hij is ambassadeur in Senegal en vertegenwoordigt Nederland in nog vijf andere landen uit de regio. “Je weg vinden in Senegal is anders dan in Nederland. Het is een ontwikkelingsland en als je daar zaken wilt doen moet je je goed oriënteren. In die landen heb je vaak toch meer met de overheid te maken als je zaken wilt gaan doen, dan in Nederland.”

De nieuwe stabiliteit  in West-Afrika biedt ook kansen voor Nederlandse bedrijven. Daarom organiseerde de Netherlands-African Business Council (NABC) 26 januari een  business dag voor Senegal, Guinee en Kaapverdië, waar ruim honderd bedrijven op af kwamen. Volgens NABC-directeur Irene Visser zien zij de belangstelling voor West-Afrika toenemen. “Het is de regio waar het Nederlandse bedrijfsleven tot voor kort het minst actief was, maar ze lopen de achterstand snel in.”

Dat die overheidsbemoeienis soms lastig kan zijn, merkt ook FRES (Foundation Rural Energy Services) van Annemarie Goedmakers.  Ze wil alleen investeren en uitbreiden in landen waarvan de overheid positief tegenover het werk staat en dat ook laat blijken. Hoewel FRES geen winstoogmerk heeft, is stabiliteit belangrijk om zinvol te kunnen investeren in deze gebieden. Goedmakers’ stichting fungeert als hoofdkantoor voor meerdere bedrijfjes die door middel van zonne-installaties elektriciteit brengen in gebieden waar het reguliere electriciteitsnetwerk niet kan komen. Met kleine zonne-installaties voor in huis, of zonnecentrales in grotere dorpen, wekken ze elektriciteit op in Mali, Burkina Faso, Uganda, Zuid-Afrika en Guinee-Bissau. In 2015 was dat goed voor 34.146 huishoudens.

Maar er zijn meer uitdagingen dan alleen de overheid. “Als wij komen, is er vaak helemaal niks”, vertelt Goedmakers. “Mensen werken met kaarsen en lampolie. De tv draait bijvoorbeeld op een autoaccu of een oude dieselgenerator.” En vanuit die gegevenheden begint FRES te werken. Een expat start op lokaal niveau een bedrijf in zonne-installaties en -centrales. De lokale bevolking wordt getraind om de andere functies binnen het bedrijf te bekleden. Dat kan op technologisch gebied zijn of op het vlak van administratie, financiën, marketing en omgaan met veiligheid. De eerste twee jaar is de expat directeur, daarna neemt iemand uit de lokale bevolking die rol over.

De bevolking kan ook een uitdaging vormen, ondervond Goedmakers. Ze noemt opleiding en de wil om op het platteland te gaan wonen. “In Zuid-Afrika zijn mensen vaker hoogopgeleid, maar niet altijd bereid om op het platteland werken. Ook betalen mensen soms niet en is er kans op fraude onder het personeel. In Mali ligt het opleidingsniveau lager, maar de wil om te werken is groot. Wel is ons bedrijf afgelopen jaar voor een deel genationaliseerd. Die dreiging maakt ons werk daar lastiger.”

Er staan grote dingen te gebeuren

“Stabiliteit en rust zijn goed voor de economische ontwikkeling”, zegt ambassadeur Theo Peters. “Je ziet dat bijvoorbeeld in Senegal, waar het sinds de onafhankelijkheid in 1960 altijd rustig is geweest. Het is een heel fijn land waar de pers alles kan zeggen. En vooruitgang op allerlei gebieden zie je meer en meer in de regio. In Guinee bijvoorbeeld. Daar zie je de economie weer op gang komen nadat de ebola-epidemie is verslagen.”

Mogelijkheden voor handel en investeringen in West-Afrika zijn er ‘absoluut’, volgens Peters. Vooral in Senegal. “Daar staan grote dingen te gebeuren.” Dat is bijvoorbeeld te zien bij het nieuwe havenproject in de hoofdstad Dakar. De afgelopen jaren is de stad om de haven heen gegroeid, waardoor deze geen kant meer op kon. Twee nieuwe havens op dertig kilometer afstand van de stad moeten ervoor zorgen dat er volop ruimte is voor uitbreiding, dat er geen verkeersopstoppingen meer zijn en dat de vervuiling afneemt. Peters organiseert op 19 en 20 april een handelsmissie naar Senegal, om te kijken of Nederlandse bedrijven ook hier iets kunnen betekenen.

Uitbereiding in Senegal is ook mogelijk voor LEVS architecten, want er is interesse getoond voor het werk dat ze doen. Het Nederlandse architectenbureau ontwerpt, naast het werk dat ze in Nederland doet, bijvoorbeeld in Mali scholen en sociale woningbouw. De bouw wordt uitgevoerd door een lokale aannemer met lokale werknemers. Met een mobiele persmachine maken ze ter plekke stenen van het in de bodem beschikbare materiaal op de bouwplaats, zoals leem. LEVS werkt daarbij samen met Partners Pays-Dogon, een stichting die het onderwijs en de levenskwaliteit in het Dogongebied in Mali verbetert stimuleert.

Joop van Stigt richtte in 1995 Stichting Dogon Onderwijs op die sindsdien educatie brengt naar het Dogongebied in Mali. Na diens overlijden werd Jurriaan van Stigt, tevens architect en partner van LEVS architecten, voorzitter van de stichting. Sinds dit jaar heet de stichting Partners Pays-Dogon.

“De Westerse architectuur naar Afrika exporteren, werkt natuurlijk niet”, vertelt ontwerpster Marta Rota. “Door het warme klimaat is bijvoorbeeld natuurlijke ventilatie extra belangrijk in het ontwerp. Uiteindelijk is ons doel de levenskwaliteit voor de lokale bevolking te verbeteren.” Dat laatste is voor haar het allerbelangrijkste wanneer een bedrijf in Afrika gaat investeren. “Nederlandse bedrijven kunnen daar met hun adviezen heel veel bereiken. Het startpunt moet samenwerking zijn, het luisteren naar de lokale bevolking. Alleen zo bereik je een win-winsituatie.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
RoosDerrix

Over de auteur

Roos Derrix is studeert journalistiek aan de Fontys in Tilburg, en was eerder redactiestagiair bij OneWorld.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief