Maria Segredo kwam in 1984, toen zestien jaar, met haar zusje vanuit Kaapverdië naar Rotterdam. Na zeven jaar in Nederland te hebben gewoond ging ze terug naar haar geboorteplek Paúl. “Toen ik zag dat het eiland achteruitging begon ik een eigen stichting.”
Sinds 2003 is de Stichting Vrienden van Paúl officieel actief. Maria woont nog steeds in Rotterdam en werkt vanuit daar aan de projecten voor Paúl. Ze reist regelmatig naar het eiland om de projecten te bezoeken. 

Stichting Vrienden van Paúl

Stichting Vrienden van Paúl wil de gemeente helpen met ontwikkeling. Maria: “Als je je op één doelgroep concentreert, dan ontwikkel je de wijk niet.” Er is geen specifieke doelgroep, maar je moet ergens beginnen. De Kaapverdianen laten Maria weten wat ze nodig hebben. Daarna gaat zij op bezoek en met het bestuur wordt overlegd of het kan of niet. Dan kijken ze wat het hardst nodig is en maken ze de keuze met welk project ze aan de slag gaan.

Weinig te eten
Een bejaardentehuis was het eerste project op Paúl. “Met de ouderen ging het niet goed, want er was armoede in het land. Door de aanhoudende droogte was er weinig te eten.” Maar het bleef niet bij dat ene project. Al snel volgden meer projecten, waaronder een buurthuis en een kindertehuis.

Buiten de projecten om stuurt Maria regelmatig containers met kleding, ziekenhuisbedden en schoolmeubilair de oceaan over om scholen in te richten. Deze spullen worden in Nederland afgeschreven maar zijn elders nog goed bruikbaar.“Op deze manier heb ik zo al veel scholen ingericht. Ik wil meer opsturen, maar helaas is dat duur.”

Een stichting in je land van herkomst
Het geeft Maria een goed gevoel dat ze als Kaapverdische zelf een stichting begonnen is om wat te betekenen voor haar eigen herkomstplaats. “Ik ken de problemen van het land al sinds ik klein ben. Ik ben er trots op om mijn eigen volk te helpen. Je doet iets terug voor het land dat het verdiend heeft. Ik voel het als mijn plicht om dat te doen.”

Andere mensen helpen zit volgens Maria in haar genen. Op school in Nederland kreeg ze mee dat Nederlanders graag anderen helpen. Dit past ook bij de cultuur van Kaapverdië: “Wij helpen elkaar als buren, familie. Toen ik een jaar of acht was, hielp ik ook al ouderen met wassen en aankleden. Met arme vriendjes in de wijk deelde ik wat ik had. Mijn vader stuurde regelmatig wat op vanuit Nederland en dat gaf ik dan weg.”

Maria Segredo in PaúlMaria Segredo in Paúl bij een kinderhuis in Janela

Verschillende culturen
Er zijn wel een aantal (cultuur-)verschillen tussen Nederland en Kaapverdië. Het meest opvallende is dat de familie in Kaapverdië voor de ouders zorgt door hen in huis te nemen terwijl in Nederland ouderen vaak naar een bejaardentehuis gaan. “Bejaardentehuizen opzetten in Kaapverdië is iets nieuws. Veel Kaapverdianen waren in het begin tegen. ‘Dat past niet bij onze cultuur’, zeiden ze tegen mij, ‘wij zorgen voor onze mensen en dat kun je niet vergelijken met Nederland’. Maar ik zei dat het tijd werd om iets anders te bedenken. Niet iedereen heeft bijvoorbeeld kinderen die voor hen kunnen zorgen. Sinds de bouw van het bejaardentehuis krijgt Maria regelmatig de vraag wanneer ze meer bejaardentehuizen komt bouwen. Door de vergrijzing zijn die nu nodig. “Ik vind dat leuk om te horen. Iemand moet er mee beginnen toch?”, lacht ze triomfantelijk.

Er moet er eentje beginnen toch?

Een opvallend bestuurslid is de oud-burgemeester van Paúl: Vera Pires Almeida. “Vera is heel belangrijk. Zij kent de personen die je kunnen helpen, gaat ter plaatse kijken en houdt controle. Het is goed dat zij in het bestuur zit: ze kent het land, gaat gelijk even langs en spreekt de taal.”

Nooit ‘nee’ zeggen
Vanzelfsprekend loopt niet alles op rolletjes. “Ik ben veel tegenstand tegengekomen. Ik kreeg bijvoorbeeld niet veel medewerking van organisaties in Nederland. Maar ik ben doorgegaan en daar ben ik heel trots op.” Sponsoring blijft moeilijk, omdat er heel veel goede doelen zijn,” denkt Maria. ”Voor elk project moet ik op zoek naar nieuwe sponsoren, want degenen uit het netwerk blijven niet allemaal opnieuw geven.”

Maria en haar stichting komen regelmatig in beeld: op de Kaapverdische radio en tv, maar ook in Rotterdam. Ze geeft interviews voor kranten en tijdschriften, en krijgt uitnodigingen voor evenementen. Ze gaat overal op in. “Ik probeer alles bij te wonen. Daardoor bouw je een netwerk op. Ik heb zo hard moeten vechten om zover te komen en dan zou ik nee zeggen!”

Het netwerk is gegroeid, wat vooral het financieren van projecten makkelijker maakt. Veel mensen bieden haar hulp wat materiaal betreft, vaak zonder dat ze erom vraagt. “Nu moet ik zorgen dat de containers gevuld worden en naar de haven getransporteerd worden. Ik ben ook dankbaar voor de Nederlandse subsidie, onder andere van Wilde Ganzen, sponsoren en iedereen die me heeft geholpen. Anders zou ik niet zover zijn gekomen.”

Ik heb zo hard moeten vechten om zover te komen dus ik zeg nooit nee.

Dromen durven doen
Maria wil ook anderen inspireren. “Er zijn velen in de wereld die actief armoede bestrijden. Als meer mensen zich inzetten of geld geven voor het goede doel dan kunnen we heel ver komen”, vindt Maria. Om hieraan bij te dragen schreef Anna Dijkhuis in 2012 het boek Dromen Durven Doen over Maria en de Vrienden van Paúl: “Het gaat vooral over het onzichtbare werk dat ik deed.” Ze kreeg veel reacties, ook van jongeren die iets willen doen voor anderen. Mensen die ook een stichting willen oprichten en haar om hulp komen vragen of informatie willen voor hun eigen projecten. “Door het boek kon ik hen informatie en inspiratie geven om ook hun dromen waar te maken.”

Trots
Van alle projecten is Maria het meest trots op de naschoolse opvang. De kinderen tussen zes en zestien jaar kunnen daar huiswerk maken tot de ouders thuis zijn. Ze worden er gewassen en krijgen een schooltas met schoolspullen. Ook krijgen ze elke dag een warme maaltijd, wat thuis niet altijd mogelijk is. “Kinderen in Kaapverdië hadden veel problemen. Ze liepen veel buiten en er was criminaliteit en seksueel misbruik. Ze waren onverzorgd, hadden weinig eten en bedelden. De kinderen zijn nu veilig en gelukkig. Als ik daar heen ga, krijg ik tranen in mijn ogen en kippenvel.”

Op de naschoolse opvang is Maria het meest trotsOp de naschoolse opvang is Maria het meest trots. Hier bij een kinderhuis in Janela

Toekomst
In de toekomst wil Maria haar stichting uitbreiden. “We hebben al goede resultaten behaald, maar we zullen altijd nodig blijven, denk ik. Er is meer veiligheid door projecten die wij gerealiseerd hebben. Maar er moet nog veel gebeuren.”

Nu ligt de focus op het milieu: “Wij kopen in Nederland oude vuilniswagens voor een goede prijs en sturen die naar Kaapverdië. Dat is daar hard nodig om zwerfvuil te voorkomen.” Het nieuwste project start in januari: productie en verkoop van plastic tegels voor particulieren en bedrijven. Kaapverdianen verzamelen het plastic op vuilnisbelten, op straat en bedrijven en maken er tegels van. “Zo kunnen we gebruikmaken van iets waar toekomst in zit.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Robin is afgestudeerd Cultureel Antropologe en is redactiestagiaire bij OneWorld. Momenteel is ze vooral actief binnen het platform …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief