Microkredieten werden lange tijd gezien als het wondermiddel tegen armoede, maar de laatste jaren is er steeds meer kritiek te horen van economen op de werking van deze leningen. Zo zou het armoede herverdelen en zou het merendeel van de armen beter af zijn met een vaste baan in plaats van opgedrongen ondernemerschap.

Volgens Kawien Ziedses des Plantes, adjunct-directeur sociale prestaties bij Oikocredit, is het goed dat er de afgelopen tijd zoveel onderzoek naar de effecten van microfinanciering is gedaan. De conclusie volgens haar luidt: kijk uit met het generaliseren van de effecten. Zo zijn er tientallen verschillende vormen van microfinanciering, is het ene land het andere niet en zijn we niet allemaal een geboren ondernemer.

Oikocredit heeft microfinancieringspartners in maar liefst 71 landen. Moet een land, gebied of regio aan bepaalde voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de verstrekking van microkredieten?

“Regelgeving verschilt per land. Vanuit sociaalmaatschappelijk oogpunt moet sprake zijn van behoefte en geen goed alternatief voor de mensen die ze aanvragen. Vaak kunnen zij geen leningen krijgen bij reguliere banken en is er ook behoefte aan overige financiële dienstverlening, bijvoorbeeld om geld vanuit de stad naar familie op het platteland te sturen. Zogeheten domestic remittances (binnenlandse overmakingen, red.).

Klopt het dat leningen in sommige landen beter werken dan in andere?

“Ja, dat denk ik wel. Armoedebestrijding vraagt om een volledige aanpak waarbij toegang tot zorgvuldige financiering maar een van de vele factoren is die daarbij een rol speelt. In landen waar veel conflicten zijn, sprake is van politieke onrust of vaak natuurrampen voorkomen werkt de financiële dienstverlening bijvoorbeeld veel minder goed. Zo zag je een paar jaar geleden, nadat orkaan Haiyan de Filipijnen trof, dat noodhulp op de eerste plaats kwam. Tijdens de opbouwfase kwamen de leningen pas weer op gang. Daarnaast heeft het succes van microfinanciering ervoor gezorgd dat er partijen op de markt zijn, die een puur commercieel doel voor ogen hebben en die brengen de sociale doelstelling – het helpen van arme mensen – van microfinanciering in gevaar. Overheidsregulering en toezicht is daarom nodig en draagt bij aan een gezonde microkredietmarkt in een land. Microkredietnemers moeten kunnen vertrouwen op eerlijke en transparante dienstverlening.”

Oikocredit investeert het meest in India, gevolgd door Bolivia. Wat maakt die landen geschikt voor microkrediet?

“India telt 1,3 miljard mensen, die steeds welvarender worden. Maar het land kent nog altijd ook extreem arme gebieden. Bolivia is om een andere reden geschikt. Zo is het landlocked. Dat wil zeggen dat het geen directe toegang heeft tot de open zee en dus erg afhankelijk is van andere landen. Hierdoor heeft het de grootste achterstand ten opzichte van andere landen in Zuid-Amerika gezien economische ontwikkelingen. Vandaar dat we ook veel in Bolivia hebben geïnvesteerd. ”

 

Niet meer dan 20 procent van de Nederlanders belegt. Waarom beleggen relatief weinig mensen?

“Mensen zijn zich enerzijds misschien niet bewust van het feit dat banken ons spaargeld ook investeren en anderzijds lijkt het misschien te ingewikkeld om zelf te beleggen. Zo denken mensen vaak dat je vermogend moet zijn om te kunnen beleggen, terwijl dit niet zo is.” 

Stel je voor: elke Nederlander legt 100 euro in. Welke impact kun je dan maken?

Het mooie van een duurzame belegging is dat iemand daar in India, Ghana of Vietnam gebruik van kan maken in de vorm van een lening. In de Filipijnen kan een mevrouw bijvoorbeeld een lening nemen van 5000 peso en daarmee een aantal kippen kopen. Na zes maanden, als ze geld heeft verdiend met haar kippen, betaalt ze het geld terug, waarna het bedrag weer aangewend kan worden voor een lening aan iemand anders. Op deze manier werkt een belegging oneindig lang door. Het heeft bijna een recycle effect.”

 Norman, theeboer in India (foto: Opmeer reports)

Op de website van Oikocredit zijn een heleboel succesverhalen te vinden van ondernemers die door middel van microfinanciering hun eigen onderneming hebben opgezet. Maar het gaat vast weleens mis?

“Ja, natuurlijk. Om een voorbeeld te geven: In Mongolië heb je bitterkoude winters. Een paar jaar geleden was het zelfs zo extreem dat schapen doodvroren. De herders, of nomaden, die een kudde schapen hadden en niet verzekerd waren, verloren hierdoor een deel van hun schapen. De mensen die wel een verzekering hadden, konden weer een andere lening krijgen om hun kudde aan te vullen. Daarnaast is niet iedereen die een lening krijgt, een geboren ondernemer. De meeste worden eigenlijk gedwongen vanuit het feit dat er geen banen zijn om te gaan ondernemen zodat ze zelf kunnen voorzien in hun levensonderhoud.”  

De laatste jaren is er veel kritiek te horen op de werking van microkredieten. Zo wordt microfinanciering ook wel gezien als heel erg duur. ING-econoom Gerben Hieminga zei in een interview met OneWorld dat de rentes gemiddeld op 30 procent liggen. Klopt dat?

“Ja dat klopt, omdat relatief gezien een kleine lening veel duurder is dan een grote lening. Voor een hypotheek onder de twee ton in Nederland zijn er al rentes van onder de 2 procent. Maar als ik in Nederland een lening van rond de 1.000 euro zou nemen, om een goede computer te kopen, komt het jaarlijkse kostenpercentage op rond de 15 procent.” 

Zijn die hoge rentes een probleem? Het gaat hier tenslotte om leningen voor arme mensen. 

"Net zoals in Nederland moet de leninggever onderzoeken of het verantwoord is om iemand een lening te verstrekken, dus het absolute bedrag dat terugbetaald moet worden, moet worden vergeleken met het absolute inkomen van de persoon die een lening wil nemen."  

 

In een nieuw rapport van het ING Economisch Bureau staat dat 90 procent van de mensen die microkrediet hebben ontvangen helemaal geen echte onderneming hebben. Ze creëren geen banen voor anderen. Volgens Hieminga heeft deze groep een veel grotere behoefte aan een gewone baan, om op die manier inkomenszekerheid te creëren. Ben je het daarmee eens?

“Banen creëren is erg belangrijk. Maar als er in een economie weinig of geen banen zijn en er is geen sociaal vangnet, dan heb je als ouder met een gezin weinig keuze. Je moet wel zelf iets ondernemen. Daarom belegt Oikocredit in microfinanciering en ook op andere manieren in ontwikkelingslanden: in het MKB, in de landbouw en in duurzame energie.” 

Wat vindt u van de kritiek op microkrediet? Is deze terecht of niet?

“Een microkrediet zelf is niet goed of slecht. Het is een financiële dienst die zorgvuldig moet worden gegeven. Het is daarom goed dat er zoveel onderzoek naar wordt gedaan. Waar iedereen het over eens is, is dat microkrediet geen ‘wondermiddel’ is tegen de armoede. Om armoede te bestrijden is een brede, alomvattende aanpak nodig. Wij doen zelf ook onderzoek naar het impact-niveau in de landen waarin ons geld wordt geïnvesteerd. Op dit moment hebben we gezien dat er bij klanten van microfinancieringsinstellingen in Azië na drie jaar sprake is van een klein maar significant effect op hun welvaart. Het toont aan dat bij deze instellingen microfinanciering de klanten helpt.”

Je moet niet denken dat dankzij microkredieten volgend jaar alle armoede de wereld uit is

Helpt een lening op de korte termijn dan helemaal niet?

“Jawel. Op de korte termijn zie je dat het mensen helpt om onverwachte gezondheidsproblemen of andere calamiteiten te doorstaan. Wij hebben bijvoorbeeld een ziekteverzekering, veel mensen hebben die niet. En om operaties te kunnen betalen, hebben mensen een overbruggingskrediet nodig. Met een lening kunnen ze dat betalen. Wij zoeken daarom ook microfinancieringsinstellingen met sociale doelstellingen. Je kunt niet zomaar iemand een lening geven. Je moet ook zorgen dat de leningnemer echt begrijpt wat hij of zij krijgt en zo nodig de klanten een training geven. Want de vrouw op de Filipijnen die zojuist de kippen heeft aangeschaft, heeft misschien nog nooit een lening gehad of kippen gehouden. Bij de lening krijgt ze dan uitleg en training over de juiste verzorging van haar pluimvee.” 

Al met al: draag ik als belegger iets bij aan armoedebestrijding?

“Ik denk het wel als je geduld hebt. Je moet niet denken dat volgend jaar alle armoede de wereld uit is. Mohammed Yunus (De Bengaalse econoom die wordt gezien als de ‘grondlegger van microkrediet’, red.) was een beetje te optimistisch toen hij dat zei in 2006. Maar ik denk wel dat hij gelijk heeft dat je niet moet onderschatten dat je mensen, van wie je uitgaat dat die arm zijn, wel geld kunt lenen en ze zo een alternatief kan bieden. Dus of het helpt tegen armoede? Ik denk dat de mogelijkheden die microfinanciering met zich meebrengt zeker bijdragen aan de armoedebestrijding, maar wel als onderdeel van een grotere aanpak." 

Dit blog is onderdeel van een samenwerking tussen Oikocredit en OneWorld over microfinancieren.

Lees hier blogs over microfinancieringen in de praktijk:
Deel 1: Pronken met een blauwe duim in Cambodja
Deel 2: Beatrices eigen droom laat de dromen van anderen uitkomen
Deel 3: Rondkomen van je hobby én je kinderen kunnen naar school

Meer lezen over beleggen in armoedebestrijding via Oikocredit? Lees dan dit artikel.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief