In het noorden van Mozambique leiden jonge, idealistische Afrikanen een kleinschalig ontwikkelingsproject. Ze houden ons een pijnlijke spiegel voor: gaan wij westerlingen niet te ver mee in de ‘Afrikaanse cultuur’? Door Ralf Bodelier Ik ontbijt en lunch samen met de drie eigenaren en vijftien werknemers van boerderij ‘Malo ga kujilana’ – Plek van Verzoening- in…

JeannyIn het noorden van Mozambique leiden jonge, idealistische Afrikanen een kleinschalig ontwikkelingsproject. Ze houden ons een pijnlijke spiegel voor: gaan wij westerlingen niet te ver mee in de ‘Afrikaanse cultuur’?

Door Ralf Bodelier

Ik ontbijt en lunch samen met de drie eigenaren en vijftien werknemers van boerderij ‘Malo ga kujilana’ – Plek van Verzoening- in Lichinga, in het hoge noorden van Mozambique. De maaltijden worden bereid in een forse, zelfgebouwde oven van klei, waaraan je je op deze frisse hoogte ook nog eens kunt warmen. Na de lunch spelen we kaart. Onderwijl informeren de eigenaren naar het welzijn van hun kok, hun boekhouder, hun herders, hun landbouwers, hun sjouwers en hun tractorchauffeur. Eens per maand, op vrijdag, is er een uitgebreid gesprek rond thema’s als: ‘hoe maak je je zelf mooi zonder lipstick en parfum?’ of: ‘hoe verwek je niet meer kinderen dan waarvoor je kunt zorgen?’ ’s Avonds zie ik de drie op internet zitten terwijl zij websites navlooien over gesprekstechnieken, de aanleg van rioleringen en de behandeling van brandwonden.

Hoe gaat u om met de mensen in ‘het Zuiden’ waarmee en waarvoor u werkt? Gaat u met hen net zo om als met uw collega’s in Nederland? En wat vindt u van de ‘westerse’ manier waarop Malo ga kujilana wordt gemanaged? Kunnen wij er iets van leren? Discussieer mee op MyWorld.nl

Ze zijn jong en barsten van energie. Initiator en drijvende kracht achter het project, Lucky Rashid, is 33. Zijn vrouw Susan is 32 en zus Jeanny is 25. Het zijn Afrikaanse ontwikkelingswerkers en ze volg-den opleidingen in ‘business administration’, bankieren en landbouw. Ze weten hoe je een bedrijf moet runnen en spreken al even vloeiend Portugees en Engels als Yao en Nyanja. De boerderij houdt en verkoopt geiten, koeien, kippen en honingbijen. Ze telen landbouwgewassen en medicinale kruiden. Ze beheren een maismolen, een drooginstallatie voor koffie en bananen en een groothandel voor kippenvoer. Ze verhuren zowel hun kleine vrachtwagen en hun tractor met aanhanger als de eigen personenauto. Hoge kosten van kunstmest sparen ze uit door hun eigen uitwerpselen samen met de mest van het vee te composteren. Alleen voor de waterpompen, die zo’n zesduizend euro per stuk kosten, maken ze nog gebruik van externe financiering. Hun winst investeren ze zowel in het bedrijf als in het ontwikkelen van arme lokale gemeenschappen in de buurt.

Goed getroffen
Ik ken Lucky en Jeanny sinds ze kinderen waren. Vijftien jaar geleden maakten ze deel uit van een kleinschalig ontwikkelingsproject voor scholieren op minder dan een dag rijden vanaf Lichinga. Dat project had ik zelf mee opgezet. Wij betaalden schoolgelden, gaven kleine studiebeurzen en organiseerden schoolvoedselprogramma’s. Nu bekommeren deze jongeren van toen zich om mensen van nu die een zetje in de goede richting nodig hebben. Beter kun je het als Hollandse doe-het-zelf ontwikkelingswerker niet treffen. En ik beken: ze doen het alweer een stuk beter dan wij het deden. Terwijl wij ons geld ophaalden bij vrienden en kennissen, verdienen zij het zelf. Ook opereren ze veel transparanter en democratischer dan wij ooit deden.

Dit is wat ze doen: wekelijks praten ze uitgebreid met geselecteerde groepen bewoners in de dorpen rondom Malo ga kujilana om daarna samen met hen aan het werk te gaan. Samen slaan ze nieuwe, diepe, waterputten en organiseren ze het onderhoud ervan. Samen graven ze latrines die je weer leeg kunt halen. Vervolgens leren ze de dorpelingen om van hun uitwerpselen compost te maken.
Ze verstrekken microkredieten. Ze voeren groepsgesprekken over hiv/aids en moedigen mensen aan om zich te laten testen en aidsremmers te slikken. Ze onderwijzen de bewoners dat je malaria krijgt van muggen en niet van heksen. Ze tonen hen hoe je je handen kunt wassen met papajabladeren. Ze helpen kinderen vol brandwonden met puree van aloë vera, waardoor maar amper littekens achterblijven. “Zeep, laat staan opname in een ziekenhuis is voor deze mensen niet te betalen”, zegt Lucky. “Maar papaja en aloë vera groeien in hun achtertuin.”

begunstigde bij kwekerijMet Jeanny bezoek ik kleine boeren die tot voor enkele jaren net voldoende voedsel verbouwden om niet te verhongeren. Die tijd is voorbij, want Jeanny en Susan instrueerden hen om hun land zo te gebruiken dat ze nu ook kunnen oogsten in de droge tijd. En meer dan dat: ze leerden hen om sierplanten te telen die ze nu op de markten van Lichinga verkopen en waarmee ze, wellicht voor het eerst in hun leven, een fatsoenlijk inkomen verdienen. Wanneer we naar de projecten rijden, stappen we ruim van tevoren uit en leggen de laatste kilometers te voet af. Want volgens Jeanny is het niet goed om met een auto aan te komen in een dorp waar niemand zo’n ding kan betalen.
Vanuit het dorp lopen we met een groepje mannen en vrouwen naar een veld waar in kleine zwarte zakjes honderden sierplantjes groeien. Voor het einde van de maand gaat alles naar de markt. Een stel heeft van het verdiende geld al een motorfiets gekocht. Eén meelopende man blijft wat achter bij de groep. Hij is met twee vrouwen getrouwd. En daarom mag hij niet meedoen in de ontwikkelingsprojecten van Malo ga kujilana.

Regels
Want dit is wat ze zeggen. Lucky: “Bij ons draait alles om gelijkwaardigheid, openheid, transparantie, scheiding van bevoegdheden en non-discriminatie. Met het hele team stellen we daar regels voor op, en allemaal houden we ons daaraan. Alleen dorpelingen die deze principes onderschrijven, mogen meedoen aan de projecten.” “Misschien is non-discriminatie wel onze belangrijkste regel”, zegt Susan. “Een werknemer of een deelnemer van onze dorpsprojecten die iemand met een handicap negeert of uitsluit, doet niet meer mee. Een man die twee vrouwen trouwt evenmin. Want blijkbaar vindt hij zichzelf dubbel zo veel waard als een vrouw. Ook roddelen accepteren we niet. Je moet de moed opbrengen om je grieven te uiten tegen de persoon zelf, ook wanneer deze je leidinggevende is.”
“We zijn volledig open over wat iedereen verdient”, zegt Jeanny. “En we houden de mensen voor: ‘wanneer jij zo hard werkt en net zoveel studeert als ons, dan kun jij hetzelfde verdienen’.” Lucky: “Wij eerbiedigen de lokale cultuur van de mensen waar we mee werken. Maar wanneer deze hun ontwikkeling in de weg staat, proberen we die te veranderen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de veel te strakke hiërarchie in veel dorpen. De chiefs zijn veelal mannen. Vrouwen hebben maar amper iets te zeggen. Dat werkt dus niet.” Susan: “Daarom doen wij het helemaal anders. Hier op de boerderij is Lucky de baas. Maar wanneer hij een krop sla wil nemen uit de tuin, moet hij toestemming vragen aan de werknemer die voor de tuin verantwoordelijk is.” Lucky: “Wij maken nieuwe plannen, die kunnen we echter alleen uitvoeren wanneer de meerderheid van ons team deze ook steunt. Over alle grote veranderingen wordt dus uitgebreid gesproken. Dat kost veel tijd, maar iedereen raakt wel betrokken en voelt zich ook verantwoordelijk.” “We zijn niet gelijk maar gelijkwaardig”, zegt Jeanny. ”Iedereen moet vuile handen maken. Ook Lucky en Susan graven mee aan de latrines of helpen met de oogst.”

Lucky 5Silicon Valley
Ik beken: dit is intrigerend. Hoe Afrikaans Malo ga kujilana ook is, de manier waarop het drietal de boerderij en de projecten bestuurt, lijkt sprekend op die van hippe ICT-start ups in Silicon Valley. En, fascinerender nog: hun waarden lijken linea recta terug te gaan tot het adagium ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ uit de Europese Verlichting.
Hoe anders pakten wij het tien jaar geleden aan. Hoe anders gingen wij om met onze werknemers en met de mensen die van onze inzet moesten profiteren. Onze voorstellen, bedacht aan Nederlandse keukentafels, bespraken we uitgebreid met de lokale uitvoerders. Maar nooit met de mensen die ervan moesten profiteren. En terwijl we transparantie eisten van hén, waren we zelf duister over het geld dat we in Nederland ophaalden en in Afrika weer uitgaven. Zonder dat we er diep over nadachten, respecteerden we de lokale cultuur. Wanneer we op bezoek waren, accepteerden we het feit dat Afrikanen hun ouders, leraren of bazen nooit tegen mogen spreken. Ons doel was om kinderen naar school te laten gaan. Alleen daarom al vermeden we conflicten met scholen, hoofdonderwijzers en ambtenaren op het ministerie van onderwijs.
Ik leg Lucky mijn vertwijfeling voor: “Wie zijn wíj, blanken, om júllie cultuur ter discussie te stellen? Hadden wij kunnen eisen dat er niet werd gediscrimineerd, geroddeld of getrouwd met twee vrou-wen? Hadden wij daar tegenin moeten gaan en ónze waarden moeten opleggen?”
Lucky denkt na. “Je noemt een aantal problematische aspecten van onze cultuur. Inderdaad hadden jullie je daarbij niet neer moeten leggen. Waarschijnlijk accepteerden jullie veel te gemakkelijk de traditionele machtsverhoudingen of het feit dat gehandicapten per definitie niet meedoen. Zouden jullie zoiets in Nederland ook accepteren? Jullie moeten in Afrika geen principes schenden die voor jullie in Europa heilig zijn.”

Deze reportage kwam tot stand dankzij een financiële bijdrage uit het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited.

Meer over Malo Ga Kujilana:
www.kibogroup.org/projects/malo-ga-kujilana/
www.facebook.com/pages/Malo-Ga-Kujilana/300576512721

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief