Met een overbeladen auto door Spanje rijden en bibberen voor de Marokkaanse douaniers. Zo herinnert columniste Hassnae Bouazza zich de vakanties van vroeger. Maar de jongere generatie heeft lak aan de autoriteiten en smeedt op een nieuwe manier banden met het land. Ook Marokko zelf verandert.  Hassnae Bouazza Herinnert u zich de zwaarbepakte auto’s iedere…

marokko1

Met een overbeladen auto door Spanje rijden en bibberen voor de Marokkaanse douaniers. Zo herinnert columniste Hassnae Bouazza zich de vakanties van vroeger. Maar de jongere generatie heeft lak aan de autoriteiten en smeedt op een nieuwe manier banden met het land. Ook Marokko zelf verandert. 

Hassnae Bouazza

Herinnert u zich de zwaarbepakte auto’s iedere zomer richting het Zuiden, op weg naar het moederland Marokko? Van sommige wagens in de stoet was het afwachten of de auto niet overhelde, zo overvol waren ze. Gordijntjes voor de ramen, busjes om de grote families te vervoeren. 

We hadden ooit een blauwe Bedford die moeite had met hellingen. Hoe verder we vorderden, hoe trager de auto werd, tot we eenmaal in Spanje aangekomen iedere helling zwetend tegemoet traden. ‘Gas geven, Fadila!’ riepen we met zijn allen hoopvol naar onze zus die reed, maar tevergeefs: we kropen naar boven, vergezeld van woest toeterende en met veel boze gebaren inhalende Spanjaarden, iedere keer opgelucht dat we de top hadden gehaald en de auto niet had besloten om in z’n achteruit te gaan.

Bij binnenkomst in het land vormden de douaniers altijd een bijzonder welkomstcomité dat de teruggekeerde migranten ontving. Aan de grens moest je werkelijk alle bagage uitpakken, tenzij je de besnorde mannen wat toeschoof. Het resultaat bestond uit lange rijen van half opgewonden, een kwart geïrriteerde en een kwart voorzichtige vakantiegangers die gestraft werden voor hun liefde voor het land.

Navelstreng
De eerste generatie Marokkaanse migranten heeft de navelstreng met het thuisland nooit doorgeknipt: er werd trouw geld gestuurd naar familie en wie het zich kon veroorloven, kocht een huis of liet er eentje bouwen. De geldstroom naar het land was enorm en een belangrijke bron van inkomsten voor Marokko, dat zo hele gezinnen onderhouden zag worden. De persoonlijke investeringen in het land waren van groot belang voor de Marokkaanse economie.

Maar daar waar je vroeger nog het idee kreeg slechts een melkkoe te zijn voor corrupte agenten, word je tegenwoordig warm onthaald. De jongere generatie loopt, hoewel lichter bepakt, dan ook nog steeds warm voor het vaderland van de ouders. De verbondenheid met Marokko gaat dwars door de jaren en generaties heen en is nog even sterk, al uit die zich op een andere manier.

De jonge generatie is hier opgegroeid en opgeleid, en ontbeert bijvoorbeeld het ontzag voor de autoriteiten dat er bij hun ouders en grootouders ingebakken zat en zit: een repressieve overheid voor wie je altijd op je hoede moet zijn, schud je niet zomaar van je af. Het wantrouwen blijft.

Suikerfeestpakketten

De jongeren zijn minder snel onder de indruk: waar hun ouders trouw de familie bezochten, reizen zij veel meer het land door en laten ze zich minder knechten door de familiebanden. Ook ik bezoek veel minder vaak familie en zorg dat ik vakantie vier in plaats van familieverplichtingen vervul. Jonge Neder-Marokkanen zijn hierdoor veel minder gebonden aan de geboorteregio en ze verkennen tijdens hun vakantie als rechtgeaarde toeristen het hele land. Ze komen zo in aanraking met nieuwe gebieden, dialecten, vakantieoorden en behoeftigen die wel wat hulp kunnen gebruiken.

Regelmatig zie ik op Facebook en fora posts van mensen die van alles opzetten en inzamelen voor de behoeftigen: suikerfeestpakketten, schoolmateriaal, medische hulp voor gehandicapte kinderen, noem maar op. Een van mijn Facebookcontacten heeft laatst nog schoolspullen verzameld voor een meisjesschool in Marokko.

Het verplichte familieonderhoud is dus afgenomen: mensen hebben duidelijk voor hun leven in Nederland gekozen en zweven minder tussen twee continenten dan hun ouders. Daarvoor is – zij het kleinschalig – een meer georganiseerde vorm van ontwikkelingshulp in de plaats gekomen: niet de directe familie, maar het hele land wordt geholpen. Daarbij valt op dat de betrokkenheid zich beperkt tot Marokko. Je zult Marokkanen niet zo snel in de bres zien springen voor andere landen, tenzij, en dat lijkt een belangrijk criterium, het om een moslimland gaat. Tibet laat hen dus koud, Tsetjenië niet. De band is cultureel en religieus te definiëren.

De Marokkaanse overheid beseft op haar beurt dat je vliegen vangt met honing. Dus worden de vakantiegangers ieder jaar hartelijk welkom geheten, niet meer lastiggevallen bij de grensovergangen en investeert het land bijzonder veel in vakantieresorts om de verwende jongere generatie Marokkanen tevreden te houden. Want hun geld is nog net zo belangrijk als dat van hun ouders. Historica Nadia Bouras omschrijft het in haar boek Het Land van Herkomst als: ‘van lange arm naar uitgestoken hand’. Of dat geld nu naar familie of de staat gaat: binnen is binnen.

 

 

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief