Ze staan al een jaar te trappelen. De ruim zestig bedrijven, goede doelen en kennisinstellingen, zoals Philips, Oxfam Novib en de Vrije Universiteit, die zich samen sterk maken voor het succes van de werelddoelen. Premier Rutte vindt het initiatief, de Post-2015 Charter, zo uniek dat hij het eind september roemde in zijn toespraak bij de Verenigde Naties, waar meer dan 150 wereldleiders de zeventien werelddoelen voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling ondertekenden. Nu de doelen officieel zijn, kan de Post-2015 Charter –eindelijk – aan de slag. Hun plannen presenteerden ze afgelopen vrijdag met veel bombarie in het Rijksmuseum.  

Nederlandse hotshots kiezen sweet spots
Doen waar Nederland goed in is én zich in de toekomst op wil richten. Dat is het devies van de Post-2015 Charter, blijkt tijdens de presentatie waar ruim 70 duurzame voortrekkers uit bedrijfsleven, wetenschap en van maatschappelijke organisaties aanwezig zijn.  Volgens Adrian de Groot Ruiz, één van de initiatiefnemers van de Charter, kan Nederland wereldwijd het verschil maken bij het bouwen van duurzame steden, het verbeteren van de gezondheidszorg, voedselzekerheid en klimaatverandering. Dit zijn de sweet spots waar de Nederlandse samenleving zich als geheel voor in moet zetten. Voor de insiders; het gaat vooral om doel 3, 8, 11, 12, 13 en 17. Daarbij moeten we ons als klein land vooral richten op innovatie, kennis en nieuwe businessmodellen. Zo heeft het ‘SDG Health partnership’ volgens Jan-Willem Scheijgrond van Philips drie projecten geïdentificeerd: het opzetten van brede gezondheidsvoorzieningen, mobiele containers om ook in conflictgebieden zorg voor met name zwangere vrouwen te bieden en een ‘bio-needle’: een naald die van suiker is gemaakt met medicijnen die ook buiten koeling bewaard kunnen worden.

De wereld is veel maakbaarder dan we denken

Minister Ploumen was er ook en stelde dat alle aanwezigen samen de verpersoonlijking zijn van de uitvoering van de werelddoelen in Nederland. Geluiden dat de nieuwe agenda te breed zou zijn, wees ze van de hand: “Het is juist goed om een breed palet te hebben. Bij de bestrijding van extreme armoede heb je dat ook nodig.” Fokko Wientjes van chemiebedrijf DSM deelt het gevoel dat verandering nodig en mogelijk is: “De wereld is veel maakbaarder dan we denken.”

Met de neus in de wind
De plannen van de Post-2015 Charter zijn het resultaat van verschillende discussiebijeenkomsten in de afgelopen maanden. De initiatiefnemers True Price, Worldconnectors en DSM trokken er zelfs voor naar Terschelling, waar ze een weekend lang met meer dan honderd experts over de werelddoelen in gesprek gingen. Op het duurzaamheidscongres Springtij Forum stonden drie vragen centraal. Ten eerste: hoe krijgen we Nederland betrokken bij de nieuwe doelen? Ten tweede: hoe creëren we duurzame steden? En tot slot: hoe kunnen we op een innovatieve manier geld beschikbaar maken voor de werelddoelen? 

Niet 25 mensen helpen, maar 25.000
Aan ideeën geen gebrek. Die ideeën moeten, volgens de congresgangers van Springtij die onder meer werken in het bedrijfsleven en de financiële sector, wel ‘bankable’ zijn. Zo opperen ze dat goede doelen, overheid en filantropen veel meer met hun geld kunnen doen als ze het uitlenen in plaats van doneren. En CEOs zouden, net als bankiers, een eed moeten afleggen om het belang van duurzame ontwikkeling mee te nemen in al hun zakelijke beslissingen. In een andere sessie zoeken deelnemers naar wegen om projecten voor sloppenwijkbewoners interessant te maken voor investeerders. Het mag allemaal wel wat grootschaliger, vinden veel van de aanwezigen, want voor minder dan vier ton komen de meeste investeerders hun bed niet uit. Ze zien ook een rol voor verzekeraars om duurzaamheid in steden te stimuleren, want door klimaatverandering zijn gebouwen en bouwprojecten op kwetsbare plekken, bijvoorbeeld in kustgebieden, steeds moeilijker te verzekeren. 

Nog niet zo bekend
Toch zijn nog niet alle deelnemers van Springtij helemaal doordrongen van de werelddoelen. Als de gespreksleider de deelnemers enthousiast vraagt om te delen wat zij zelf kunnen bijdragen aan één van de werelddoelen, blijft het stil. Sommige deelnemers bladeren zenuwachtig in het eerder uitgedeelde OneWorld-nummer over de werelddoelen, in een poging op te zoeken welke doelen er ook alweer zijn. Dan stappen de aanwezigen weer op hun fiets, op naar de volgende duurzaamheidsdiscussie, ergens in een Terschellingse duinpan. 

Je kunt niet succesvol zijn in een wereld die faalt

Feike Siebesma, initiatiefnemer en topman van chemisch concern DSM, stelde op de bijeenkomst in het Rijksmuseum ook dat we een ‘klein detail’ zijn vergeten: het meenemen van de samenleving. De Nederlandse bevolking weet nauwelijks wat de nieuwe doelen zijn. Betrekken we al die Nederlanders niet, dan wordt het lastig om een echt momentum te creëren, zo stelt Siebesma. “Vanmiddag verloren 3000 moeders hun kind, net als vanavond en morgenochtend. We zijn hard op weg naar een opwarming van 4 tot 8 graden van de aarde in 2060, dat is redelijk desastreus. Je kunt niet succesvol zijn in een wereld die faalt.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Gabi Spitz werkt als senior onderzoeker bij Kaleidos Research (Stichting NCDO).
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier