Sterke vrouwen, alle­maal. Deze dochters kijken bijna zonder uitzondering met grote bewondering naar het doorzettingsvermogen van hun moeder, die zonder familie of vrienden, zonder veel kennis van Nederland of de taal hier kwamen wonen. “Ik moet er niet aan denken om op mijn achttiende te emigreren, te trouwen en voor mijn dertigste al vijf kinderen te hebben”, zegt Kaoutar. “Ze heeft alles zelf moeten uitzoeken”, zegt kunstenares Omnia over haar moeder Zohra. Haar moeder was huisvrouw, maar ook maatschappelijk werker. Ze leerde zichzelf Nederlands en kreeg hier vijf kinderen.

De dochters zien onafhankelijke, eigengereide vrouwen, die voor zichzelf een pad hebben moeten uithakken. De woorden ‘krachtig’ en ‘onafhankelijk’ vallen vaak. “Mijn moeder heeft gevochten als een leeuwin voor haar gezin”, zegt Imane. Kaoutar: “Ik had een havo­-advies, maar de school besloot om mij naar het vmbo te sturen, wat vaker gebeurde bij migrantenkinderen. Toen kwam mam om de hoek kijken, dus dat verhaal ging niet door. Ik mocht me nooit aan de kant laten zetten, dat is haar te vaak gebeurd.”

Wegcijferen

Dat kan ook lastig zijn. De moeders hebben hun thuis verlaten om hun kinde­ren een goede start te geven in het leven. Yamina heeft “haar droom opgegeven,” en heeft naar eigen zeggen zelfs het idee dat veel Marokkaanse vrouwen zichzelf hebben weggecijferd voor de kansen van hun kinderen. Het is voor haar moeilijk te accepteren dat haar dochter Imane een “andere kant op is gegaan.”

Imane is getrouwd met een Nederlander en draagt geen hoofddoek. “Ik geloof in mijn eigen waarheid, niet per se in een god.” De vrouwen hebben het voorzichtig over ‘verschillende normen en waarden’, als het over liefde, seks en alcohol gaat. “Ze is meer een Nederlands meisje met Marokkaanse ouders. Ze voelde zich vaak belemmerd”, zegt Fatima over haar dochter Aya. “Het is lastig om moslim­ zijn te verenigen met de Nederlandse maatschappij”, zegt Touria. “Maar we hebben het vertrouwen dat de kinderen goed terechtkomen.”

In naam van God

Sommige dochters dragen geen hoofddoek meer, maar hebben tegelijkertijd kritiek op de manier waarop daarover gepraat wordt in Nederland. “Ik ken geen vrouw die een hoofddoek draagt omdat dat van iemand anders moet”, zegt Amal. “We maken er hier zo’n issue van, laat een vrouw een vrouw zijn.” Veel moeders hebben gemerkt dat de houding van Nederlanders tegenover hun anders­-zijn verhard is. Djamila zegt in de moeilijke, eenzame beginjaren zo fijn te zijn opgevangen door haar Nederlandse buren. Maar net zo’n fijne gemeenschap deed opeens moeilijk toen Khadija een hoofddoek ging dragen. “Ik kreeg alleen maar scheve gezichten. Mensen wilden niet meer met mij praten.” Touria zegt dat ze Nederland juist altijd zo prachtig heeft gevonden omdat verschillen er mogen zijn. Ze is nog steeds gelukkig, maar: “Je moet ondertussen wel nadenken over hoe je je presenteert. Het samenleven is niet meer zo vanzelfsprekend als voorheen.”

En dat terwijl de vrouwen zo hard vochten om een plek in de samenleving te vinden, zeggen hun dochters. Velen willen benadrukken dat Nederlandse mensen het verkeerd zien: hun moeders staan vol in de samenleving. Zij volgden hier opleidingen, werkten in de schoonmaak, werden lerares of ambtenaar. Ze hebben gemengde vriendengroepen. Omnia’s moeder nam een meisje op dat niet meer thuis kon wonen. “Je moet voor je buren en naasten zorgen, het maakt niet uit waar je vandaan komt. Dat doet zij in naam van God.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
PleunieVanRaak

Over de auteur

Pleunie van Raak is een maatschappelijk betrokken fotograaf. Zij studeerde fotografie aan de kunstacademie in Breda. In haar projecten …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief