Alles is donker. Tussen kleine hutjes zitten mannen ineengedoken te werken. Ze hakken met machettes in stukken autoband. Hun oogwit is geel. Hun huid zwart als kol. Af en toe klinkt er luid gerochel. Oegandese hiphopliedjes en traditionele volksmuziek galmen door de transistorradio’s.

De mannen kijken op. Roepen me na. Maken schunnnige grapjes over die muzungu die daar zomaar langs hun hutjes loopt. Hun halfontklede lijven glimmen van het zweet. Hun huid heefft een ongezonde kleur en zit onder de littekens, gekke plekken. De handwerklieden hebben ineengevallen gezichten. Een teken dat ze HIV-besmet zijn en geen behandeling ondergaan. Pillen zijn duur. Hoewel de Ugandese overheid in principe gratis aids-remmers beschikbaar stelt, maken veel artsten dikke wist door de medicijnen clandestien aan privéklinieken te verkopen. Om die reden zijn de beste medicijnen sowieso maar van de publieke markt gehaald. Het goedkopere alternatief wordt wel wijdverspreid gebruikt maar voorkomt eerder de eergste uitwassen van HIV/Aids dan dat het de immuniteit echt opbouwt.
Om überhapupt medicijnen te gaan gebruiken moet je je natuurlijk wel eerst laten testen. Uit schaamte en angst durven nog steeds veel mensen dit niet te doen. Ze leven liever door tot ze doodziek zijn dan de enge test te ondergaan die je zal vertellen wat je in de meeste gevallen al lang weet: dat laatste meisje zei wel oké te zijn, maar was het toch niet. Dat roekeloos neuken in een warme gloed van alcohol, heeft toch niet goed uitgepakt.

De lucht trilt van de hitte. Ik ruik zweet, urine, oud voedsel en hier en daar een zweem alcohol. Roetdeeltjes en stof dwarrelen door de lucht. Het zand is pikzwart. Naast de hutjes stroomt een mizerig stroompje door een diepe geul. Het afvoerwater is groen-zwart. Er drijven plastic tasjes in en gedeukte blikken bier. Het zal me niets verbazen als hier af en toe een door water doordrenkt lijk opduikt. Autobanden zijn manhoog opgestapeld. Het pad wordt steeds smaller. Besmeurde doeken geven de werkers wat verkoeling.
De auto-onderdelenmarkt in het oude deel van Kampala wordt door velen aangemerkt als een no-go area. Na een moeizame wandeling door een wirwar van stampvolle straten en steegjes nabij de grote levendige Owino-markt kom je uiteindelijk in dit zwarte land terecht doordrenkt van teer en roet. Hier komen geen vrouwen. Hoogstens een vriendinnetje of hoertje misschien.
De auto-onderdelenmarkt is berucht om z’n criminaliteit, drugshandel, oproer en prostitutie. Langs het nauwe smerige afvalwaterkanaal schiet de politie regelmatig met scherp op de ontevreden opgehitste arbeiders.

Autobanden en uitlaatpijpen functioneren als tentstokken voor zwartgeblakerd zeil. Hier en daar staat een pooltafel waar een aantal mannen ijverig een potje biljart speelt terwijl er om hen heen druk gewerkt wordt. De overalls hangen wijd open. Vrijwel geheel ontklede mannen plassen op een rijtje achter een gekleurd doek. Ik krijg een hoestbui. Niets is schoon. Mijn handen zitten onder het roet. Net zoals mijn longen die de vervuilde lucht ongewild diep inademen.

Uganda ontwikkelt in razendsnel tempo. Het land is nu vrijwel geheel aangesoten op het electriciteitsnetwerk. Vrijwel iedereen heeft een mobieltje. En ook internet wordt een wijdverspreid fenomeen. Maar terwijl er langzaam een gegoede middenklasse in Kampala verschijnt die in hippe bars en luxe shoppingcentra van de vaak door corruptie verkregen nieuwe rijkdom geniet, vergaat het de berooide inwoners in de vuile sloppen en armoedige markten een stuk slechter. Met het toenemende aantal corruptieschandalen en de groeiende ongelijkheid neemt de weerstand tegen de huidige regering van Museveni toe. Zo zijn de leraren een landelijke staking begonnen en worden er steeds meer rellen in de slechtere buurten van Kampala gesignaleerd.
“De dagen van Musuveni naderen hun einde,” zegt een taxi-chauffeur resoluut terwijl hij me ’s avonds door de binnenstad rijdt. Hij wijst naar een groep jongens die gewapend met stokken en stenen verbeten richting een voor ons onbekend doel marcheren. “Die gaan protesteren,” zegt de chauffeur.
De jongens dragen overalls en vuile kleding. Ze verschillen in niets met de handwerkers op de auto-onderdelenmarkt. Ik naar hun grimmige monden en boze ogen en lees hun frustratie en woede op hun gezicht. Het experiment van halve-democratie en hele-corruptie door het bewind van Musaveni nadert z’n einde. Het volk verschijnt langzaam uit de donkere krochten van Kampala en eist z’n rechten op, maar vooralsnog werken de meeste verscholen in een zwart land.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
mounir2018-2

Over de auteur

Mounir Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog, auteur en journalist. Hij onderzoekt sociale trends en maatschappelijke …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief