Voor veel Zuid-Soedanezen is het hebben van een wapen hartstikke normaal. Jonge mannen stelen met eigen wapens het vee van lokale boeren om hun bruidschat te kunnen betalen. De regering probeert het wapenbezit tegen te gaan met inzamelingsacties: “Al deze 247 Kalashnikovs zijn binnen een week ingezameld.”

Een enkele heeft een bajonet. Anderen hebben een fleurige draagband. Sommigen vertonen roestplekken. Maar de 247 semi-automatische AK-47 geweren die in keurige rijtjes liggen hebben één ding gemeen: ze doen het allemaal nog prima. Op witte briefjes staat de ‘score’ per dorp. Cicok: 13 geweren. Duony: 54 rifles. Tiap Tiep: 39 stuks.  

De gezamenlijke vuurkracht van deze wapens zou niet onder doen voor die van een behoorlijke guerrillabeweging. Dit wapentuig is echter afkomstige van ‘gewone’ burgers. Veehoeders hier in Cueibet, in het hart van Zuid-Soedan, bezitten nog bijna allemaal een vuurwapen. De regering van het land, wat zo groot als Frankrijk is maar nog geen 250 kilometer verharde weg telt, krijgt er maar weinig grip op.

Strijd
“Wapens zijn hier altijd in overvloed geweest,” legt James Aguer (bijna 70) uit. Zuidelijke opstandelingen in Soedan vochten sinds 1955 bijna veertig jaar lang tegen dominantie door het regime in Khartoum. Aguer deed volop mee aan de strijd. Het conflict leidde in 2011 tot een onafhankelijk Zuid-Soedan, dat eindelijk onder het juk van de hier zo gehate noorderlingen uit kwam. Maar nu er een broze vrede met (Noord-) Soedan heerst, worden de wapens gebruikt om conflicten tussen Zuid-Soedanezen onderling te beslechten. 

“Het komt steeds vaker voor dat veehoeders het naastgelegen dorp overvallen en daar koeien stelen van hun eigen stamgenoten,” zegt Aguer somber. Hij is met 8 echtgenotes en tenminste 25 kinderen een Zuid-Soedanees van de oude stempel. “Tijdens de oorlog had je veel minder veediefstallen. Toen was het platteland in handen van de opstandelingen die tegen Khartoum vochten. Maar nu het vrede is, zitten de soldaten alleen nog maar in hun barakken. Op het platteland maken gewapende veehoeders nu de dienst uit.”

Clan-gevechten
De veediefstallen, die meestal gepleegd worden door jongemannen die een bruidsschat bij elkaar proberen te roven, zijn allesbehalve romantisch. Soms ontaarden ze in hevige stam- of clan-conflicten. In december 2012 vielen bijna 30 doden toen een groep uit Cueibet een aanval uitvoerde in de naastgelegen provincie om een diefstal van tweeduizend koeien te vergelden. In januari vielen rondom en zelfs in de stad Rumbek 50 doden bij clan-gevechten. Een paar maanden later was het opnieuw raak.

Betrouwbare schattingen van het aantal wapens in burgerhanden ontbreken, maar de tientallen geweren die per gehucht worden ingezameld zijn veelzeggend. Zuid-Soedan’s tien miljoen inwoners zouden gezamenlijk wel eens honderdduizenden wapens kunnen bezitten. 

Kalashnikovs
“We kunnen trots zijn op deze ontwapeningsronde,” zegt burgemeester Isaac Mayom van Cueibet. “Al deze 247 Kalashnikovs zijn binnen een week ingezameld.” Mayom geeft toe dat het een zaak van de lange adem is. “Het probleem is de timing. Als wij de inwoners van Cueibet ontwapenen maar het volk van de buurgemeenten heeft zijn wapentuig nog gewoon, dan zijn we hier een gemakkelijk doelwit. Soms komen de veerovers zelfs uit een naburige provincie.”

Er gaat in Zuid-Soedan geen dag voorbij zonder dat lokale leiders beloven de veerovers gezamenlijk aan te pakken. Veel bestuurders hameren op grootschalige ontwapeningscampagnes. Maar dat gaat niet altijd zachtzinnig. Met enige regelmaat vallen doden wanneer het leger en de politie (ook ex-militairen) de dorpen en veekampen in trekken op zoek naar wapens. “Het moet nog tot het volk door dringen dat de staat een monopoly op het gebruik van geweld heeft,” verklaart Mayom.

Hardhandige krijgsmacht
Op hun beurt moet het nog tot veel van de militairen doordringen dat de oorlog voorbij is. “Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd was het heel gebruikelijk dat de rebellen bij het volk onderdak en voedsel opeisten. Dorpshoofden werden zelfs verplicht om jonge jongens af te staan voor de strijd,” legt journalist Aping Kuluel uit. De zuidelijk opstandelingen die vochten tegen het Islamistische regime in Khartoum mochten dan wel de steun van het Westen hebben, lieverdjes waren het allerminst. Nog steeds krijgt de Zuid-Soedanese krijgsmacht –met ruim 200.000 man onder de wapenen- geregeld het verwijt dat het de mensenrechten schendt.

We verlaten Cueibet en rijden door het vlakke land van Zuid-Soedan, waar lage struiken het landschap ondanks de hitte een aangenaam groene tint geven. Drie uur lang hobbelen we zo naar Rumbek, een afstand van maar 50 kilometer. Onderweg groepjes kind-geitenhoeders, traditionele hutten van aarde en riet, en flinke kuddes met spierwitte koeien en hun karakteristieke scherpe hoorns. Dit zijn de symbolen van Zuid-Soedan. We komen zelfs in een initiatie ritueel terecht, waarbij honderden jongens (14 tot 18 jaar) met stokken bevochten worden door een groep twintigers, die net zolang op de jeugd in mept totdat die de status van volwassenheid bereikt heeft. In het nieuwste land ter wereld is geen plaats voor doetjes.

Ontwapeningscampagne
Rumbek, de hoofdstad van de provincie Lakes, is bekend met de grilligheden van een nog jonge democratie. In januari besloot Zuid-Soedan’s president eigenhandig om de gouverneur te vervangen door een militaire ‘interim’ gouverneur die drie maanden lang orde op zaken moest stellen. Majoor-Generaal Matur Dhuol trad aan, verbood alcohol in de hele staat, liet het leger inkwartieren op scholen en kondigde de ene ontwapeningscampagne na de andere aan. Kritische journalisten kregen het zwaar en honderden (volgens de staat ‘luie’ en van veeroven verdachte) jongeren verdwenen in militaire detentiecentra. Na drie maanden bleef Dhuol aan; hij is nu de permanente gouverneur geworden.

Oorlogsveteraan Aguer, inmiddels een hoge ambtenaar in Lakes, ziet hierin geen kwaad. “Met de zachte aanpak komen we er niet,” meent hij. In deze macho maatschappij draait het om respect. “En dat moet afgedwongen worden.” Aguer laat me zijn gebit zien; hij mist onder vier voortanden. “Toen ik jong was zijn die met een speer uitgewrikt. Zo werden vroeger jongeren ingewijd tot volwassenheid. Maar die traditie komt inmiddels steeds minder voor, net als het markeren van jongens door met een mes littekens in hun voorhoofd te snijden. Dat is sinds 2008 verboden. Zo zal ook het vee roven af moeten nemen, mits het hard wordt aangepakt.” Ondanks het verbod worden er in Lakes ieder jaar nog honderden jongens met messen ‘gemarkeerd.’

Te hoge bruidsschat
Het stelen van vee is noodzakelijk geworden door de steeds hogere bruidsschatten, stelde Kuol Manyang, de minister van Defensie, onlangs. “Huwelijken zijn tegenwoordig erg duur. Jongens zonder werk kunnen nooit zo’n hoge bruidsschat betalen,” aldus Manyang. In sommige gevallen worden wel 200 koeien geëist. Jongens met werk komen net zo goed in de problemen, weet journalist Kuluel uit ervaring. “Een goede koe kan wel duizend dollar kosten. Ik moet er dertig neer tellen voor de vrouw die ik zwanger gemaakt heb. Waar ik dat vandaan moet halen, geen idee.” Toch bezweert hij zelf niet op roverstocht te gaan. “Ik zal gewoon hard moeten werken en hopen dat de familie mij helpt.”

Kuol Manyang heeft, toen hij nog gouverneur was een provincie waar veel vee conflicten waren, het volk opgeroepen om maximaal zeven koeien als bruidsschat aan te nemen. “Vrouwen kunnen nu ook niet scheiden omdat er zoveel koeien voor ze betaald zijn,” beargumenteert Manyang. Maar zijn oproep heeft vooralsnog tot weinig navolging geleid.

Fortuin
Toch veranderen de tradities wel degelijk, weet Aguer. “Ik heb zo veel kinderen die naar school moeten, dat ik elk trimester een fortuin aan schoolgeld kwijt ben,” geeft de oude man toe. “Het is duidelijk dat de generatie van mijn kinderen veel minder grote gezinnen zal hebben. Sommige mannen hebben tegenwoordig twee vrouwen of zelfs maar één.” 

Ook Isaac Mayom, de burgemeester van Cueibet, is hoopvol over de toekomst van zijn land. “Het unieke aan deze recente ontwapening is dat deze geweren vrijwillig zijn ingeleverd. Uiteraard gaat dat niet vanzelf, we zijn met een flinke waarschuwing gekomen. Wie zijn wapens nu inlevert krijgt gratie. Maar als we volgende maand opnieuw naar de dorpen gaan en daar nog steeds geweren aan treffen, zullen we minder zachtzinnig te werk gaan.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Arne_HiRes_NABC

Over de auteur

Afrika-journalist

Arne Doornebal is Afrika-journalist. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief