Zuid-Korea staat bekend om zijn snelle economische ontwikkeling. In 1960 nog straatarm, nu de elfde economie ter wereld. De laatste jaren stagneert de groei echter en grote bedrijven zoals Samsung en Hyundai verplaatsen hun productie naar het buitenland, met stijgende werkloosheid als gevolg. Het besef groeit dat er een alternatief nodig is. Steeds meer sociaal ondernemers laten zien dat dit mogelijk is, stelt Stefan Panhuijsen van Social Enterprise NL, die een half jaar in Zuid-Korea woonde.

Aan het eind van de dag brandt er nog volop licht in de kleine straatjes van Changsin-dong, een oude wijk in Seoul. In de schaduw van het gloednieuwe Dongdaemun Design Plaza – een ontwerp van sterarchitect Zaha Hadid, totale kosten ruim 400 miljoen euro – wordt in duizenden kleine ateliers kleding volgens de laatste trends in elkaar genaaid. Draagt een populaire K-pop zangeres vandaag een nieuwe jurk, dan ligt een replica daarvan morgen in de winkel. Met dank aan de naaiateliers in Changsin-dong.

De laatste jaren hebben de naaiateliers het moeilijk. Zuid-Korea ontkomt niet aan de wereldwijde concurrentie en veel kledingwinkels wijken voor productie uit naar het goedkopere China of de Filipijnen. Steeds minder naaiateliers kunnen hun hoofd boven water houden, en het ambacht dreigt te verdwijnen.

1600 gecertificeerde social enterprises zijn in Zuid-Korea actief.

Dat moet veranderen, dachten Yunye Shin (32) en Sungjae Hong (31), oprichters van de social enterprise 000 GAN. Met dit modelabel willen ze niet alleen nieuw werk voor de naaiateliers creëren, maar hen ook stimuleren om veel minder textielafval te produceren. Van oude stoffen worden nieuwe producten gemaakt en de kleding wordt zo ontworpen dat er nauwelijks afval overblijft, terwijl bij een regulier ontwerp vijftien procent van het textiel wordt weggegooid. Het gaat 000 GAN voor de wind. De modebewuste Zuid-Koreanen zijn dol op de hippe kleding en SK Ventures investeerde begin 2016 in deze social start-up. Shin en Hong dromen ondertussen van uitbreiding naar het buitenland.

Van financiële crisis naar Kringloopwinkel

Het verhaal van 000 GAN staat niet op zichzelf. Zuid-Korea kent een levendige beweging van sociaal ondernemers. Een onderzoek van de Thomson Reuters Foundation zette Zuid-Korea zelfs op de zevende plaats op de ranglijst van Best countries to be a social entrepreneur. Waar komt deze ontwikkeling vandaan?

Terug naar 1997. Zuid-Korea werd na decennia van indrukwekkende economische groei hard getroffen door een financiële crisis en moest uiteindelijk gered worden door het IMF. Tijdens de crisisjaren steeg de werkloosheid fors en het ontbreken van sociale voorzieningen werd pijnlijk voelbaar. Vanaf 2000 werd de welvaartsstaat opgebouwd, beleidsmakers wilden leren van internationale best practices uit Europa en sociaal ondernemerschap stond al snel op de agenda.

In 2006 leidde dit tot de Korea Social Enterprise Promotion Act. Zuid-Korea was hiermee het eerste land in Azië dat een nationale strategie voor sociaal ondernemerschap ontwikkelde. Het beleid wordt gecoördineerd door het ministerie van Sociale Zaken en richt zich vooral op sociale ondernemingen die banen creëren voor kwetsbare groepen, zoals werkloze ouderen. Belangrijk onderdeel van de wet is het certificeren van sociale ondernemingen. Dit is een grondig proces, na certificering mogen bedrijven zich officieel social enterprise noemen en ontvangen ze financiële steun voor het aannemen van kwetsbare mensen. Momenteel zijn er ruim 1600 gecertificeerde social enterprises actief.

In Zuid-Korea denken mensen vooral aan zichzelf en is iedereen bezig met geld verdienen – in tegenstelling tot in Noord-Korea.

Een van de meest succesvolle gecertificeerde social enterprises is de kringloopwinkelketen ‘Beautiful Store’, opgericht door de huidige burgemeester van Seoul, Park Won Soon. Hij zag de potentie van kringloopwinkels tijdens een bezoek aan Europa en startte in 2002 de eerste winkel in Seoul. In 2006 werd dit de eerste gecertificeerde social enterprise. Momenteel heeft Beautiful Store meer dan 120 winkels in 16 steden in Zuid-Korea. Het bevordert recycling, biedt werkplekken aan kansarmen en alle winst wordt gedoneerd aan sociale projecten binnen en buiten Zuid-Korea.

Gevluchte Noord-Koreanen als barista

De spanningen tussen Noord- en Zuid-Korea zijn voor niemand nieuw. Minder bekend is de situatie van de 28.000 gevluchte Noord-Koreanen woonachtig in Zuid-Korea. Deze groep heeft grote moeite mee te komen in het hyperkapitalistische en competitieve Zuid-Korea. De werkloosheid onder de defectors is fors en het zelfmoordcijfer ligt hoger dan het (toch al hoge) Zuid-Koreaanse gemiddelde. Joseph Park (34), zelf Noord-Korea ontvlucht, zag dat een nieuwe aanpak nodig was en startte de social enterprise Yovel. In deze koffiebar kunnen Noord-Koreanen op een veilige manier werkervaring opdoen en vanaf tien euro mede-eigenaar van Yovel worden.

Het bedrijf loopt goed, maar Park is er recentelijk achter gekomen dat het vak van barista niet bij iedereen past: “Veel Noord-Koreanen komen van het platteland. Het contrast met het moderne Seoul is groot en ze hebben geen ervaring met horeca. Maar ze hebben wel vaak kennis over landbouw. Daarom starten we nu twee biologische boerderijen. De vraag naar lokaal voedsel groeit in Zuid-Korea en dit werk past beter bij de meeste Noord-Koreanen.” Park droomt ervan dat Yovel bijdraagt aan meer interactie tussen Noord- en Zuid-Koreanen: “In Zuid-Korea denken mensen vooral aan zichzelf en is iedereen bezig met geld verdienen. In Noord-Korea zijn we door het repressieve regime meer op elkaar aangewezen. Het gemeenschapsgevoel is sterker. Zuid-Koreanen kunnen daarvan leren.”

Private investeerders melden zich

Sociaal ondernemerschap in Zuid-Korea heeft zich kunnen ontwikkelen dankzij overheidsbeleid, maar de laatste jaren starten er steeds meer bedrijven die zonder overheidssteun werken. Aan het overheidsbeleid hangt een sterk nonprofit-imago en met name de nieuwe generatie ondernemers voelt zich daar niet altijd bij thuis.

De hippe wijk Seongsu in Seoul ontpopt zich als het centrum van deze beweging. In de coworking space voor social entrepreneurs Cow and Dog (coworking and doing good) werken jonge ondernemers aan vernieuwende ideeën, zoals autodeelplatform Socar, en wordt aan de koffiebar de taal van tech start-ups gesproken. Kyungsun Chung (kleinzoon van Hyundai oprichter Ju-yung Chung) start 500 meter verderop onder de vlag van Root Impact verschillende initiatieven om social entrepreneurs te ondersteunen. In mei opent hij een gloednieuw kantoor speciaal voor social enterprises met plek voor 500 man. Ook het grootste impact investeringsfonds Sopoong houdt kantoor in Seongsu.

Een van de grootste uitdagingen voor de Koreaanse sociale enterprise sector is volgens Chung de Koreaanse ondernemerscultuur. Falen wordt niet gevierd: “In Zuid-Korea is het belangrijk voor je omgeving te zorgen, het wordt niet altijd op prijs gesteld wanneer je het onzekere bestaan van ondernemerschap verkiest boven een baan bij een stabiele werkgever.”

Lessen voor Nederland?

Vergelijken we de situatie met Nederland, dan vallen een aantal zaken op. Ondernemerschap kent niet de heldenstatus die het in Nederland heeft. Een carrière bij Samsung blijft voor velen een droom. Dat maakt de keuze voor sociaal ondernemerschap misschien nog gedurfder.

Ook de rol van de overheid is anders. Waar in Nederland voorzichtige eerste stapjes worden gezet, kent Zuid-Korea een omvangrijk beleidsprogramma. Hoewel de strenge certificering niet onomstreden is, kan de ontwikkeling van de sector niet los van het overheidsbeleid worden gezien: die heeft bijgedragen aan het erkenning van het begrip sociaal ondernemen. Veel social enterprises zijn gestart met financiële steun van de overheid en het maakt lokaal beleid makkelijker. Zo koopt de gemeente Seoul voor 60 miljoen euro bij social enterprises in.

Van grote invloed is ook het verschil tussen de Nederlandse en Zuid-Koreaanse welvaartsstaat. Die is in Zuid-Korea een stuk minder ontwikkeld. Dit betekent dat Koreaanse social enterprises zich op andere doelen richten. Zo is in Zuid-Korea de oudedagsvoorziening veel minder royaal dan in Nederland, met veel armoede onder ouderen als gevolg; veel sociaal ondernemers richten zich daarom op deze groep.

En de overeenkomst? Dat is de sociaal ondernemer zelf. In beide landen is dat iemand die niet de makkelijkste weg kiest, die gelooft in de kracht van ondernemerschap en een sterke drive bezit om de maatschappij socialer en duurzamer te maken.

Yunye Shin van 000 GAN ziet de toekomst van de Koreaanse social enterprise sector positief in. Ze voorziet meer samenwerking tussen social enterprises. En haar eigen droom voor internationale expansie komt steeds dichterbij: ze is genomineerd voor de Cartier Womens Initiative Awards, een wereldwijde businessplan competitie voor vrouwelijke ondernemers, georganiseerd door Cartier, INSEAD en McKinsey. Hopelijk zien we de kleding van 000 GAN binnenkort in een hippe kledingwinkel in Amsterdam.

Stefan Panhuijsen woonde van juli tot december 2016 in Seoul, en verdiepte zich in die tijd in de Zuid-Koreaanse social enterprise sector.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Stefan Panhuijsen is hoofd beleid en onderzoek bij Social Enterprise NL. Van juli 2016 tot en met december 2016 woonde hij in Seoul, Zuid …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief