De verkoop in Ibadan liep niet erg, dus meestal als ik langs de sieradenwinkels wandelde tegenover het stadion van de lokale voetbalclub 3SC, zaten de winkeliers aan de kant van de weg te bespreken welke elektronische gadgets ze wilden aanschaffen. Soms hield ik in voor een praatje. Op een goed moment ondervroeg de meest luidruchtige van het stel, die naast halskettingen ook traditionele muziekinstrumenten verkocht, me over mijn mobiele telefoon. Destijds was ik bewapend met een Nokia 6310 met geniaal presterende batterij die ik perfect achtte in een omgeving waar dagelijks de stroom uitviel.

‘Maar wat kan je telefoon dan?’ vroeg hij.
‘Bellen’, antwoordde ik.
‘Geen camera? Internet? Radio?’ reageerde hij, nauwelijks zijn ongeloof verbergend.

Ik schudde mijn hoofd. Plots voelde ik me alsof ik me behoorde te schamen. Ik zag het in de ogen van de kooplui: ik was behoorlijk in hun achting gedaald.

Ruim twee jaar later – inmiddels in het bezit van een smart phone. De redactie van de in Lagos gevestigde tv zender was even luidruchtig als de bushalte van het centraal gelegen Ojuelegba in dezelfde stad tijdens de spits op vrijdagmiddag. Schreeuwende journalisten, afspelende video’s, ringtones van mobieltjes. Collega’s kibbelden over het gebruik van de desktop waar ik eigenlijk op zou moeten werken, dus ik besloot mijn eigen computer voor de dag te halen en daar de video op te monteren.

In mijn kleine witte MacBook huist misschien niet de allersnelste processor en van het laatste model is hij ook niet, maar hij hield me al gezelschap in Oost-Congo, overleefde de stofwinden van Burkina Faso’s harmattan en stotterde geen moment toen ik hem overlaadde met party pics tijdens mijn laatste verblijf in Angola. Bovendien heeft hij een vervangbare batterij, waardoor ik altijd een extra opgeladen exemplaar achter de hand kan houden. Ik adoreer die laptop.

Misschien deed de opmerking daarom een beetje zeer.
‘Ze heeft niet eens een Mac Pro.’
Het commentaar nadat ik mijn computer uit mijn tas had gevist, was net luid genoeg om voor mij verstaanbaar te zijn. Toen ik omdraaide om mijn kleine Mac te verdedigen, was degene die hem te licht had bevonden al verdwenen. Ik was licht gekwetst, maar niet verbaasd. Jaren eerder hadden de kooplui in Ibadan, ’s lands derde stad, me immers al geleerd: in Nigeria maken gadgets de man.

Begrijp me niet verkeerd: Nigerianen zat die niet zo denken, en genoeg mensen elders op de wereld die even meedogenloos op uiterlijk beoordelen. Alleen heb ik me nooit in die kringen begeven. Ik kom uit een land waar de minister-president op de fiets naar zijn werk gaat. Het liefst koop ik mijn kleren tweedehands (nee, niet vintage, tweedehands), ik heb niets met merken en zeil door het leven in glorieuze onwetendheid van het laatste model van wat dan ook. Maar op de een of andere manier kom ik daar in Nigeria niet zo makkelijk mee weg als in Nederland. Alsof er meer van me wordt verwacht.

Nooit in mijn leven bezat ik een auto die meer waard was dan 500 euro. Mijn wagens, die ik altijd deelde met vrienden, waren in de regel rijp voor de sloop. Stel je mijn opwinding voor toen ik afgelopen week een knalrode fourwheeldrive kocht om naar Lagos te verschepen!

De Toyota RAV4 uit het jaar 2000 was een koopje, maar evengoed de duurste auto die ik ooit kocht. Haar kleur en leeftijd leverden haar de naam Wilma op – een roodharige uit het stenen tijdperk. Op onze regenachtige testrit van Rotterdam naar Tilburg was het meteen duidelijk: Wilma en ik zijn voor elkaar bestemd. Wilma’s vierwielaandrijving zal me in het regenseizoen veilig door de straten van Lagos loodsen.

Nog nooit hield ik zoveel van iets op wielen als van Wilma, dus toen ik een Lagosiaanse vriendin over haar vertelde, hoopte ik dat ze mijn enthousiasme zou delen.
‘Wélk jaar zei je?’ vroeg ze over de telefoon.
‘2000. Wilma is 13 jaar oud.’
‘O.’ Verder niets.

Ik hoefde niet verder te vragen: het was me duidelijk. Weer was ik gezakt voor de Nigeriaanse gadget test.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria. Zij is de enige Nederlandstalige journalist gevestigd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief