OneWorld vraagt het Sarah Hardus, een promovenda van de UvA, afdeling Politicologie. Zij onderzoekt hoe westerse landen (‘traditionele donoren’) reageren op de toenemende geldstromen van China naar Afrika. Zien ze dat China een uitdaging creëert voor de doelen die zij willen bereiken met hun hulpbeleid? Hoe gaan ze hiermee om? De inleiding van haar proefschrift behandelt zes mythes over China’s rol in Afrikaanse landen.

Volgens Hardus zijn er drie factoren die deze speculaties en mythes voeden: de plotselinge toename van de zichtbaarheid van China, het gebrek aan data en informatie hierover, en de angst van westerse landen dat hun machtspositie in Afrika afneemt. “De mythes zijn ook gedeeltelijk gebaseerd op  de berichtgeving van de media. Zij doen vaak geen grondig onderzoek naar wat nou echt wordt gedaan door China. Hebben we het over hulp, over investeringen, over staatsactoren of over private bedrijven? Het wordt allemaal op één hoop gegooid. Maar wat is echt waar, wat is zwaar overtrokken en waar is wat nuancering nodig?”

De volgende zes mythes worden door Hardus ontkracht.

Mythe 1: China is een nieuwe actor in Afrika
Dat is niet waar. China heeft al net zo lang betrekkingen in Afrika als westerse landen. Ze zijn een periode minder zichtbaar geweest in Afrika, vooral in de jaren ’80. Destijds richtte China zich op zijn eigen ontwikkeling. Afrikaanse leiders – vooral de oudere mensen in de ministeries – zullen zich herinneren dat China hen onvoorwaardelijk heeft gesteund. China heeft geen geschiedenis van kolonialisme of ‘structural adjustment’, is altijd solidair geweest aan onafhankelijkheidsbewegingen en steunde landen op momenten dat ze niet werden gesteund door westerse landen. China heeft dus even lang diplomatieke betrekkingen als andere landen en wordt door Afrikaanse landen gezien als langdurige partner.

Mythe 2: China is de grootste donor in Afrika
‘De Chinese ontwikkelingshulp is veel groter dan de hulp van de traditionele, westerse donoren’, hoor je vaak. Als je kijkt naar totale financieringsstromen, dan is China in sommige landen inderdaad de grootste financierder. Maar niet als je kijkt naar officiële ontwikkelingshulp. Om als officiële ontwikkelingshulp te tellen, moet het voldoen aan drie criteria die zijn opgesteld door de OESO. Volgens die criteria valt maar een heel klein onderdeel van Chinese geldstromen onder hulp. Zelf beschrijven ze het als ‘win-win cooperation’ en soms als ‘economic assistance’. Wat je in de kranten leest over ‘Chinese hulp in Afrika’ gaat vaak over dingen die wij niet als hulp zien. Bijvoorbeeld om investeringen van staatsbedrijven en staatsbanken. Dat wordt allemaal op één hoop gegooid.

Volgens de OESO moet officiële ontwikkelingshulp aan de volgende drie criteria voldoen:
1. De hulp komt vanuit de officiële sector (officiële instanties, waaronder de staat en lokale overheden, of hun uitvoerende agentschappen).
2. De belangrijkste doelstelling is de bevordering van economische ontwikkeling en welzijn – dus niet het eigenbelang van de verlener.
3. De hulp wordt gegeven tegen gunstige financiële voorwaarden. Het gaat om een schenking of een ‘zachte’ lening. Een lening is zacht wanneer hij een schenkingsdeel heeft van minstens 25 procent.

Mythe 3: China steunt voornamelijk dictators/autocratische regimes EN
mythe 4: China gaat alleen maar naar landen die veel grondstoffen hebben

Mythe 3 en 4 zijn beide niet waar. Bijna alle Afrikaanse landen hebben een economische relatie met China. Dus zeker niet alleen de landen met autocratische regimes of veel grondstoffen. De enige landen waar geen geldstromen naartoe gaan, zijn de landen die Taiwan erkennen als onafhankelijke staat: Burkina Faso, São Tomé and Príncipe en Swaziland. Voor China – dat Taiwan nog steeds als onderdeel van China ziet – is er dan geen samenwerking mogelijk. De landen die Taiwan wel erkennen als een autonome staat, krijgen veel geld van Taiwan, omdat die hun als bondgenoot wil houden. Er zijn veel Afrikaanse landen gewisseld van Taiwan wel erkennen naar Taiwan niet erkennen, in de verwachting dat ze van China meer geld zouden krijgen dan van Taiwan. Erg pragmatisch gedacht.

Hoewel China op het moment met bijna alle Afrikaanse landen betrekkingen heeft, begon China’s hernieuwde inmenging in Afrika wel in meer autocratische landen. Hiervoor is een verklaring. Afrikaanse landen met een autocratisch regime werden vaak vermeden door westerse donoren en bedrijven. Voor China waren deze landen economisch zeer aantrekkelijk, omdat de concurrentie met westerse bedrijven daar niet zo groot was. Destijds waren de Chinezen nog niet economisch sterk genoeg om te concurreren met deze bedrijven, dus gingen ze ook naar de landen waar dit niet hoefde. Nu zijn ze dit wel en handelen ze dan ook met bijna elk Afrikaans land.

Mythe 5: China exporteert zijn gevangenen naar Afrika en dwingt hun daar te werken EN
mythe 6: China koopt grootschalig land op in Afrika zodat ze hun grote bevolking kunnen voeden

Deze twee mythes zijn grondig onderzocht door Chinees sprekende collega’s. Zij hebben langdurig veldwerk gedaan op plekken waar grootschalige landacquisities plaats zouden vinden en waar Chinese gevangenen zouden werken.  Wat betreft de gedwongen arbeiders is er nooit iets gevonden dat dit bewijst. Wat betreft de opkoping van het land zit er wel een kern van waarheid in, maar ook dit is zeker overtrokken. Er is vaak weinig tot niets met het land gebeurd, de contracten zijn nooit gematerialiseerd. Het gaat bovendien ook niet om grootschalige landaankopen. Chinezen kopen wel land op, maar zeker niet meer dan andere buitenlandse investeerders en ook niet met de motivatie hun eigen bevolking te voeden.

Volgens Hardus heeft Deborah Brautigam het debat over de mythes omtrent China in Afrika aangezwengeld met haar boek ‘The Dragon’s Gift’ en haar blog ‘The Real Story of China and Africa’. “Zij vond als eerste dat we aan meer genuanceerde berichtgeving moeten doen over China’s betrekkingen met Afrika. Er wordt zoveel onzin geschreven. Het lijkt soms net alsof China Afrika aan het overnemen is, wat niet het geval is.”

Beeld: Richard Stupart/Flickr
De Tazara-spoorweg, het grootste project dat China in Afrika heeft gefinancierd.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Tessa Moolenaar is freelance journalist en studeert Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief