Brandy produceren, in een islamitische land als Irak. Dat is waar de Nederlands-Iraakse christen Saad Yacoub sinds drie jaar aan werkt, samen met Bo van Elzakker van het Louis Bolk Instituut uit Driebergen.

Yacoub en Van Elzakker behoren tot een kleine groep Nederlandse zakenlieden die het aandurven om in Iraaks Koerdistan zaken te doen. Soms met kleine projecten, zoals Yacoub en Van Elzakker, soms met grote. Het is een beetje pionieren, want na jaren van isolatie en strijd is Iraaks Koerdistan een nieuwe markt.

Een markt die de buitenwereld vooral kent van de nieuwsberichten over aanslagen en geweld. In Irak laait het geweld weer op, soennieten verzetten zich tegen het bewind van de sjiitische regering in Bagdad. Maar dat geweld beperkt zich tot Irak. In de veilige, zelfstandige regio Koerdistan bedroeg de economische groei vorig jaar acht procent, met een budget voor 2013 van 13 miljard dollar. “Koerdistan is open voor zaken!”, is de boodschap.

[[{“fid”:”20715″,”view_mode”:”media_original”,”type”:”media”,”attributes”:{“height”:1327,”width”:925,”style”:”height: 280px; float: right; width: 195px;”,”class”:”media-element file-media-original”}}]]Of Babylon Brandy de markt gaat veroveren, hangt af van de christelijke druiventelers die Yacoub moet vinden en niet van de veiligheid. De productie bedraagt nu nog 1300 kruikjes per jaar, maar moet snel omhoog naar 5000. De twee Nederlanders overwegen ook arak te gaan produceren, maar dan is er een veel grotere fabriek nodig. Irak stond bekend om de beste arak, maar die wordt sinds 2003 niet meer geproduceerd. Yacoub begeleidt ook andere Nederlandse ondernemers die de stap naar Iraaks Koerdistan willen maken. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat zakendoen daar heel anders is dan in Nederland. “In Europa beginnen we met iemand te vertrouwen, waarna we worden teleurgesteld. In Irak vertrouwt men elkaar niet, daar verdien je vertrouwen.”

De problemen waar ze tegenaan lopen hebben deels te maken met de cultuur. Tijdens een congres in de Iraaks Koerdische hoofdstad Erbil werden onlangs enkele harde noten gekraakt. Het bankensysteem is ouderwets en sluit slecht aan op het digitaal bankieren. In Koerdistan gaat alles nog in cash. Vanwege corruptie en smokkel hebben velen er belang bij een paper trail te voorkomen.
Genoemd werden ook de slechte wegen die transporten vertragen en het gebrek aan communicatie door de overheid. “Regels worden zomaar gewijzigd. Dan sta je op het vliegveld en zijn er opeens nieuwe documenten nodig om je goederen binnen te kunnen halen. Dat kost tijd”, klaagde een ondernemer op het congres.

Dat houdt Brabander René Fijen niet af van zijn plannen om afgedankte GVB-stadsbussen een tweede leven te geven in Iraaks Koerdistan. Hij verkoopt er al verkeersdrempels en kattenogen, en krijgt bijval voor zijn plan voor buslijnen in Erbil en Sulaymaniya. In de eerste stad wordt binnenkort het contract getekend. Fijen levert de gereviseerde bussen en zorgt voor training, de overheid investeert in het aanpassen van de infrastructuur.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
@Adam-Mirani

Over de auteur

Judit Neurink (1957) is al meer dan dertig jaar journalist. Ze schrijft onder andere voor Trouw, De Standaard en internationale media. …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief