Wat zoeken bedrijven in Sierra Leone, Liberia en Guinee; de landen die zwaar getroffen zijn door de ebola-epidemie? En wat hebben Nederlandse bedrijven daar te bieden? Afgelopen week namen dertig bedrijven deel aan een handelsdelegatie naar deze West-Afrikaanse landen. Huub Ruël, lector International Business bij Hogeschool Windesheim was erbij.

Je bent net terug. Hoe was het om als onderzoeker mee te lopen met bedrijven?
“Ik moet er nog van bijkomen. Het was een bijzondere reis en heel intensief.  In vier dagen hebben we drie verschillende landen bezocht, of eigenlijk vier want we zijn ook in Ghana geweest. Ik ben de afgelopen vier dagen echt ondergedompeld. Voor mij als onderzoeker is het belangrijk om even de tijd te hebben om terug te kunnen kijken. Ik ben nog niet helemaal uit de puzzel. De minister wilde een politiek signaal geven om post-ebola landen niet economisch te isoleren en daar ook Nederlandse bedrijven aan te koppelen. Het was dus wel een ambitieus programma. Juist in deze landen heeft ebola er enorm ingehakt en je ziet dat ze er ontzettend op uit zijn om ‘back to business’ te gaan.  Ze hechten veel waarde aan de missie. Zo schoven Sierra Leone en Liberia de presidenten naar voren; het is bijzonder dat een staatshoofd een minister ontvangt. Volgens de Nederlandse overheid zijn we ook het eerste land dat met een overheid- en handelsdelegatie langs kwam.”

Juist in deze landen heeft ebola er enorm ingehakt en je zag dat ze er ontzettend op uit zijn om ‘back to business’ te gaan. 

Je was eerder behoorlijk kritisch over het nut van handelsmissies:  ‘Zoals ze nu vaak worden georganiseerd, leveren ze vrijwel nooit direct iets op en ontstijgen ze zelden het niveau van inspirerende en leuke reisjes. Er is een andere aanpak nodig.’ stelde je. Was dit een voorbeeld van zo’n ‘leuk reisje’ dat niet erg nuttig was?
“De intentie van dit soort reizen is uiteraard goed. Deze reis was ook een enorme logistieke uitdaging en dat is goed gedaan. De grote vraag is natuurlijk: wat gaat er uitkomen? De meeste bedrijven waren wel positief over kansen maar de follow-up is erg belangrijk. Bij de debriefing werd benadrukt dat de overheid voor bedrijven klaar staat om hen te ondersteunen. De minister gaf zelf al aan dat je eerst de context moet kennen voordat je tot resultaten komt. Het is dus nog te vroeg om te zeggen of het ook echt tot iets heeft geleid.”

Lukte het wel om met open vizier mee te gaan en waren de andere deelnemers niet huiverig om je als luis in de pels mee te nemen?
“Met open vizier gaan lukte zeker. Ik stond er heel open in. Ik ging daarnaast ook niet alleen als onderzoeker mee, maar ook om te kijken op welke manier we vanuit de Hogeschool Windesheim kunnen samenwerken met onderwijsinstellingen daar. Ik wilde bewust voorkomen dat ik een luis in de pels was. Tijdens de missie heb ik met iedereen gesproken maar ik weet natuurlijk niet precies hoe anderen naar mijn rol keken.” 

Wat merkte je van de ebola-uitbraak?
“Heel veel. Dat begon al in Nederland. Ik moest bijvoorbeeld eerst bij het College van Bestuur van Windesheim speciale toestemming krijgen om af te reizen. In West-Afrika moesten we overal waar we kwamen handen wassen en desinfecteren. Overal was desinfectiemiddel aanwezig. Het is daar nu ook verboden om handen te schudden. Je houdt je armen tegen je aan of bij een begroeting houdt je je hand tegen je borst. Je ziet het ook aan campagnemateriaal op straat. En ik heb met veel mensen gesproken: overal zit de angst ontzettend diep.”

De gezondheidszorg is nog niet op orde. Hoe kijken bedrijven daar tegen aan?  Is dat een obstakel om zaken te doen?
“Voor de bedrijven die nu zijn meegegaan leek dat niet zo te spelen. Alle bedrijven die deelnamen waren al actief in Afrika en sommige ook in West-Afrika. Ik had niet het idee dat zij het als een belemmering zagen. Verschillende bedrijven die zich op gezondheid richten zagen het juist ook als kans. Zoals een bedrijf dat vloeibare zuivere zuurstof levert, een bedrijf dat mobiele ziekenhuizen opzet en een andere bedrijf, Meduprof-s, dat mensen in de gezondheidszorg opleidt."

"Ik ga zelf ook proberen om iets op te zetten. Sierra Leone, Liberia en Guinee hebben een superjonge bevolking en een hoge werkloosheid. Terwijl ze ook zitten te springen om ‘skills’. Het ministerie van onderwijs schreeuwt om beroepsopleidingen. Een havenbedrijf als Van Oord gaat zelf mensen opleiden omdat ze daar niet genoeg geschoold personeel kunnen vinden. Ik zie allerlei aanknopingspunten om vanuit de hogeschool samen met onder meer meduprof-s mensen te trainen. Een combinatie van profit en non-profit is daarbij ideaal.”

Een havenbedrijf ziet gewoon kansen. Ik heb daar zelf ook geen moeite mee.

Hadden de bedrijven ook oog voor maatschappelijk verantwoord ondernemen?
“Een belangrijk thema van de missie was ‘inclusive economic growth’ en het stimuleren van MVO. In de voorbereiding zijn de OESO-richtlijnen voor ondernemingen voorbij gekomen met aandacht voor mensrechten, arbeidsvoorwaarden, goed gezondheidzorg voor werknemers, et cetera. Dat zit allemaal wel in de agenda van Ploumen verwerkt. Maar als je naar de bedrijven zelf kijkt dan speelt dat lang niet overal een rol. Een havenbedrijf ziet gewoon kansen. Ik heb daar zelf ook geen moeite mee. Zo’n haven moet gewoon echt ontwikkeld worden, dat is heel belangrijk voor een land. Een ander bedrijf, Holland Shipyards, is in Sierra Leone, puur ideëel een school aan het bouwen. De eigenaar zag dat daar een behoefte was en hij gaf al aan dat de volgende stap is om leraren te werven. Die komen er anders niet.“

Je hebt vast dingen gezien die beter kunnen. Heb je al aanbevelingen voor de Nederlandse overheid of voor bedrijven?
“Een goede voorbereiding is heel belangrijk. Neem de tijd om van te voren goed te bekijken wie je wilt spreken. Sommige bedrijven hadden dat goed gedaan maar anderen hadden dat een beetje verwaarloosd en bijvoorbeeld niet goed naar matchmaking gekeken. Dan kom je er ter plekke achter dat je veel kansen mist.

Je wisselt wat kaartjes uit en je spreekt elkaar heel kort. Nu komt het aan op uitwerken.

Verder is het interessant dat Ploumen hulp aan handel koppelt. Politiek en bedrijfsleven gaan vaak samen,  dus dat is goed. Maar als je naar de de invulling van het programma kijkt, dan is dat ook heel ceremonieel. Er zitten ook ondernemers bij die gewoon met bedrijven en ministeries om tafel willen zitten. Deze reis zat ook eigenlijk te vol en de tijd om contacten te leggen was heel kort. Zo zijn we een halve dag in Guinee geweest en hebben daar het protocol afgewerkt, een ontvangst met de president gehad en een sessie van een uur waarbij bedrijven contacten konden leggen. Je wisselt wat kaartjes uit en je spreekt elkaar heel kort. Nu komt het aan op uitwerken. Je zoekt natuurlijk naar een heilige graal bij dit soort missies, maar ik weet ook wel dat het in de praktijk altijd anders loopt.

Er was verder geen enkel bedrijf dat geen ervaring in Afrika had. Ik weet dat voor veel ondernemingen die niet in Afrika actief zijn, het niet in hun hoofd opkomt om in Afrika te investeren. Dat is gewoon een brug te ver. Er is daar ontzettend veel behoefte aan investeringen in de economie en er zijn ook veel kansen voor bedrijven. Natuurlijk moet je er wel veel tijd en energie in steken maar zakendoen kan ook veel makkelijker gaan dan sommige bedrijven denken. Het zou interessant zijn om nieuwe groepen aan te boren.” 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Edith van Ewijk is senior onderzoeker bij Kaleidos Research, onderdeel van stichting NCDO.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief