Het is 36 graden in de ochtendzon voor ons hotel net buiten de Zuid-Turkse stad Gaziantep. Naast mij op de stoep zit Martina Sedlakova (27). De Tjechische met kort bruin haar en ik turen langs de weg naar het zuiden. De lucht boven het asfalt trilt van de hitte.

Enkele tientallen kilometers verderop begint de hel op aarde: Syrië. Daarvandaan is een groep jongeren onderweg onze kant op, omdat wij hebben gezegd dat we ze gaan helpen.

Twee maanden eerder ontving ik in Amsterdam een e-mail met de uitnodiging les te geven aan een zomercursus voor Syrische studenten. Ik veerde op: dit was een kans íets te doen.

 

Talenten ontwikkelen
Spark ontwikkelt hoger onderwijs en ondernemerschap in post-conflictgebieden als Libië, Kosovo en Rwanda. Spark richt zich op getalenteerde en ambitieuze jongeren die hun door conflict gehavende land weer naar een welvarender en vreedzamer toekomst kunnen leiden.

Op de fiets naar het kantoor van de Nederlandse organisatie Spark, die de zomercursus organiseert, slaat de twijfel toe. Zitten Syrische studenten wel te wachten op westerse docenten en hun goede bedoelingen?

Ik moet denken aan mijn eerdere onderwijservaringen in Kosovo, waar Servische en Albanese studenten niet alleen elkaar niet vertrouwden, maar ook míj niet. ‘Jij bent Nederlander, dus van de NAVO en die heeft Belgrado gebombardeerd’.

Na kort overleg hierover vraagt Spark-medewerker Martina Sedlakova: “Wil jij een programma samenstellen waardoor de studenten elkaar én ons leren vertrouwen?”

 

DAG 1: DE AANKOMST
Martina’s telefoon rinkelt. Vier studenten uit Dara’a, een zuidelijke stad in Syrië, zijn op roadblocks van het regeringsleger gestuit. “Probeer een chauffeur te ritselen die je naar Jordanië brengt en vlieg van daar naar Turkije”, stelt Martina voor in het Arabisch.

In totaal zijn bijna dertig studenten uit verschillende delen van Syrië op weg naar de Turkse grens. Sommige volgen al meer dan twee jaar geen onderwijs meer, omdat studenten die de opstand steunen door de regering de toegang tot universiteiten is ontzegd. Een deel van hen is actief geworden als vreedzaam activist.

Ze coördineren noodhulp, doen aan wederopbouw, of runnen onafhankelijke mediacentra. Speciaal voor deze actieve groep organiseert Spark cursussen om hen in deze activiteiten te ondersteunen.

Weer gaat Martina’s telefoon. Een groepje uit het noordoostelijke Al-Raqqah is vastgelopen, de grensovergang met Turkije blijkt gesloten. Martina kijkt met een diepe frons in haar voorhoofd de weg af.

“Wat als er uiteindelijk niemand komt, Martijn?”

‘Een studente arriveert per taxi. Aala Orfali (29) werkt sinds twee jaar voor het Arabische Rode Kruis in Aleppo. Nadat vele dode en gewonde lichamen door haar handen waren gegaan, ‘sloeg ze op tilt’. Nu is ze in Turkije om tot rust te komen. Ze voelt zich schuldig dat ze veilig is en haar familie en collega’s in de oorlog heeft achter gelaten.

“Ik wil zo snel mogelijk terug.”

{C}[[{“fid”:”21584″,”view_mode”:”default”,”type”:”media”,”attributes”:{“height”:629,”width”:596,”style”:”width: 250px; height: 264px; margin: 10px; float: left; “,”class”:”media-element file-default”}}]]
In de loop van de avond druppelen meer studenten het hotel binnen. Maar van het groepje uit Al-Raqqah geen woord. Dan, in het duister van de nacht, komt een taxibusje voorrijden. Zes vermoeide lichamen stappen uit. Een vrouw met een klein kind sluit de rij.

Het groepje uit Al-Raqqah is onder het prikkeldraad door gekropen en al bukkend de tientallen meters niemandsland tussen Turkije en Syrië door gerend. Turkse grenswachten hebben schoten afgevuurd. Gericht of in de lucht, dat was niet duidelijk. Nu staan de cursisten moe, maar met een voorzichtige glimlach voor ons.

Terwijl ik reistassen aanpak en flesjes mineraalwater uit een automaat trek, bedenk ik hoeveel de studenten op het spel hebben gezet om hier te komen. Nu maar hopen dat wij het kunnen waarmaken. 

Tegen drie uur ‘s nachts is iedereen gearriveerd. De groep bestaat uit iets meer mannen dan vrouwen, de meeste soennitische moslims, enkele christenen, Koerden en zelfs een alawietische (net als president Assad).

Geslapen wordt er nog niet. Overal in de lobby lichten laptopschermen op. De laatste nieuwtjes van het front worden verzameld en gedeeld. Hoe is het met de familie, met de voedselvoorraden, wordt de wijk nog door de rebellen gecontroleerd of toch weer door het regeringsleger?

De meeste studenten zijn voor het eerst van hun leven buiten Syrië. 

DAG 2a: ‘WE BREKEN HET REGIME VAN MARTINA!’
Zondagavond is er een welkomstdiner georganiseerd. Maar tot ontsteltenis van Martina wil de helft van de studenten liever de stad in: winkelen en naar de McDonald’s. Zingend vertrekt de groep uit het zicht.

Tijdens het diner met de overgebleven studenten hoor ik over dode en gewonde familieleden, martelingen en andere verschrikkingen. Ik voel tranen opwellen. Dan zegt Aala met een zorgzame glimlach: “We moeten je niet alles vertellen, straks zit je te huilen.”

In de bus terug naar het hotel zingen de studenten luid rebellenliedjes. “We breken het regime van Assad!”, vertaalt Martina voor mij.

Dan roept Martina om dat iedereen ’s ochtends vroeg om kwart voor acht buiten het hotel moet klaarstaan om de bus naar de universiteitscampus te nemen. Weer zetten de studenten een lied in. Martina kijkt met grote ogen in het rond. Wat zingen ze?, vraag ik.

“We breken het regime van Martina!”

DAG 2b: ‘SPION VAN ASSAD’
Na het diner tref ik Aala bij de bushalte met een briefje van vijftig dollar in haar hand. Martina heeft haar geadviseerd te stoppen met de zomeruniversiteit. Voor haar werk bij het Rode Kruis is neutraliteit belangrijk. Als de regering ontdekt dat ze deelnam aan een evenement voor de oppositie, loopt ze gevaar.

Maar Aala vertelt dat ze vooral naar huis gaat omdat ze geïntimideerd is door twee studenten uit Al-Raqqah. “Als je niet vóór ons bent, ben je tégen ons”, zouden die hebben gezegd.

“Wil je blijven?”, vraag ik. Ze zegt ja.

De adrenaline stroomt door mijn aderen als ik Martina in de lobby zie praten met studenten uit Al-Raqqah. Als dit de generatie is die straks het land weer moet opbouwen, wat als zíj nu al niet met elkaar door een deur kunnen?

Het blijkt dat Martina door studenten uit het Al-Raqqah-groepje is geadviseerd Aala naar huis te sturen. Aala voelt zich geïntimideerd, zeg ik tegen Martina. “Als we haar naar huis sturen, is de zomeruniversiteit bij voorbaat mislukt.”

Het is mijn opdracht vertrouwen te kweken. Ik vraag de studenten of ze de groep willen zijn die anders denkenden opneemt, of de groep die anders denkenden verstoot.

“Maar ze zou een spion van Assad kunnen zijn”, antwoorden de studenten.

Martina besluit dat Aala mag blijven en iedereen probeert weer vriendelijk naar elkaar te lachen. Die nacht schrijf ik in een mail aan een vriend dat het geen snoepreisje gaat worden.

DAG 3: ‘IN 2035 BEN IK EEN MARTELAAR IN DE HEMEL’
Ik vraag de studenten hun ogen te sluiten en een foto van zichzelf te beschrijven in het jaar 2035. De meeste studenten delen hun zoetste dromen: waarin de revolutie tegen Assad is geslaagd, Syrië een democratie is en de mensen gelukkig zijn.

Dan is Koila (25) aan de beurt: “Het is 2035 en ik ben martelaar in de hemel”, zegt ze met een kalme stem, een lichte glimlach om haar lippen gekruld.

“Ik heb al mijn dromen op aarde vervuld.”

Als mijn tolk Samir dit vertaalt, schrik ik. Snel geef ik de beurt aan de jongen naast haar. Tot mijn opluchting is hij in 2035 surfleraar aan de Middellandse-Zeekust en heeft hij drie kinderen.

Terug in het hotel zie ik overal Skype-en Facebookschermen. Het is één uur ’s nachts.

Ik heb zin in een biertje, maar durf het niet aan tussen de moslims. Dan zie ik Asu, een rustige jongen met groot postuur, met een plastic tas vol flesjes naar zijn hotelkamer lopen. Onze blikken kruisen en Asu knikt uitnodigend.

 

 

 [[{“fid”:”21583″,”view_mode”:”default”,”type”:”media”,”attributes”:{“height”:342,”width”:262,”style”:”width: 150px; height: 196px; “,”class”:”media-element file-default”}}]]
Kinana Haider(24) studeerde natuurkunde. Zij is sjiitische, net als president Assad. Als haar oom hoort dat Kinana de revolutie steunt, stuurt hij een knokploeg. “Ze sloegen me met stokken.”

Kinana is getrouwd met een soennitische moslim uit het anti-Assadkamp. Toen haar neef, soldaat van het regime, vermoord werd door rebellen en Kinana met haar echtgenoot de begrafenis wilde bezoeken, werd ze door haar familie weggejaagd.

Televisie
Kinana heeft een tweelingbroer met wie ze altijd optrok. De oorlog dreef hen uit elkaar.  “Nu is hij met Assad, ik heb hem al twee jaar niet meer gezien.”
Kinana weet niet met wie of waar in Syrië ze kan verwachten veilig te zijn. Ze duikt regelmatig onder in een katholieke kerk in Aleppo. Kinana lacht veel, is spontaan en blijft optimistisch:  “Ik wil later mijn eigen programma op televisie.”

 

 

Even later zitten we op zijn hotelbed. Asu’s ogen, klein van  het slaaptekort, staan triest. “Ik kom uit het Noordoosten, bevrijd gebied. Daarom worden we door de gevechtsvliegtuigen van Assad gebombardeerd.  We kunnen er niets tegen doen en de rebellen hebben geen wapens tegen vliegtuigen”, zegt hij.

“Elke avond slapen we in de badkamer, die heeft vier stenen muren.”

Na een korte stilte vraagt Asu welke zanger ik goed vind. “Ik houd van Michael Bolton”, zegt hij met een ernstige glimlach, en zoekt een liedje van de zanger op zijn computer. We luisteren zwijgend. Als het liedje voorbij is zegt Asu met dezelfde rustige stem.

“Ik heb vrienden met mijn handen begraven.”

DAG 4: ‘IK VERGAT WIE IK ZELF WAS’
Ik wil de studenten ervan bewust maken hoe groepsdenken vrije keuze in de weg kan zitten. Ik plak bij iedereen een gekleurd stickertje op de slaap. 32 studenten, zes kleuren.

Ik vraag de studenten zich te organiseren op een manier die ze het meest prettig vinden. Maar zonder te spreken.

Na veel heen en weer geschuif vormen de groepjes zich op kleur.  Maar één studente staat er verloren bij, alleen, midden in de zaal. Het is Koila, de studente die zich martelaar droomt in 2035. Dan zie ik dat het witte stickertje van haar hoofddoek is afgegleden.

‘O mijn god, niet zij!’, denk ik. Ik bied omslachtig mijn excuses aan. Ik speur naar emotie, kwetsbaarheid, maar ze lacht weer die onaantastbare lach.

Hoe hebben de rest van de studenten de oefening aangepakt? Een Koerdische studente vertelt dat ze de mensen bij elkaar had gezocht die ze het leukst vond. Maar kort daarna vertrokken mensen, of werden opgehaald door kleurgenoten.

Hoe voelen mensen zich die tot nu toe niet met elkaar spraken maar nu ineens dicht opeen staan in een kunstmatig groepje? “Prima”, is het antwoord. Ik kom er niet achter of de opzet van de oefening geslaagd is. Dan merkt een jongen op dat hij vooral andere studenten is gaan helpen. “Ik vergat te ontdekken wie ik zelf was.”

DAG 5: ‘VOLGENS MIJ ZITTEN JULLIE ANDERS IN ELKAAR’
Elke avond voltrekt zich een ritueel op een grasveldje naast het hotel. Studenten komen bij elkaar en zingen revolutieliederen, begeleid door trommels. Steeds meer studenten sluiten zich aan en zingen en dansen mee, of roken shisha (waterpijp).

Er wordt veel gelachen, soms gehuild. Meer nog dan tegen Assad wordt er gezongen over Syrië, dat wordt aangesproken als een persoon die dicht bij de studenten lijkt te staan. “Volgens mij zitten jullie westerlingen anders in elkaar. Wij Syriërs identificeren ons heel sterk met ons land”, zegt tolk Samir.

“Onze identiteit en die van Syrië zien wij als één. Daarom is het voor ons zo moeilijk ons land te verlaten, hoe gevaarlijk het er ook is.”

Op het moment van publicatie van deze reportage zijn twee studenten uit Al-Raqqah ontvoerd door jihadisten en is de vader van een van de studenten vermoord.

 

DAG 6: ‘DEZE NIEUWE VRIJHEID PAKT NIEMAND ONS MEER AF’
Tijdens het afsluitend diner worden de diploma’s uitgereikt. Daarna is het tijd voor groepsfoto’s. Tot mijn verbazing wil het groepje uit Al-Raqqah en zelfs Koila, die de hele week op afstand is gebleven, met mij op de kiek.

Ik ben bekaf en emotioneel: we zijn bij elkaar gebleven. Misschien was dat wel de grootste bijdrage van deze zomercursus.

De studenten gaan straks weer terug naar Syrië, waar alles stuk gaat. En ik kan mij in Amsterdam weer druk gaan maken over een lekke fietsband. Toch is er bij de jonge Syriërs ook optimisme. “Wij zijn de eerste generatie in veertig jaar die aan het bedenken is in wat voor een land we willen leven”, zegt Aala.

“Onze ouders en hun ouders moesten zo lang zwijgen dat ze verleerd zijn een droom na te streven. Wij doen dat nu en onze dromen pakt niemand ons meer af.”

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Martijn van Tol is freelance journalist met een oog voor verhalen in de rafelranden ver weg of dichtbij. Op dit moment maakt Martijn …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier