Zodra de delegatie binnenwandelt wordt het stil in de zaal en gaan alle mensen staan. Het Filipijnse meisje naast me fluistert: “Filipijnen hebben een enorm hechte community, we zijn ook erg hecht met de ambassade hier in Den Haag en de mensen hebben veel respect voor deze vicepresident.” Het meisje (dat haar naam liever niet zegt), studeert aan de ISS. Jejomar Binay vertelt over migratie vanuit de Filipijnen: “In 1947 kwam de eerste Filipijnse dame naar Nederland om te gaan werken als verpleegster. Zij trouwde met een Nederlander. Vele vrouwen volgden en vonden banen in grote steden zoals Den Haag, Rotterdam, Leiden, en Utrecht. Ze konden aan de slag als verpleegster, au-pair, ingenieurs, computer ingenieurs of werden werknemers van internationale organisaties.” Dat er na deze dame nog velen volgden is duidelijk, de migranten vertrokken al snel naar verschillende Westerse landen. Eén tiende van de Filipijnse bevolking is inmiddels geëmigreerd. De meesten vertrokken richting Noord-Amerika, op de tweede plaats staat Saoedi-Arabië en de derde in rij is Canada.

Uit nood emigreren
Het aantal arbeidsmigranten uit de Filipijnen is enorm, in 2004 lag dit aantal op 8,1 miljoen Filipijnen, dit is zo’n tien procent van de bevolking. Er is zelfs een speciale benaming voor deze mensen, namelijk de OFW’s (Overseas Filipino Workers). Sommigen blijven voor een bepaalde periode in het buitenland, anderen vestigen zich hier permanent. Het ‘goud’ dat ze in Westerse landen kunnen verdienen wordt voor een groot gedeelte teruggestuurd naar familie in de Filipijnen. Zo ontstaan er grote verschillen tussen de inwoners van het land. Hoewel het grootste gedeelte  van de bevolking niets te besteden heeft, zijn anderen voorzien van de nieuwste mobieltjes door geld van hun familie in Europa of Noord-Amerika. “Dit vormt problemen”, zegt iemand uit de zaal tijdens de lezing. “We moeten grote bedragen afgeven aan bedrijven als Western Union.” “Dat gaat veranderen”, reageert Jejomar.

“We gaan een bank oprichten speciaal voor dit deel van de bevolking zodat er geen geld meer verloren zal gaan tijdens de verzending.” Het publiek reageert aanmoedigend met een hevig applaus. Voor de Filipijnen is het geld dat op deze manier het land binnenstroomt een substantieel deel van de economie.

Goedkope arbeidskrachten
Waarom verlaten eigenlijk zoveel Filipijnen het land? De voornaamste reden is werk. Dit begon al in de jaren 70, toen Filipijnen werden gebruikt als goedkope arbeidskrachten in Westerse landen. Hier is een speciaal programma voor opgezet door de president in die tijd: Ferdinand Marcos. Dit was op dat moment een oplossing voor de grote werkloosheid die er heerste. Het geld dat te verdienen viel in de Westerse landen was voor de Filipijnen de jackpot. Steeds meer inwoners besloten daarom het land te verlaten. Er zitten ook veel nadelen verbonden aan de wil van Filipijnen om te vertrekken. Er ontstaat mensenhandel, prostitutie en soms worden de migranten misbruikt door slechte arbeidsomstandigheden. De reden dat er zo veel migranten komen vanuit de Filipijnen, is dat het land veel armoede kent. Ook is de economische ongelijkheid groot. Volgens de NSCB (National Statistical Coordination Board) leefde in 2006 27 procent van de gezinnen onder de armoedegrens.

Het wordt beter
Volgens Jejomar zullen de slechte arbeidsomstandigheden verbeteren: “We hebben een verdrag getekend met de Verenigde Naties, zo zullen de werknemers echt krijgen wat ze verdienen. Ook is de nieuwe generatie beter geschoold, dit zorgt er voor dat er minder gebroken families zullen zijn in de toekomst. Zodra de economie beter wordt, kunnen migranten terugkeren”, zegt Jejomar. “Ook zijn er steeds meer coöperaties tegen mensenhandel.” Niet iedereen verlaat het Aziatische land vanwege economische overwegingen. Een man uit het publiek durft zijn hand op te steken om te vragen of hij als homoseksueel ook zou kunnen terugkeren naar de Filipijnen en misschien zelfs wel zou kunnen trouwen met zijn vriend. Jejomar Binay antwoordt hierop: “Ik denk dat je zelf wel weet hoe de Filipijnse cultuur in elkaar steekt en ik denk dat een wet waarin het homohuwelijk legaal is, niet mogelijk is in onze cultuur. Maar ik zal het thuis nog even met mijn vrouw bespreken”, grapt hij.

Foto: Piet Gispen

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Merel Hendriks is journalist en politicoloog en schrijft freelance voor OneWorld. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief