Ja, hij is cynisch geworden over het egoïsme van de westerse wereld, het gebrek aan medeleven en het uitblijven van echte actie. De enige echte vraag die we volgens misdaadverslaggever Peter R. de Vries zouden moeten stellen over ontwikkelingssamenwerking is: hoe kunnen we méér doen?

Als in Nederland op sommige baanvakken de maximumsnelheid met 10 kilometer tot 130 kilometer per uur wordt verhoogd, ontstaat daarover een groot debat in de Tweede Kamer, gevolgd door een maatschappelijke discussie. Er is uitgerekend dat deze snelheidsverhoging 4 tot 6 verkeersdoden meer per jaar zal opleveren. Een Kamermeerderheid stelt daarom dat er pas groen licht komt als de wegen zijn aangepast, eerder niet. ‘We moeten onze verantwoordelijkheid nemen’, klonk het plechtig. Ik wil op zich niks afdingen op de motieven om voor 4 tot 6 – vooralsnog virtuele – doden per jaar op de barricaden te klimmen, maar ik wil wel opmerken dat het mij verbaast dat deze politici nooit een Kamerdebat beginnen over het feit dat een stukje buiten hun gezichtsveld  zo’n 1000 kinderen per uur (ja, u leest het goed!) omkomen omdat ze geen schoon water, een kommetje rijst, malariapillen of andere eenvoudige medische voorzieningen hebben. 

Wij praten in Nederland graag en bewogen over Mauro, een eenling, een individu, als deze jongen mogelijk terug moet naar zijn geboorteland.  Daar staan de kranten vol mee, talkshows gaan er twee weken lang elke avond over, maar dat er hele volken onnodig bijna creperen, nee, sorry, dat is niet echt interessant. Als we het al over ontwikkelingshulp hebben, dan toch vooral over de mogelijkheid om er op te bezuinigen en als het even kan (de PVV) die af te schaffen. We hebben het al druk genoeg met de ‘armoede’ in ons eigen land, zeggen velen gemeend.

In het licht van het bovenstaande was het verheugend dat OneWorld een discussie over aard en omvang van de ontwikkelingshulp wilde starten. Maar toen mij per mail werd gevraagd of ik een keuze uit de vier stellingen wilde maken, leidde dat na lezing tot een diepe frons. Het spijt me dat ik het zeggen moet, maar ik worstelde me er doorheen. Goed bedoeld allemaal, maar wat moet ik met vragen als: ‘Wat is het nut van maatschappelijk middenveld/ontwikkelingsorganisaties?’ Het gaf me een trekken-aan-een-dood-paard-gevoel. Natuurlijk, het is allemaal erg belangrijk. Maar eerlijk gezegd vind ik dat dit soort discussies in ons veilige Nederland langs de essentie heen gaan. Oeverloos overleg, blabla, ambtenarenjargon, voor gewone mensen niet te volgen. Als ik in de mail aan mij dan ook nog lees dat de geplande start van dit OneWorld-initiatief een paar weken is ‘opgeschort’ door ‘vertraging bij BUZA’, dan voel ik de ergernis en frustratie opborrelen. Hangt alles weer af van de ambtenaren van BUZA? Kom op zeg! Hoe wil je ooit iets voor elkaar krijgen als dit soort lui de regie bepaalt? Het geeft aan hoe ver we van de werkelijkheid zijn afgedwaald.

Ja, ik geef het toe, ik ben in de loop der jaren cynisch geworden over dit vraagstuk. Cynisch over het grenzeloze egoïsme van de westerse wereld, het beperkte blikveld van publiciteitsgeile politici, het uitblijven van echte actie, het gebrek aan medeleven. Over ontwikkelingshulp, over noodhulp, zouden geen maatschappelijke discussies nodig moeten zijn. De enige echte vraag die gesteld moet worden is: hoe kunnen we méér doen?! Het is van een eenvoudige vanzelfsprekendheid dat je andere, hulpbehoevende mensen te eten en te drinken geeft, onderdak verleent of simpele medicijnen verstrekt. Maar dat gewortelde besef ontbreekt. Soms denk ik weleens dat we eerst zelf weer eens een watersnoodramp, een oorlog of een epidemie nodig hebben om te beseffen hoe fijn het is als je door anderen wordt gered, geholpen of opgevangen. Dat gevoel zijn we kwijt. En misschien veroorzaakt dat wel de grootste armoe op deze wereld.

En het is wellicht ook veelzeggend dat ik er niet bepaald zeker van ben dat deze column gepubliceerd gaat worden, want de ‘ambtenaren van BUZA’ zullen waarschijnlijk zeggen dat-ie niet binnen de criteria valt. En zo blijft alles als het is.

Peter R. de Vries is misdaadverslaggever en ambassadeur van de Stichting Meet Kate. Zijn dochter Kelly – initiatiefneemster van Meet Kate – zet zich in voor kinderen in Ghana.
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief