In een land dat iedereen kent van bommen en ontvoeringen, toch zakenmensen binnenhalen en begeleiden. Dat is de ingewikkelde taak die de Nederlandse ambassadeur in Irak, Harry Molenaar (61) een jaar lang heeft uitgevoerd. Deze maand vertrekt hij als “de oudste chef die boven de winkel woont”, zoals hij grapt.

De veiligheidssituatie dicteert dat de ambassadeur in Bagdad geen eigen residentie heeft, maar inwoont in de ambassade die in de Groene Zone is gevestigd en bewaakt wordt door Nederlandse marechaussee. Er zijn plannen om dat te veranderen, maar voor Molenaar komt dat te laat. Het beperkte zijn bewegingsvrijheid, en de mogelijkheden om Nederlanders in nood te hulp te schieten.

Dat bleek onlangs, toen de Iraakse-Nederlands coach van Karbala FC ernstig gewond raakte, en zijn familie hulp zocht om hem het land uit te krijgen. De ambassade moest zich beperken tot diplomatieke hulp, wat leidde tot een excuusbrief van de Iraakse premier Maliki aan de familie, maar de coach overleed aan zijn hoofdwonden in het slecht geoutilleerde ziekenhuis van Karbala.

“Het is een atypisch geval”, zegt Molenaar, “want het geweld richt zich hier niet op buitenlanders.” Toch verlaat hij Irak op een moment dat het geweld toeneemt, tussen soennieten die ontevreden zijn over de sjiitische overheid, en sjiieten.

Het Nederlandse reisadvies raadt niet-essentiële reizen naar Irak af, maar dat houdt zakenlieden niet tegen. Grote bedrijven als Philips Medical, Shell en Boskalis zijn allang aan het werk, en Molenaar verhaalt over een bedrijf dat bloemen aan de overheid in Bagdad levert. “We kunnen zakenlieden adviseren over de veiligheidssituatie, en de maatregelen die nodig zijn. Als we weten dat de veiligheidssituatie slecht is en we ter plekke niet kunnen helpen, raden we reizen af, maar we verbieden niets.”

Nederland heeft Irak juist focusland gemaakt, vanwege de mogelijkheden voor ondernemers op het gebied van landbouw, infrastructuur, water en energie. Nederland heeft dat ook nodig, benadrukt Molenaar: “We hebben een krimpende economie en dat zou nog veel erger zijn als we geen zaken deden in het buitenland. We hebben een moeilijke markt als Irak gewoon nodig.”

Dat het moeilijk is, ontkent hij niet. Juist daarom is in Erbil, de hoofdstad van de veilige Koerdische regio, een liaisonkantoor geopend dat zakenlieden van adviezen en contacten voorziet, en zelfs meegaat op bezoek bij Koerdische ministers. Voor Koerdistan, waar al jaren geen aanslagen meer gepleegd zijn, gelden geen veiligheidsbeperkingen, en is het reisadvies soepeler.

Molenaar investeerde in het smeden van goede banden met de Iraakse overheid. Daardoor werd de import mogelijk van rood vlees en levende dieren met een Nederlands gezondheidscertificaat. Daarnaast kon de Nederlandse Rekenkamer de Iraakse komen helpen met de modernisering, en adviseerde de Nederlandse Bank de Iraakse over beleggingen.

Tot droefheid van de Irakezen geeft Nederland in Irak geen toeristenvisa af. Door de kleine bezetting kan de ambassade niet alle service verlenen die elders gebruikelijk is. Molenaar wil wel meer doen voor Iraakse zakenpartners van Nederlandse bedrijven. “We kijken hoe we de visumprocedure voor hen kunnen verbeteren, bijvoorbeeld door die uit te besteden, zoals de Britten ook doen.”

Een van de ingewikkeldste onderdelen van zijn werk noemt Molenaar de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. Minister Fred Teeven van Migratie keerde onlangs met lege handen terug naar Nederland, want Irak bevestigde dat het alleen mensen opneemt die vrijwillig terugkeren. Het land zit toch al zijn maag met de tienduizenden remigranten die het land veilig genoeg vinden, en werk en woningen behoeven.

Tot eind 2011 werkte de Iraakse overheid mee aan gedwongen terugkeer. Het betrof ongeveer 200 personen op jaarbasis, zegt Molenaar, die wijst op het feit dat in Irak het foutieve beeld bestaat dat Nederland Irakezen in tenten stopt en grote groepen uitzet. “Uitgangspunt blijft vrijwillige terugkeer”, benadrukt hij, “met in laatste instantie gedwongen terugkeer van verantwoorde aantallen afgewezenen.”

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
@Adam-Mirani

Over de auteur

Judit Neurink (1957) is al meer dan dertig jaar journalist. Ze schrijft onder andere voor Trouw, De Standaard en internationale media. …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief