Voor de kale vlakte in Dhaka, Bangladesh, waar het textielfabrieksgebouw Rana Plaza stond totdat het dit voorjaar instortte, hebben nabestaanden en overlevenden vanochtend om 11 uur een sit-in gehouden. Vakbondsleider Amirul Haque Amin: "We blijven om compensatie vragen."

"Direct na de ramp hebben mensen uit verschillende hoeken wel wat geld gekregen, van hulporganisaties en ook bijvoorbeeld van Primark (Ierse textielprijsvechter – red.)", vertelt  Amirul Haque Amin van de National Garment Workers Federation (NGWF) over de telefoon vanuit Dhaka. "Maar dat is bij lange na niet genoeg voor de nabestaanden van de 1135 doden en voor de mensen die gewond zijn geraakt."

Geen compensatie
Vandaag vragen honderd nabestaanden, honderd overlevenden en een aantal vakbondsmensen aandacht voor het feit dat het een half jaar geleden is dat op 24 april het acht verdiepingen tellende fabrieksgebouw Rana Plaza instortte, en dat er van een serieuze compensatie voor het geleden leed geen sprake is. Bij de ramp kwamen ruim elfhonderd mensen om het leven en raakten 1500 mensen gewond.

Schoolgaande kinderen
Voorman Amin somt op wat zijn en andere vakbonden aan compensatie verlangen. Voor een dodelijk slachtoffer zouden nabestaanden 2,8 miljoen Taka (ca. 26.000 euro) moeten krijgen. En iedere gewonde zou, afhankelijk van de ernst van zijn verwondingen, in ieder geval een minimumbedrag van een half miljoen Taka (4700 euro) moeten ontvangen. Bij de vergoedingen moet rekening worden gehouden met o.a. inkomstenderving, inflatie en met kosten van schoolgaande kinderen. "En dan hebben we het nog niet over medische verzorging en geestelijke bijstand."

In ieders gedachten
"De ramp is nog in ieders gedachten", vertelt Amin. "Dat helpt om onze eisen kracht bij te zetten." Hij ziet wel dat er serieuze initiatieven worden genomen, zoals het National Tripartite Plan. Dat werd opgesteld na een eerdere ernstige ramp: in de Tazreenfabriek, waarbij 112 mensen omkwamen in november 2012. Uit dat plan kwam het Accord on Fire and Safety Building voort, een bindende afspraak over brandveiligheidsmaatregelen dat tot nog toe maar door een deel van de modemerken is ondertekend. Ook het gisteren gelanceerde Better Work Bangladesh, een driejarig verbeteringsprogramma van internationale arbeidersorganisatie ILO en de International Finance Corporation (IFC), zou voor verbetering moeten gaan zorgen in de zo belangrijke Bengaalse textielsector, waar rond de 18 miljard euro in omgaat. Amin: "Maar het moet sneller, en er moet meer inzet komen van regering en zakenmensen."

Campagne
De sit-in van vanochtend voor Rana Plaza is onderdeel van een campagne die vakbond NGWF sinds 'Rana Plaza' voert. Amin: "Wij gaan door totdat de werkomstandigheden beter zijn geworden en de mensen voldoende compensatie hebben gekregen."
Bij acties als deze komt in Bangladesh de politie steevast kijken. Maar Amin zegt dat de demonstranten niets te vrezen te hebben. "Dit is een vreedzame bijeenkomst."

Foto: Jaber Al Nahian, Weronika

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
annemiek huijerman

Over de auteur

Journalist, leest en schrijft graag over Zuid-Azië en het Midden-Oosten, en volgt de internationale kledingindustrie.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief