Dit artikel maakt deel uit van de serie ‘2015: The future we want’ die OneWorld in 2013 initieerde.    

Veel waterprojecten van ontwikkelingsorganisaties falen. Douwe van Loenen en Koen van Bremen leggen uit waarom. "Voor het slagen van projecten in Afrika is meer nodig dan een technisch goed project."

Anderhalf uur doet Susan Besende erover om schoon water te halen. En dat in totaal drie keer per dag, terwijl voor haar huis in het dorp een gloednieuwe waterkraan staat. Wie die kraan heeft aangelegd weet Susan niet meer. Ineens waren de bouwers en watertechnici er, en even zo snel waren ze weer weg. Voordat ze het dorp verlieten, drukten ze Susan en haar dorpsgenoten op het hart dat het hun eigen systeem is en dat het dorp verantwoordelijk is voor het onderhoud. Hoe het systeem werkt, vertelden ze in een namiddag aan een paar mannen uit het dorp. Daarom loopt Susan elke dag te slepen met  jerrycans. Het watersysteem was namelijk al na een maand kapot.

Waterpomp
Bij een recent bezoek aan twaalf dorpen in de zuidwestelijke regio van Kameroen troffen wij in acht van de twaalf dorpen een bestaand maar kapot watersysteem aan. Helaas is dit aan de orde van de dag. Bij één van onze projecten in het dorp Banga Bakundu verkocht de ‘watercommissie’ binnen enkele maanden de pomp. Zij waren toch eigenaar van het systeem? Wat rest is een verlaten en verroest systeem en een verbitterde en bedonderde gemeenschap. In de jaren negentig bouwde de Kameroenese overheid samen met een Deense partner 250 watersystemen, een miljoenenproject: Grote boorgaten, hoge metalen watertanks en enorme elektrische waterpompen. Hoeveel er nog werken? Eén om precies te zijn, in Bachuo Akagbe.

Voor het slagen van projecten in Afrika is meer nodig dan een technisch goed project. Dat realiseerden ontwikkelingswerkers zich in de loop van de jaren tachtig toen zij menig project zagen stranden. Geen enkele lokale organisatie of gemeenschap voelde zich verantwoordelijk voor de projecten die door de westerse organisaties waren neergezet. Zij introduceerden daarom ‘ownership’ van projecten. Het idee is dat als gemeenschappen zich eigenaar voelen van een project zij deze beter zullen onderhouden. Door daarnaast eenvoudige technologie te gebruiken zouden dorpen zelf het onderhoud kunnen uitvoeren. Eigenaarschap als ‘panacee’ voor falende projecten.

In de praktijk
Tot zover de theorie, terug naar Susan. Is het haar schuld en die van haar dorpsgenoten dat het watersysteem niet werkt en dat onze financiële steun door het afvoerputje is gespoeld? Volgens de theorie wel, volgens ons niet. Gemeenschappen willen vaak maar al te graag, maar kunnen of durven niet. Ze missen de kennis en vaardigheden om een goede watercommissie te vormen. De dorpelingen met een goede opleiding zijn allemaal vertrokken.

Vaak rusten de verantwoordelijkheden op een beperkt aantal schouders. Als deze schouders wegvallen, door overlijden, ziekte of  een verhuizing, valt plotsklaps alle kennis en daarmee de continuïteit weg. Tot slot spelen er vaak allerlei onzichtbare belangen en machtsstrijden, waarvan de buitenstaander geen enkele weet heeft, maar die wel van invloed zijn op het beheer. Het is geen uitzondering dat een watersysteem al voor afronding vernield wordt door interne conflicten.

Douwe van Loenen (@dmvanloenen) en Koen van Bremen (@KoenvanBremen) zijn werkzaam bij LiveBuild, een jonge organisatie die water- en onderwijsprojecten in Kameroen ondersteunt. Douwe is Directeur Business Development, Koen is Programma Coördinator Kameroen. Zij werken op dit moment aan alternatieven voor traditionele ontwikkelingsmodellen, met name op het gebied van watervoorziening.

Wijkcommissie
Stel je voor, we sluiten het water af in een willekeurige Nederlandse woonwijk. We zetten een pomp op het centrale plein en vertellen de wijkbewoners dat dit hun watersysteem is en dat ze het samen moeten onderhouden. Hoe zal dit gaan?  Welke bewoners zullen opstaan en een watercommissie vormen? Welke obstakels zal deze wijkcommissie tegen komen? Zullen de bewoners bereid zijn de commissie te betalen als er onderhoud gepleegd moet worden? Tal van moeilijkheden waarmee ontwikkelingsorganisaties onbedoeld Afrikaanse gemeenschappen opzadelen.

Het is echter onmogelijk om in een korte projectperiode lokale kennis, ervaring en machtsverhoudingen op te bouwen die sterk genoeg zijn om publieke diensten te managen. Dat vereist meer dan een training; het vereist een langdurige samenwerking met de lokale bevolking waarin stapsgewijs de lokale instituties vorm krijgen die nodig zijn voor het goed managen van de publieke dienst.

Betrokkenheid
Volgens ons is de oplossing een langdurige betrokkenheid van ontwikkelingsorganisaties in de Afrikaanse gemeenschappen waar zij projecten doen. Dat is vloeken in de kerk, omdat we panisch zijn voor neokolonialistische afhankelijkheden. Maar moeten we niet gewoon accepteren dat het voorzien in publieke diensten in Afrika een verantwoordelijkheid met zich meebrengt die verder gaat dan alleen het investeren in een dienst, systeem of gebouw? 

Op dit moment werkt LiveBuild in overleg met de gemeenschappen uit hoe we deze lange termijn relatie vorm kunnen geven. De relatie krijgt vorm op financieel, organisatorisch en technisch vlak. Dorpsbewoners en watercommissies blijven ‘owner’ en in charge. Op verzoek van de watercommissie nemen wij eventueel plaats in het bestuur. LiveBuild ondersteunt daarnaast de watercommissie en lokale technici met advies en training. In ruil daarvoor betaalt de gemeenschap in een aantal jaar een deel van de investering terug.

Afrikaans plaatje
Ondertussen blijven veel Afrikaanse dorpen verstoken van water, terwijl iedere dag watersystemen stoppen te werken. Door het falen van projecten naïef te wijten aan een gebrekkige eigenaarschap, gaan we voorbij aan de echte oorzaken. We leggen bovendien de verantwoordelijkheid voor het falen eenzijdig bij Afrikaanse gemeenschappen. Toen wij het systeem achterlieten, functioneerde het immers nog prima. Eigenaarschap is nodig, mits het ingevuld is op basis van de lokale kennis, tradities en gezagsrelaties. En zolang we realistisch zijn over wat gemeenschappen gezamenlijk kunnen beheren, net zo goed als we dat in Nederland zouden doen. Tot die tijd blijft Susan elke dag op en neer slepen met een jerrycan van twintig liter op haar hoofd. Het levert een klassiek Afrikaans plaatje op om westerse donoren te porren; dat dan weer wel.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief